Met 76.000 inwoners is Duitstalig België de kleinste deelstaat van België en Europa, maar ze heeft grote ambities op het gebied van democratische vernieuwing. De Duitstalige Gemeenschap gaat als eerste regio in de wereld gelote burgers permanent bij de politieke besluitvorming betrekken, om zo het vertrouwen in de democratie en de betrokkenheid bij de publieke zaak te vergroten. Iedereen vanaf 17 jaar en met woonplaats in Duitstalig België komt in aanmerking om te worden uitgeloot.
...

Met 76.000 inwoners is Duitstalig België de kleinste deelstaat van België en Europa, maar ze heeft grote ambities op het gebied van democratische vernieuwing. De Duitstalige Gemeenschap gaat als eerste regio in de wereld gelote burgers permanent bij de politieke besluitvorming betrekken, om zo het vertrouwen in de democratie en de betrokkenheid bij de publieke zaak te vergroten. Iedereen vanaf 17 jaar en met woonplaats in Duitstalig België komt in aanmerking om te worden uitgeloot. Hoe is de samenwerking tussen experts van G1000 en de Duitstalige Gemeenschap tot stand gekomen? David Van Reybrouck: In de herfst van 2017 had Duitstalig België een zogenaamde burgerdialoog met 25 gelote burgers rond kinderopvang georganiseerd. Daar waren ze heel tevreden over: hoe betrokken die burgers waren en hoe verstandig hun aanbevelingen. In de slipstream daarvan heeft de Duitstalige minister-president Oliver Paasch me toen uitgenodigd. Hij vroeg me of het idee uit mijn boek Tegen Verkiezingen, namelijk een gelote senaat in combinatie met een verkozen parlement, ergens al bestaat. Nee, zei ik, al grappend, u kunt geschiedenis schrijven. Tot mijn verbazing was men in Duitstalig België oprecht nieuwsgierig. Vervolgens kwam de vraag om mee na te denken over een model van permanente burgerparticipatie. Deze zomer zijn we dan met een groep internationale experts een paar dagen in Eupen samengekomen. Daar hebt u een zogenaamd Ostbelgien Model uitgetekend? Van Reybrouck: Juist. In het model dat Duitstalig België nu gaat invoeren, komen er om opeenvolgende burgerpanels rond diverse onderwerpen. Het gaat om telkens 25 steekproefsgewijs gelote mensen, die drie weekends lang over een onderwerp zullen vergaderen, experts horen en dies meer zij. Daarnaast komt er een vaste burgerraad, die gedurende 18 maanden zitting heeft. De burgerraad bestaat uit 24 gelote burgers en heeft twee taken: de opvolging van wat de burgerpanels hebben besloten en de vragen stellen die de burgerpanels moeten beantwoorden. Het is goed dat de burgers die de vragen stellen en degenen die ze beantwoorden niet dezelfde zijn. De burgerraad stelt dus de agenda op en vervolgens gaan panels ermee aan de slag. Daarna vertrekken de aanbevelingen van de burgers naar het verkozen parlement. De Duitstalige Gemeenschap heeft ruime bevoegdheden. Dat maakt het experiment ongetwijfeld extra boeiend? Van Reybrouck: Zoals minister-president Paasch me zei bij onze eerste ontmoeting: we zijn heel klein, maar we hebben de bevoegdheden van Noord-Rijnland-Westfalen of Catalonië. De combinatie van kleinschaligheid en ruime bevoegdheden maakt van Duitstalig België een ideaal laboratorium voor democratische vernieuwing. Om de democratie te moderniseren, hoef je het oude ook niet af te breken. Je kunt naast het oude iets nieuws zetten, wat het oude versterkt en krachtiger maakt. De brexit loopt vast, de gele hesjes lopen vast, het klimaatdebat loopt vast. Dat komt zo vaak door de electorale logica die het huidige politiek systeem domineert. Dit model van burgerinspraak kan onze politieke leiders helpen om te leiden. Burgers kunnen mee de kastanjes uit het vuur halen en knopen doorhakken in vraagstukken die, vanwege die electorale logica, politiek moeilijk liggen. En hopelijk zal de rest van Europa leren van wat er in Eupen gebeurt. Een van de terugkerende eisen van de gele hesjes in Frankrijk