Met Winter heeft drummer Dré Pallemaerts (55) zijn derde album onder eigen naam klaar.
...

Met Winter heeft drummer Dré Pallemaerts (55) zijn derde album onder eigen naam klaar. Pan Harmonie dateert van 2007, Coutances van 2016. Waarom ligt er zo veel tijd tussen uw soloprojecten? Dré Pallemaerts: Ik geef ook les aan het conservatorium van Parijs, en als drummer doe ik natuurlijk veel projecten als bandlid. Schrijven is voor mij niet de primaire opdracht, al vind ik het een van de leukste dingen om te doen. Ik vrees dat ik niet genoeg een businessman ben om het uit te bouwen. Het belangrijkste is voor mij dat ik live en op plaat de sfeer kan oproepen die ik zelf belangrijk vind. Kunt u dat even onder woorden brengen? Pallemaerts: Het komt neer op inspanningsloos samen zijn door de muziek. Dat vereist overgave van twee kanten. Je zou het kunnen vergelijken met in slaap vallen. Je kunt comfortabel gaan liggen, je gemak zoeken, maar het inslapen zelf kun je niet forceren. Je geeft je over. De slaap komt je opzoeken. Zo is het met muziek ook. Je stelt je samen met je medemuzikanten en je publiek open voor een vorm van concentratie. En dan ben je vertrokken, zonder moeite. Ik herken het wanneer ik mijn helden op een podium zie stappen. Wayne Shorter vereist dezelfde soort overgave. De dalai lama ook, trouwens. De titel, Winter, schept de verwachting van koude IJslandse landschappen, maar de muziek is behoorlijk pittig. Vanwaar die tegenspraak? Pallemaerts: Het gros van een mens z'n ideeën ontstaat in de zomer omdat je dan veel tegenkomt. Er gebeurt van alles om je heen, je ontmoet mensen, hoort muziek, gaat op reis. De winter, daarentegen, heeft zijn eigen ambiance om dingen te verwerken. Als je dán gaat componeren, levert dat een andere foto van die ervaringen op, zeg maar. Dat hoeft dus geen sneeuwlandschap te zijn. Er staat een ode aan Toots Thielemans op Winter. U was jarenlang zijn drummer. Wat heeft hij voor u betekend? Pallemaerts: Mensen kunnen nog altijd niet goed inschatten wie Toots wel was. Ik heb hem in zo veel omstandigheden gezien, in zo veel verschillende bands met de grootste namen. Altijd, altijd stak hij erbovenuit. Intussen is er een nieuwe sterke generatie opgestaan in de Belgische jazz, maar u draait nog altijd mee. Hoe verklaart u dat? Pallemaerts: Als je aandachtig blijft, blijf je groeien. Ik ben op dit moment weer stevig aan het studeren, bijvoorbeeld. Al dat jonge bloed in de scene werkt heel inspirerend, moet ik zeggen. Ze hebben niet alleen het voordeel van hun leeftijd, maar ook een flinke bagage. Het niveau van muzikanten van 18 à 22 jaar ligt ontzettend hoog. U zoekt het ook buiten de traditionele jazz. U bent de vaste drummer van Melanie De Biasio, maar u toerde vorig jaar ook met Novastar. Pallemaerts: Natuurlijk. Voor mij is er geen verschil. Joost Zweegers van Novastar zoekt hetzelfde wat ik zoek: overgave in de muziek. Er is geen verschil met de jazz in aanpak en aanvoelen, behalve in de taal die je hanteert. Ik heb als muzikant nooit gekozen welke taal ik wilde spreken. Je hanteert de tongval die op het moment zelf nodig is, punt. Bij Melanie was het net zo: de hele band was zo op elkaar ingespeeld dat we die gezamenlijke concentratie makkelijk konden oproepen. Wat krijgen we hierna in, pakweg, 2028? Pallemaerts: Mijn vorige band had twee piano's. Nu zijn er piano, sax, bas. Ik wilde al mijn hele leven eens een pianotrio of een saxofoonkwartet, zie je? Maar voor het volgende album voel ik een grote omslag aankomen, geïnspireerd door mijn andere werk. De klassieke akoestische jazzband komt steeds minder voor. Wat ik hoor in de pop bevalt me, en met de wereldmuziek is er een nieuwe wereld voor me opengegaan. Wacht maar. Een paar jaar. (lacht)