Binnen de muren van de universiteit wordt de diversiteit die buiten de universiteitsmuren zo talrijk aanwezig is, nauwelijks weerspiegeld. Dit is jammer, niet alleen omdat het een oud zeer betreft, maar ook omdat onze samenleving steeds diverser wordt en de universiteit dus dreigt (en de facto al is) een 'blank eiland' te zijn in een erg gekleurde zee. Het is dan ook belangrijk dat enkele rectoren met de nodige klem hebben beweerd dat ze willen inzetten op de verhoging van de in- en doorstroom van 'allochtone studenten'.

Zonder te willen veralgemenen en 'allochtone' studenten al te sterk in de slachtofferrol te willen duwen, maar de aandacht voor die groep is echt hoog nodig. Eigenlijk wordt hun (studie)traject al vanaf het begin bemoeilijkt, en dan bedoelen we dat het vaak al in het kleuteronderwijs en in het lager onderwijs fout loopt. Om nog maar te zwijgen van het feit dat in onze samenleving 'diversiteit', 'multiculturaliteit' doorgaans geen 'hoera-concepten' zijn. Maar laten we het even houden bij het secundair onderwijs, de fase die direct aan het hoger onderwijs voorafgaat.

Verwikkeld in strijd om erkenning

Uit nogal wat onderzoek blijkt dat 'allochtone' studenten zijn verwikkeld in een strijd om erkenning. Ze zijn de eerste slachtoffers van het watervalsysteem waarbij ze (al dan niet direct of verbloemd) te horen krijgen dat ze toch maar beter kiezen voor een opleiding die niet/minder voorbereidt op hogere studies. Daarnaast worden ze al te vaak met de bril van het vooroordeel bekeken en met nogal wat 'deficietdenken' geconfronteerd. Een voorbeeld? Wanneer een 'allochtone jongere' een zwakke voordracht houdt en dus wat met de formulering van diens woorden en zinnen worstelt, dan moet dat wel te wijten zijn aan het feit dat hij thuis geen Nederlands praat. Dat de student in kwestie gewoon kampt met stress, is niet altijd de eerste associatie die wordt gemaakt. Eenieder die onderzoek heeft gedaan over 'allochtone studenten in het onderwijs', wordt omzeggens overspoeld met dit soort ogenschijnlijk triviale voorbeelden. Wat die voorbeelden aantonen is dat de vanzelfsprekendheid die 'autochtone jongeren' ervaren op het niveau van erkenning van hun taal en identiteit, voor de 'allochtone jongeren' een permanente strijd blijft. Het gevolg is dat mede daardoor nogal wat 'allochtone' studenten reeds in het secundair onderwijs verward, onzeker, gedemotiveerd en schoolmoe zijn.

Psychologische effecten

Dat gevecht om erkenning wordt niet zelden gecontinueerd eens men toch de sprong naar het hoger/universitaire onderwijs heeft gemaakt. Bij gebrek aan een grote groep van 'allochtone' studenten nemen ze de 'tokenpositie' in, hetgeen betekent dat ze de spreekwoordelijke uitzondering zijn die de regel omtrent 'hun zwakke cultuur' bevestigt. Die positie gaat echter met een aantal kwalijke gevolgen gepaard. Zo is er het 'intruder' of 'imposter-effect'. "Als ik hier de enige in dat grote auditorium ben, mag ik hier dan wel zijn?" Er is ook het 'underdog-effect'. "Gezien ik hier de enige ben en gezien ik weet dat 'mijn groep' het niet goed doet, moet ik me extra bewijzen om anderen ervan te overtuigen dat ik hier wel degelijk op mijn plaats ben." Ook kan er sprake zijn van 'stereotype threat'. "Ik weet dat men over 'mijn groep' denkt dat die 'lui' en 'onbekwaam' is, dus ben ik extra op mijn hoede om deze stereotypen niet te bevestigen." Het voortdurend op zijn qui-vive zijn, creëert stress en een permanent gevoel van onbehagen waardoor de 'allochtone' student onderpresteert en dus uiteindelijk toch het stereotype van de 'zwakke cultuur' bevestigt. Belangrijk is op te merken dat dit vooral die jongeren treft die onderwijs net heel belangrijk vinden. Immers, wie onderwijs of succes onbelangrijk vindt, die zal zich door het bestaan van stereotypen niet laten beïnvloeden. En, of dat al niet genoeg is, voelen sommige 'allochtone' studenten aan dat ze zich moeten gedragen als 'blanke studenten' en dus hun 'identiteit' maar beter achterwege laten. 'Acting white', zo heet dat in het jargon. Zijn we nu klaar met de lijst? Neen. Het blijkt immers dat 'allochtone' studenten vaak ook moeite hebben met het aangaan van contact met 'autochtone' studenten. Als ze er al niet alleen voor staan, dan kunnen ze vaak enkel maar terecht bij 'allochtone' lotgenoten. Het punt is dat het niet altijd evident is voor 'autochtone' studenten om in groep openlijk te erkennen dat men goede vriendschapsrelaties heeft met 'allochtone' studenten. Dat is gelukkig niet altijd en overal het geval (!), maar zeggen dat 'interculturaliteit' een wezenlijk kenmerk is van de sociale relaties aan de universiteit (en in de maatschappij) is toch eerder de beschrijving van een fictie dan van een realiteit.

