Precies vijfentwintig jaar geleden richtten André Duval en Guillaume Van der Stighelen het reclamebureau op dat hun naam zou dragen. Duval was het zakelijke brein, Van der Stighelen het creatieve. Sindsdien kleurt VTM je dag, is je thuis waar je Stella staat, ruikt het hier naar Douwe Egberts en komt iedereen als je Leo roept.
...

Precies vijfentwintig jaar geleden richtten André Duval en Guillaume Van der Stighelen het reclamebureau op dat hun naam zou dragen. Duval was het zakelijke brein, Van der Stighelen het creatieve. Sindsdien kleurt VTM je dag, is je thuis waar je Stella staat, ruikt het hier naar Douwe Egberts en komt iedereen als je Leo roept. De twee tegengestelde zielen vonden elkaar en leidden samen enkele generaties communicatiespecialisten op die nog altijd hun stempel drukken op het Vlaamse bedrijfsleven. In 2011 verloor Van der Stighelen zijn zoon Matthias na een tragisch ongeval en verliet hij de sector. Duval hield het enkele weken geleden voor bekeken, onder meer omdat bij zijn vrouw kanker is vastgesteld. 'Gelukkig waren we er snel bij', zegt hij. 'Benieuwd of hij deze keer op tijd zal zijn', vraagt Duval zich af bij Stokers, de prachtige coworkingplek in het Groen Kwartier in Antwerpen. Niet ten onrechte, want Van der Stighelen arriveert meer dan een uur te laat. Monter, zich van geen kwaad bewust. 'Dit is mijn laatste actieve dag, André. Morgen word ik 65 en kan ik met pensioen.' Zijn gewezen zakenpartner schudt het hoofd. 'Werken is voor jou toch iets anders dan voor mij. Jij gaat gewoon door zoals vroeger. Weet je nog dat je mij altijd "de zweter" van ons beiden noemde?' Duval vertelt Van der Stighelen dat hijzelf beter eerder had kunnen stoppen met werken. Zijn laatste geesteskind, Duval Union, dat startende bedrijven begeleidt, is niet geworden wat hij ervan verwacht had. 'Mijn vennoten zaten niet helemaal op mijn lijn, merkte ik twee, drie jaar geleden al. Maar ik wilde hen niet in de steek laten.' Waarom bent u bijna tien jaar geleden gestopt, meneer Van der Stighelen? Guillaume Van der Stighelen: Hoezo, 'gestopt'? Ik ben in 2011 uit de reclamewereld gestapt, ja, maar eigenlijk doe ik eigenlijk nog altijd hetzelfde als vroeger: mijn goesting. (lachend) In die tijd had ik wel nog een secretaresse en miste ik geen afspraken, maar het reizen en brainstormen mis ik totaal niet. Volgens mij is het gemiddelde IQ op een vergadering gelijk aan de omtrek van de tafel, gedeeld door het aantal stoelen. Bijna tien jaar geleden heb ik gezworen: nooit meer vergaderen. Voor het overige mocht alles blijven zoals het was. Ik heb niet het gevoel dat ik morgen officieel met pensioen zal zijn. Bent u tevreden met uw pensioen, meneer Duval? André Duval: Sinds eind 2018 schrijft de overheid elke maand netjes 1530 euro over op mijn rekening. Van der Stighelen: Dat is nog veel. Ik krijg 1200 euro per maand. Toch geneer ik me daar een beetje voor, want er komt een tsunami van faillissementen op ons af en we kunnen dat geld beter aan iets anders besteden. Straks moeten we soep en dekens uitdelen aan de armen op straat. Ik ben daar echt zwartgallig over. Natuurlijk heb ik iets bijgedragen aan de samenleving, maar jammer genoeg bestaat er geen correcte verhouding tussen je geleverde bijdrage en de hoogte van je pensioen. U hebt die uitkering niet nodig om te overleven. Van der Stighelen: Wij hebben geluk gehad. Duval: Je kunt het geluk ook een beetje afdwingen. We hebben allebei hard gewerkt. Op mijn zeventiende ben ik begonnen bij Ford-tractors, aan de tandwielen. Van der Stighelen: Straf, dat wist ik niet. Ik moest daar de pissijns schoonmaken. Duval: We hebben samen grote bedrijfsrisico's genomen. Twee keer heb ik een onderneming opgericht. Dan steek je je nek uit, met 250 personeelsleden. Er zijn veel mensen die hard werken en veel minder beloond worden op het einde van hun carrière. Van der Stighelen: Zoals de mensen in de zorgsector. Iedereen heeft nu bewondering voor