1,3 miljoen: dat is volgens Comeos het aantal mensen dat vorig jaar e-commerce voor het eerst ontdekte in ons land. Onlinehandel zit hoegenaamd in de lift. Door die nieuwe, digitale afzetmarkt werd de retailsector gedwongen zich de afgelopen jaren opnieuw te gaan uitvinden. Steden en gemeenten werden geconfronteerd met een fors stijgende leegstand in ruil voor een wildgroei van witte bestelbusjes. Onze snelwegen lijken haast een voortbewegend Zalando-magazijn. Een magazijn dat liefst zo weinig mogelijk kost, op vraag van zowel de consument als online retailer: de prijsconcurrentie in de e-commerce is moordend en de gratis levering en retours werden de gouden standaard in de retail. Alleen: 'gratis', bestaat dat eigenlijk wel? Helaas is het antwoord negatief. Iémand zal altijd opdraaien voor dit gratisverhaal. De vraag is alleen wie. Economisch en ecologisch heeft 'gratis' alvast een prijskaartje, voor bedrijven én voor consumenten. Hoe lang dulden we dat nog?

E-commerce: hoelang dulden we de kost van gratis retours nog?

Voor de consument is de gratis logistiek intussen een given fact. De consument is minder geneigd om een aankoop te doen wanneer leverings- of retourkosten aangerekend worden. Logisch ook, de consument is slechts een muisklik verwijderd van de dichtstbijzijnde online concurrent die exact hetzelfde product aanbiedt met gratis levering en retour. Echter is dat niets meer dan perceptie. De consument staat in dat geval namelijk niet stil bij de totale kost die achter een product schuilgaat. De kostprijs voor alle gratis aangeboden leveringen en retours wordt door de verkoper hoe dan ook gespreid over (en mee opgenomen in) de verkoopprijs van alle door hem aangeboden goederen. De kost voor verzending en retournering zit dus in de berekening van de verkoopprijzen. Anders gezegd: wie niét retourneert betaalt in het gratisverhaal gewoon mee voor wie dat wel doet.

Want als de verkoper effectief de kostprijs van die gratis leveringen en retours zou dragen, dan zou zijn winstmarge dalen. En laat nu net daarvoor geen ruimte meer zijn. De kleine, lokale spelers beschikken namelijk niet over de grote afzetvolumes noch de marges die bijvoorbeeld Zalando heeft, de pionier in het gratis verzenden en terugsturen.

Maar de voorkeur van de consument gaat zoals gezegd uit naar het vermeende 'gratis'. De marges en afzet van de kleine, lokale spelers dreigen dan ook énkel verder te dalen als ze niet meegaan in het perceptiespel van de gratis logistiek. Niet verwonderlijk dat op die manier uiteindelijk 88% van de retourzendingen gratis is in België, zo blijkt namelijk uit een studie van de FOD Economie daterend van 2019. Het retourpercentage is het hoogst bij kledij en andere modeartikelen. Kledij kan en wordt de dag van vandaag door bepaalde consumenten online in verschillende maten besteld om zo het pashokje letterlijk in huis te halen. Wat niet past, keert terug. Praktijken die zonder meer moordend zijn voor de fysieke winkeliers. Gedragen (en soms ook beschadigde) teruggestuurde stukken worden veelal noodgedwongen aanvaard door de online retailer. Dat maakt het veel eenvoudiger dan de eventuele opvolging die er in het omgekeerde geval bij komt kijken. De retours worden beschouwd als collateral damage, dewelke vanzelfsprekend liever geaccepteerd wordt dan (vaste) klanten te moeten verliezen. Tot slot moeten we ons afvragen wat de economische impact van al dat bijkomende logistieke verkeer is, want: meer zendingen betekent meer verkeer, meer files en bijgevolg nog méér economische kosten.