is meer directe democratie, met name door middel van referenda. Van Reybrouck: De gele hesjes hebben volkomen gelijk als ze vragen om meer inspraak. Burgers zijn woedend omdat ze niet gehoord worden, zeker in Frankrijk, waar de politieke elite erg ver van het volk afstaat. Maar ik twijfel aan de methode die ze voorstellen, namelijk referenda. Met de brexit hebben we gezien dat referenda nieuwe problemen oproepen. In een referendum weet je nooit of een besluit rationeel genomen is. Je weet niet hoeveel mensen met de onderbuik hebben gestemd, en hoeveel mensen met de bovenkamer. Er is geen enkele plicht om je te documenteren en geen enkel bewijs dat het beste argument het heeft gehaald. Sterker nog, de brexitcampagne zat vol leugens. Bij deliberatieve democratie, wat ze nu in Duitstalig België op permanente basis gaan organiseren, zie je dat een goede dwarsdoorsnede van de bevolking die is geïnformeerd vaak betere besluiten treft dan een hele bevolking die zich niet hoefde te informeren. Zelfs thema's die buiten de bevoegdheden van de Duitstalige Gemeenschap vallen, kunnen op de agenda komen als ze een hoge actualiteitswaarde hebben. Van Reybrouck: Dat vind ik heel interessant, omdat je mensen zo de mogelijkheid biedt om thema's aan te kaarten die van groot belang zijn, denk aan het klimaat. Natuurlijk is de politieke vertaling daarvan moeilijker, maar we mogen niet de fout begaan van de Franse president Emmanuel Macron met de gele hesjes. Frankrijk kreunt onder een extreme democratische crisis, maar voorafgaand aan het Grand Débat National dat de volkswoede moet kanaliseren, zei de president: dit zijn de onderwerpen waarover het moet gaan. Dat is niet gezond. Toen Macron in België was, heb ik met hem gesproken over het systeem van een gelote burgervergadering. Hij was erg geïnteresseerd. En onlangs zijn we door de Franse overheid gecontacteerd met de vraag of we mee willen nadenken over het permanent maken van dat nationaal debat. Ook in Frankrijk begint men dus gelukkig in te zien dat er iets moet veranderen. Vinden de Duitstalige volksvertegenwoordigers het niet lastig dat ze hun bevoegdheden voortaan met burgerpanels zullen delen? Van Reybrouck: Helemaal niet. Alle Duitstalige politici die ik heb ontmoet waren enthousiast over het idee om op deze manier de democratie te verbeteren. Mijn uitleg daarvoor is dat er in het Duitstalige parlement geen fulltime parlementariërs zitten. Al die mensen hebben overdag een gewone baan en zijn parlementariër in de avonduren. De burger is voor hen geen onredelijke idioot die van de pot gerukte maatregelen eist. In veel democratieën is er niet alleen een enorm wantrouwen van de burgers jegens de politiek, maar ook van de politiek jegens de burgers. Die laatste vorm van wantrouwen is in Duitstalig België veel minder aanwezig. Kan dit Ostbelgien Model voor permanente burgerinspraak makkelijk naar elders worden overgeplaatst? Van Reybrouck: Zeker wel, en de belangstelling is groot. Vanuit Kopenhagen en Madrid, dat vorige week van start is gegaan met een geloot burgerobservatorium, kwamen er al vragen om meer informatie. Ik ben ervan overtuigd dat dit model ook op Vlaams en Belgisch niveau kan werken. Overigens is de G1000 op dit moment met verschillende steden en gemeenten in Vlaanderen en Franstalig België in gesprek. Het wordt ook interessant om straks na te gaan wat dit alles bij de burgers in een samenleving teweegbrengt. Verandert het de manier waarop ze naar de politiek kijken? Er is zo veel frustratie in westerse democratieën: kun je die wegnemen door middel van gelote burgerparticipatie? De impact van de nieuwe beleidsinspraak op de inwoners van Duitstalig België zal in elk geval groot zijn. Volgens voorzichtige schattingen zal minstens 60 procent van alle inwoners in Ostbelgien in zijn of haar leven voor een burgerpanel of de burgerraad worden uitgeloot.