hen, maar dat vertaalt zich niet financieel. Duval: Ik heb onmetelijk veel respect voor hen. Niet zo lang geleden lag ik zelf in het ziekenhuis met nierstenen, en nu moet mijn vrouw regelmatig naar het ziekenhuis voor een chemokuur. Zouden vermogende Belgen zoals u extra moeten bijdragen om de coronacrisis te bedwingen? Duval: Als daarvoor morgen een financieel fonds wordt opgericht, met een duidelijk plan en onder een goede leiding, sta ik klaar om mijn portefeuille te openen. Meteen. Alleen voor de zogenaamde rijken de belastingen nog eens verhogen lijkt me dan weer geen goed idee. Dus geen erfbelasting van 100 procent voor alle vermogens boven de 100 miljoen euro, zoals professor Paul De Grauwe suggereert? Duval: Ik word daar niet goed van. Van der Stighelen: Van mij mag hij nog verder gaan: ik zou het principe van successie en erven volledig afschaffen. Als iemand sterft, kan zijn nalatenschap beter integraal naar een gemeenschappelijke pot gaan. Mijn vrouw zal me neerschieten als ze dit leest, maar ik snap niet dat kinderen van rijke mensen een betere start moeten krijgen in het leven. André, wij hadden toch ook niks toen wij samen begonnen? Duval: Ik kom van onder nul, maar zoals elke vader help ik mijn kinderen graag als ze het nodig hebben. Ook al zullen ze altijd hun eigen boontjes moeten doppen. Als er morgen iets gebeurt met mij of mijn vrouw, zal al snel een groot deel van ons vermogen naar de belastingen gaan. Dan vraag ik me af: waarvoor heb ik de laatste twintig jaar zo hard gewerkt? Zou u dat geld liever storten in een coronafonds? Van der Stighelen: Vandaag is het corona, morgen iets anders. Er is budgettair geen controle meer. Meer dan dertig jaar geleden moest ik Guy Verhofstadt (Open VLD) helpen bij zijn verkiezingscampagne. De enorme staatsschuld was toen al een belangrijk verkiezingsthema. 'Guy, aan wie moeten wij die schulden eigenlijk terugbetalen?' vroeg ik hem naïef. 'Aan de Amerikanen?' 'Nee, vooral aan Belgen met overheidsobligaties', antwoordde hij. De staat leent van zijn rijke burgers om te herverdelen. Dus de ene helft van de Belgen moet heel veel geld terugbetalen aan de andere helft. Ooit komt er een moment dat een politicus oproept om dat niet langer te doen. Dan zit je met een opstand, niet? Van der Stighelen: Precies om dat te voorkomen, heeft een groep Amerikaanse superrijken onlangs laten weten dat ze bereid zijn om een deel van hun vermogen af te staan en om meer belastingen te betalen. Ze beseffen dat er een groot probleem op hen afkomt als zij almaar rijker worden ten koste van een groeiend deel van de bevolking. Op een dag staan die mensen met een riek aan hun deur. Ik ben er zeker van dat ook in ons land vermogende mensen constructief willen meedenken. Duval: Beschouw het als een investering, of als een kapitaalsverhoging van België. Daarmee kun je bedrijven of sectoren helpen die het slachtoffer zijn van de pandemie. Dat zou fair zijn. Bij ons is de solidariteit geïnstitutionaliseerd via belastingen, waarbij we niet meer beseffen wie wat voor wie doet. In de Angelsaksische cultuur is ze anders georganiseerd: ik zie wel iets in het herverdelende karakter van fundraising, donaties, liefdadigheid en sponsoring. Ben je dan niet afhankelijk van individuele goodwill? Van der Stighelen: Als het huis van je buur afbrandt, zullen veel andere buren klaarstaan om hem te helpen. Er is genoeg geld, maar helaas is er ook veel wantrouwen tegenover de overheid. De Denen betalen evenveel belastingen als wij, en toch is dat wantrouwen bij hen veel kleiner. Duval: De Deense overheid is wel veel transparanter en efficiënter. Van der Stighelen: In ons land moeten we blijkbaar de controleurs van de controleurs controleren. Er is geen argwanender volk dan de Vlamingen, en die argwaan kost ons veel geld en tijd. Iedereen gaat ervan uit dat je financieel gesjareld wordt. Ik ben onlangs gevraagd om dit jaar de juryvoorzitter te zijn van De Warmste Week van