Op die manier komen we bij het ecologische aspect van deze gratiscarrousel. E-commerce zou per definitie duurzamer moeten zijn dan de traditionele, fysieke handel. Maar wat kost die gratisperceptie en de daarbij komende extra individuele logistieke transport ons aan uitstoot? Is het efficiënt om alles bij verschillende onlineshops te bestellen en dus ook telkens afzonderlijk te laten leveren? De last mile, de laatste etappe die onze pakketjes afleggen, moet zo snel mogelijk verduurzaamd worden. Daarbovenop, welke impact heeft het opnieuw verpakken van teruggestuurde goederen? Sterker nog: wat met de teruggestuurde goederen die helemaal niet meer verkocht kunnen worden en die vernietigd worden? Zoals bijvoorbeeld in Duitsland, waar Amazon massaal teruggestuurde goederen vernietigde. Ook de makers van Factcheckers op VRT legden pijnlijk bloot dat alles heel eenvoudig terug te sturen is, via een praktijkvoorbeeld die ze cynisch het 'retourfeestje' noemden. Alles was zichtbaar gebruikt. Van een rookmachine over een barbecue, tot een kostuum en zélfs een scheermachine. Gebruikt of beschadigd, het terugsturen bleek geen enkel probleem. Maar dat die praktijken voor mens, milieu en maatschappij daarentegen wél een probleem zijn mag intussen duidelijk zijn.

Gratis leveringen en retours waren aanvankelijk noodzakelijk om de e-commerce te laten groeien. Het trok consumenten over de streep om online te winkelen. Maar anno 2021 bevinden we ons duidelijk in een nieuw tijdperk met een andere realiteit, waar precaire negatieve externaliteiten gecreëerd worden door een gratisverhaal die concurrentieverstorend werkt. Want is naast de ecologische en economische impact ook de actualiteit rond sociale fraude, zwartwerk en kinderarbeid bij de logistieke sector geen verre uitloper van deze almaar stijgende logistieke low cost-vraag?

Het herroepingsrecht en het retourneren van goederen zijn 'grondrechten' die we niet ter discussie stellen. Maar misbruiken moeten aangepakt worden. Concrete actie richting een duurzaam leverings- en retourbeleid is broodnodig, wat perfect kan zonder te hoeven inboeten op de bescherming van de consument. Dergelijke initiatieven dienen genomen te worden op Europees niveau, zodat we én een nieuw evenwicht bereiken én het gelijke speelveld tussen Belgische en buitenlandse handelaars gevrijwaard wordt. Want e-commerce stopt niet aan onze grenzen, het is een Europees en bij uitbreiding mondiaal gegeven. Dat allesomvattende verhaal zou perfect passen in de duurzame acties die de Europese New Consumer Agenda vooropstelt. Laten we intussen alvast starten met de problematiek op de nationale agenda te plaatsen.

