...

Het gebruik van anabolen in de fitness neemt toe. Iedereen wil tegenwoordig een afgetraind lijf en daarom grijpt men steeds meer naar de doping terwijl men ook nog eens uren in de fitness doorbrengt. Als alles moet wijken voor de sport, kan er sprake zijn van sportverslaving.Om een beeld te krijgen van de ernst van de problematiek zijn cijfers onontbeerlijk. Maar die lopen sterk uiteen : 52 procent verslaafden onder triatleten, 42 procent in een Parijse fitnessclub, 25 procent bij marathonlopers en slecht 3 procent onder ultralopers, terwijl je nochtans daar spontaan het hoogste aantal zou verwachten vanwege het extreme karakter van de sport. Kortom, er is geen eensgezindheid, en daar is een verklaring voor: het ontbreken van officiële diagnostische criteria voor sportverslaving. Ondertussen hanteerde iedereen de circulerende criteria naar eigen goeddunken. Dat kwam de inzichten niet ten goede, al lijken die de laatste jaren toch naar elkaar toe te groeien. Een andere reden voor de hoge aantallen van de zogenoemde verslaafden zijn de tests die voor de onderzoeken gebruikt werden (zie kader). Die leveren geen bewijs voor de verslaving, maar hooguit een aanwijzing voor het risico daarop. Of iemand werkelijk verslaafd is, moet blijken uit een diepere analyse, die bijvoorbeeld nagaat of de nadelige effecten van de sportbeoefening de overhand nemen. Een cruciaal kenmerk van elke verslaving is immers het niet kunnen vermijden van gedrag dat jou en anderen schade berokkent.Sportverslaving is een complexe problematiek die al te vaak simplistisch versmald wordt tot 'lopers op zoek naar een runner's high', een staat van euforie waarin je door een sprankelend heerlijke wereld loopt zonder een greintje pijn of vermoeidheid. Navraag leert dat die lopersroes een eerder zeldzaam verschijnsel is dat meestal maar kort aanhoudt. We spreken van minuten en zelden of nooit van uren. Sommige lopers ervaren het regelmatig, anderen nooit. En, heel opmerkelijk, het verschijnsel wordt zelden vermeld in andere sporten. Wetenschappelijk is er echter geen bewijs voor dat deze 'staat van genot', die sporters soms ook wel 'the zone' noemen, iets te maken heeft met verslaving. Misschien wijst de toestand eerder op het tijdelijk optimaal samenvallen van de prestatie en de draagkracht van het lichaam. Terwijl de negatieve duiding ervan veel te maken kan hebben met onze schuldbeladen cultuurhistorische achtergrond, die het nog altijd moeilijk heeft met het vrijelijk beleven van genotsgevoelens.Bovendien rust de meest populaire uitleg voor die roes, de extra endocannabinoïden die ons lichaam aanmaakt, op wankele gronden. Daarbij verwijst men gretig naar de gelijkenis met de roesverwekkende stoffen van cannabis. Maar wetenschappers stellen telkens opnieuw dat we nog zo goed als niets weten over de functie van deze endocannabinoïden bij de mens. Ze lijken bij te dragen tot beloningsprocessen, maar dat is nog een wereld verwijderd van het uitlokken van verslaving.Er doen nog andere theorieën de ronde over de mogelijke oorzaken van sportverslaving, maar het is de vraag of die er veel toe doen. Voorlopig moeten we zeker niet hopen op een therapeutische oplossing voor het gedrag vanuit een beter begrip van de werking van de endocannabinoïden. De aanpak van andere vormen van verslaving reikt wel al een aantal belangrijke inzichten aan. Zo weten we dat na verloop van tijd het dwangmatige karakter van het gedrag en negatieve ervaringen gaan overheersen, waardoor onder meer angst, irritatie, prikkelbaarheid, controleverlies en slaapstoornissen toenemen. En dat het genot en de positieve effecten van desportinspanning verloren gaan. En dat het leven steeds meer georganiseerd raakt rond het trainen en andere activiteiten moeten wijken. En dat de negatieve gevolgen van de overdreven bewegingszucht wel overdacht maar uiteindelijk weggeredeneerd en opzijgeschoven worden.Dergelijke aspecten laten ook toe om een duidelijk onderscheid te maken met een normale en gezonde manier van sporten. Want beide manieren van sportgedrag overlappen elkaar in sterke mate. Elke atleet met een doel voor ogen bouwt stelselmatig op naar dat doel. Dat vraagt een reorganisatie van het leven, met steeds meer uren voor training en minder voor andere activiteiten. Doorzettingsvermogen en toewijding riskeren dan gemakkelijk als hardnekkigheid en controleverlies gezien te worden. Veel gedreven sporters hebben het inderdaad moeilijk om hun activiteiten zelfs tijdelijk af te bouwen of te stoppen. Zijn dit ontwenningsverschijnselen ? Dat is maar de vraag. We mogen een ingesleten gewoonte niet verwarren met een verslaving : sommige mensen missen zelfs hun wekelijkse kaartclub. Kortom, het blijft wikken en wegen.Blijkbaar lopen mensen die sport en beweging zien als een middel om te ontsnappen aan stress en de problemen die op hen wegen, een groter risico op bewegingsverslaving dan wie aangeeft vooral naar een betere conditie te streven of naar een concreet doel toe te werken (zoals een deelname aan een massa-event in een grote stad). De positieve effecten die zij aanvankelijk ondervinden, zouden bij hen gemakkelijker kunnen omslaan in het niet langer kunnen missen van de beweging die hen die effecten oplevert. Maar uiteindelijk kan deze kanteling zich bij tal van vormen van sportbeoefening voordoen. Wie eraan twijfelt of het gaat over overdrijving dient dus alert te zijn voor de escalatie in de intensiteit van het sporten. Tegelijk kan die twijfel ook een zekere mate van geruststelling bieden.