Studio Brussel. De insteek is nu om zo veel mogelijk dingen voor elkaar te doen, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk. Dat is toch warmer dan geld inzamelen? Geld moet opnieuw zijn juiste, veel minder centrale plaats krijgen in het leven. Genoeg over geld. U wordt morgen 65. Mist u de tijd toen u jong was? Van der Stighelen: Totaal niet. Toen ik 14 of 22 werd, voelde ik me veel ouder dan nu. Ik heb niet het gevoel dat ik ouder word, wel dat de wereld om me heen jonger wordt. Hoe ouder je bent, hoe meer mensen jonger zijn dan jij. Ik heb nog wekelijks contact met de vrienden van Matthias. Duval: Ik vind het wel erg dat ik 67 ben. Zolang je gezond bent, is er niets aan de hand - maar als je carrosserie begint te roesten... De filosoof Jean Paul Van Bendegem schrijft in zijn nieuwe boek Wijs, grijs en puber dat 65-plussers in ons land betutteld en buitenspel gezet worden, of gereduceerd tot een kostenpost - de vergrijzing. Duval: Ik heb een hekel aan betutteling. Dat overkomt me weleens als ik naar het ziekenhuis moet met mijn vrouw, of in het kader van de pandemie. Elke dag lees je in de kranten dat we erover moeten waken dat onze 65-plussers coronavrij blijven. Hallo?! Er zijn volgens mij vooral gezonde en minder gezonde mensen. Ik wil er niet voortdurend aan herinnerd worden dat ik tot de 65-plussers behoor - en dus tot een risicogroep. Van der Stighelen: Ik voel dat niet. Onlangs kreeg ik een brief van de pensioendienst: er was een telefoonnummer toegevoegd voor het geval iets me onduidelijk was in de lange uitleg. Ik heb meteen gebeld om me met veel plezier te laten betuttelen: 'Wat moet ik doen, madame? Want ik ben niet meer van de jongste.' Dus er is geen leeftijdsdiscriminatie? Van der Stighelen: Nee. Duval: Niet als je meester blijft van je eigen leven. Maar meneer Duval, mag ik dan citeren uit een vroeger interview met u? 'Mensen tussen 23 en 35 jaar vormen de creatieve kern van een reclamebureau', zei u toen. 'Ze denken nog fris en hebben een grotere ondernemersgeest, omdat ze meer risico durven te nemen. 35-plussers worden gezapiger.' Duval: Dat denk ik nog altijd. Stel dat u iemand in dienst mag nemen: een 27-jarige of een 50-jarige. Wat doet u dan? Duval: Als die kandidaat een campagne moet bedenken voor Belfius, kies ik voor de 50-jarige. Een 27-jarige weet niet goed wat een levensverzekering is. Eigenlijk wil ik alleen maar zeggen dat je mensen van alle leeftijden nodig hebt. U hebt ooit gezegd dat u nog een echte kapitalist bent. Duval: U laat dat zo hard klinken. Ik geloof in het kapitalisme omdat het je verplicht om zelfredzaam te zijn. Op mijn vijftiende ging ik al auto's wassen om mijn lidmaatschap van de tennisclub zelf te kunnen betalen. Hebt u daarom op een blauwe maandag op een verkiezingslijst van de Open VLD gestaan? Duval: Ook omdat Philippe De Backer (Open VLD) me dat had gevraagd. Dus u hebt politieke ambities? Duval: Als ik niet in de reclame was beland, had ik misschien wel voor de politiek gekozen. Ik had graag het zelfvertrouwen gehad om mijn stempel te kunnen drukken op de samenleving. Van der Stighelen: Die ambitie is mij vreemd. Andere mensen met die ambitie adviseren, daar ben ik nuttiger in. Ik ben haast altijd onder de indruk geweest van de politici met wie ik samenwerkte. Je zult mij nooit horen zeggen dat zij onbekwaam zijn. Ik ben ook geen revolutionair. Ik vond het vroeger altijd makkelijker om een bedrijf te veranderen dan om van bedrijf te veranderen. Daarom heb ik ook een voorstel klaar om ons politieke bedrijf te veranderen. Vertel. Van der Stighelen: De vraag waar het heen moet met België, wordt electoraal nooit gesteld. In de Verenigde Staten gebeurt dat wel. Straks moeten de Amerikanen niet alleen kiezen tussen Donald Trump en Joe Biden, maar ook tussen twee totaal verschillende visies op hun land. Bij ons gaan de federale verkiezingen over regionale kwesties. In welk ander land hoef je jezelf maar aan de helft