1,3 miljoen: dat is volgens Comeos het aantal mensen dat vorig jaar e-commerce voor het eerst ontdekte in ons land. Onlinehandel zit hoegenaamd in de lift. Door die nieuwe, digitale afzetmarkt werd de retailsector gedwongen zich de afgelopen jaren opnieuw te gaan uitvinden. Steden en gemeenten werden geconfronteerd met een fors stijgende leegstand in ruil voor een wildgroei van witte bestelbusjes. Onze snelwegen lijken haast een voortbewegend Zalando-magazijn. Een magazijn dat liefst zo weinig mogelijk kost, op vraag van zowel de consument als online retailer: de prijsconcurrentie in de e-commerce is moordend en de gratis levering en retours werden de gouden standaard in de retail. Alleen: 'gratis', bestaat dat eigenlijk wel? Helaas is het antwoord negatief. Iémand zal altijd opdraaien voor dit gratisverhaal. De vraag is alleen wie. Economisch en ecologisch heeft 'gratis' alvast een prijskaartje, voor bedrijven én voor consumenten. Hoe lang dulden we dat nog?Voor de consument is de gratis logistiek intussen een given fact. De consument is minder geneigd om een aankoop te doen wanneer leverings- of retourkosten aangerekend worden. Logisch ook, de consument is slechts een muisklik verwijderd van de dichtstbijzijnde online concurrent die exact hetzelfde product aanbiedt met gratis levering en retour. Echter is dat niets meer dan perceptie. De consument staat in dat geval namelijk niet stil bij de totale kost die achter een product schuilgaat. De kostprijs voor alle gratis aangeboden leveringen en retours wordt door de verkoper hoe dan ook gespreid over (en mee opgenomen in) de verkoopprijs van alle door hem aangeboden goederen. De kost voor verzending en retournering zit dus in de berekening van de verkoopprijzen. Anders gezegd: wie niét retourneert betaalt in het gratisverhaal gewoon mee voor wie dat wel doet. Want als de verkoper effectief de kostprijs van die gratis leveringen en retours zou dragen, dan zou zijn winstmarge dalen. En laat nu net daarvoor geen ruimte meer zijn. De kleine, lokale spelers beschikken namelijk niet over de grote afzetvolumes noch de marges die bijvoorbeeld Zalando heeft, de pionier in het gratis verzenden en terugsturen. Maar de voorkeur van de consument gaat zoals gezegd uit naar het vermeende 'gratis'. De marges en afzet van de kleine, lokale spelers dreigen dan ook énkel verder te dalen als ze niet meegaan in het perceptiespel van de gratis logistiek. Niet verwonderlijk dat op die manier uiteindelijk 88% van de retourzendingen gratis is in België, zo blijkt namelijk uit een studie van de FOD Economie daterend van 2019. Het retourpercentage is het hoogst bij kledij en andere modeartikelen. Kledij kan en wordt de dag van vandaag door bepaalde consumenten online in verschillende maten besteld om zo het pashokje letterlijk in huis te halen. Wat niet past, keert terug. Praktijken die zonder meer moordend zijn voor de fysieke winkeliers. Gedragen (en soms ook beschadigde) teruggestuurde stukken worden veelal noodgedwongen aanvaard door de online retailer. Dat maakt het veel eenvoudiger dan de eventuele opvolging die er in het omgekeerde geval bij komt kijken. De retours worden beschouwd als collateral damage, dewelke vanzelfsprekend liever geaccepteerd wordt dan (vaste) klanten te moeten verliezen. Tot slot moeten we ons afvragen wat de economische impact van al dat bijkomende logistieke verkeer is, want: meer zendingen betekent meer verkeer, meer files en bijgevolg nog méér economische kosten.Op die manier komen we bij het ecologische aspect van deze gratiscarrousel. E-commerce zou per definitie duurzamer moeten zijn dan de traditionele, fysieke handel. Maar wat kost die gratisperceptie en de daarbij komende extra individuele logistieke transport ons aan uitstoot? Is het efficiënt om alles bij verschillende onlineshops te bestellen en dus ook telkens afzonderlijk te laten leveren? De last mile, de laatste etappe die onze pakketjes afleggen, moet zo snel mogelijk verduurzaamd worden. Daarbovenop, welke impact heeft het opnieuw verpakken van teruggestuurde goederen? Sterker nog: wat met de teruggestuurde goederen die helemaal niet meer verkocht kunnen worden en die vernietigd worden? Zoals bijvoorbeeld in Duitsland, waar Amazon massaal teruggestuurde goederen vernietigde. Ook de makers van Factcheckers op VRT legden pijnlijk bloot dat alles heel eenvoudig terug te sturen is, via een praktijkvoorbeeld die ze cynisch het 'retourfeestje' noemden. Alles was zichtbaar gebruikt. Van een rookmachine over een barbecue, tot een kostuum en zélfs een scheermachine. Gebruikt of beschadigd, het terugsturen bleek geen enkel probleem. Maar dat die praktijken voor mens, milieu en maatschappij daarentegen wél een probleem zijn mag intussen duidelijk zijn.Gratis leveringen en retours waren aanvankelijk noodzakelijk om de e-commerce te laten groeien. Het trok consumenten over de streep om online te winkelen. Maar anno 2021 bevinden we ons duidelijk in een nieuw tijdperk met een andere realiteit, waar precaire negatieve externaliteiten gecreëerd worden door een gratisverhaal die concurrentieverstorend werkt. Want is naast de ecologische en economische impact ook de actualiteit rond sociale fraude, zwartwerk en kinderarbeid bij de logistieke sector geen verre uitloper van deze almaar stijgende logistieke low cost-vraag? Het herroepingsrecht en het retourneren van goederen zijn 'grondrechten' die we niet ter discussie stellen. Maar misbruiken moeten aangepakt worden. Concrete actie richting een duurzaam leverings- en retourbeleid is broodnodig, wat perfect kan zonder te hoeven inboeten op de bescherming van de consument. Dergelijke initiatieven dienen genomen te worden op Europees niveau, zodat we én een nieuw evenwicht bereiken én het gelijke speelveld tussen Belgische en buitenlandse handelaars gevrijwaard wordt. Want e-commerce stopt niet aan onze grenzen, het is een Europees en bij uitbreiding mondiaal gegeven. Dat allesomvattende verhaal zou perfect passen in de duurzame acties die de Europese New Consumer Agenda vooropstelt. Laten we intussen alvast starten met de problematiek op de nationale agenda te plaatsen.