van de bevolking te presenteren als je wilt besturen? Vandaag heb je partijen waarop je alleen in het zuiden van België kunt stemmen en partijen waarop je alleen in het noorden kunt stemmen. De winnende partij is de partij die het best met de beschuldigende vinger wijst naar de andere kant van de taalgrens. Het is beter dat Walen en Vlamingen kunnen stemmen voor dezelfde federale partij, die zich alleen bezighoudt met enkele federale bevoegdheden zoals justitie, defensie, financiën, buitenlandse zaken enzovoort. Om zo'n partij op te richten heb je zelfs geen wetswijziging nodig. Wat vindt u van het huidige politieke klimaat en de eindeloos aanslepende formatiegesprekken? Van der Stighelen: Die waren het gevolg van de ontbrekende federale partijen. Je wint hier namelijk stemmen door anderen te bashen - tot je plots met die mensen moet samenzitten. Duval: De politieke leiders van mijn generatie waren misschien oude krokodillen, maar nu zijn er plots alleen maar jonge nieuwe mensen, zoals Conner Rousseau (SP.A), Georges-Louis Bouchez (MR) en Alexander De Croo (Open VLD). Het mankeert hen aan onderhandelingservaring. Bovendien was op het einde duidelijk dat het niet meer ging over inhoud: dat was allemaal al doorgepraat. Het ging vooral over wie premier zou worden. Dat is misschien begrijpelijk, maar wees er dan ook transparant over. Waarom houden we geen referendum over wie premier moet worden? Ik zou op Alexander De Croo stemmen. Bent u net als Marc De Vos van denktank Itinera verbaasd over de gelatenheid van de Belgen tijdens de voorbije institutionele impasse? Van der Stighelen: Ik vind het vooral vreemd dat er geen enkele Belg opstaat om een federale partij op te richten. Ik voorspel dat die partij veel stemmen zal krijgen. Laat dáár het debat over gaan. Duval: Waarom geen zakenkabinet in deze chaotische tijden, voor zes maanden of een jaar? Dat zou opnieuw voor een beetje stabiliteit kunnen zorgen. Van der Stighelen: Maar nee, André, dat werkt niet. Ik heb in het zakenkabinet van Karel De Gucht (Open VLD) gezeten, de Belgian Business Board. Een groep van dertig mensen uit het zakenleven, zoals Thomas Leysen en Fernand Huts. Wij vergaderden over een thema tot het uitmondde in een persconferentie, en dat was het dan. Waarom richt u zelf geen federale partij op? Van der Stighelen: Omdat ik een beetje lui ben en niet aan de kant sta van de klagers en de zagers over ons bestel. Mijn boodschap aan die mensen is alleen: als u het toch zo slecht vindt, doe er dan zélf iets aan. Nu gaan alle proteststemmen naar extreemrechts en extreemlinks. Een federale partij zou kunnen rekenen op een massa stemmen van het redelijke protest. Ik ben wel bereid om als reclamemaker in ruste te helpen bij de campagne. Duval: Ik zeg niet meteen nee tegen Guillaumes idee. En het kan snel gaan. Kijk naar Frankrijk en La République en Marche van president Emmanuel Macron: als we morgen hier samenkomen met veertig, vijftig gelijkgestemde mensen, zal het zes maanden later ook zover zijn. Heren, wat verwacht u nog van het leven? Van der Stighelen:(na een lange stilte) Ik heb nooit grote verwachtingen gehad. Dat heeft als voordeel dat me, op enkele ongelukken na, alleen positieve verrassingen te beurt gevallen zijn.Nu ben ik bezig aan een boek over de man naar wie ik vernoemd ben. Guillaume Van der Stighelen was mijn overgrootvader. Begin vorige eeuw was hij blijkbaar een belangrijke sanitair ondernemer. Op het einde van zijn leven heeft hij zijn hele fortuin weggegeven aan de meid. Waarom? Niemand weet het. Welnu, die vraag wil ik beantwoorden. Duval: Door de ziekte van mijn vrouw is het moeilijk om grote plannen te maken. Mijn leven staat nu volledig ten dienste van haar. Dat maakt me bescheiden. Toch blijf ik vooruitkijken. Niet dat ik zelf nog een bedrijf ga opstarten, maar als ik hier in Stokers jonge mensen hoor praten over hun bedrijfsplannen, en als ze mij om raad vragen? Ja, dan blijft het kriebelen.