Een veilige plek?

Alles bij elkaar genomen, kan gezegd worden dat het hoger onderwijs vaak allesbehalve een 'veilige plek' voor 'allochtone' studenten is. Inzetten op een verhoging van de instroom van 'allochtone' studenten is dus cruciaal, al was het maar om een zekere 'critical mass' te krijgen die ervoor zorgt dat de hoger opgesomde effecten minder kunnen spelen. Die instroom bevorderen kan door de sprong van het secundair naar het hoger onderwijs te verkleinen. Leerlingen hebben er baat bij om ook al in het secundair onderwijs papers te leren schrijven, in contact te komen met 'academisch Nederlands', zicht te krijgen op het puntensysteem aan het hoger onderwijs, etc. Ook kan het hoger onderwijs gebaat zijn met het actief leggen van bruggen naar etnisch-culturele gemeenschappen. Niet dat dit nog niet gebeurt, maar er is toch een 'maatschappelijke wake up call' nodig. Wat ons betreft mag er gerust aan de alarmbel getrokken worden. De samenleving 'verkleurt', dus waarom dan niet de universiteit? Welk een potentieel gaat eigenlijk jaar na jaar verloren?

Silent poverty

Natuurlijk gaat het niet enkel over psychologische kwesties en kan het gebrek aan 'allochtone' studenten aan de universiteiten niet enkel begrepen worden vanuit een gebrek aan informatie. Ook andere factoren, zoals sociaal-economische, spelen een rol. Onderzoek toont aan dat 'allochtone' studenten vaak lijden aan 'silent poverty'. Ze staan er vaak alleen voor, hebben het thuis niet breed, kunnen thuis niet altijd rekenen op (financiële) steun, en kunnen/durven daar niet altijd voor uit te komen. Die armoede isoleert nog meer en vergroot de reeds bestaande kloof met de welgestelde 'autochtone' student. De administratieve en financiële drempels die ze vaak alleen moeten nemen (vb. veel papierwerk om leningen, studiebeurzen in orde te maken) zijn erg vermoeiend en stresserend, en zorgen ervoor dat sommige studenten nauwelijks tijd hebben om te acclimatiseren eens ze zich in het hoger onderwijs bevinden. Armoede vreet omzeggens de motivatie weg, zeker wanneer men jaar na jaar met dezelfde problemen wordt geconfronteerd.

Aanbod op maat

Het is daarom belangrijk dat studenten heel snel weten bij wie ze voor wat terecht kunnen. Het hulpaanbod in het hoger onderwijs (en in de fase ervoor) moet dus goed uitgebouwd en erg zichtbaar zijn. Als er bijvoorbeeld 'academische problemen' zijn, dan moeten de studenten snel op de hoogte zijn van het feit dat ze inderdaad een probleem of achterstand in een bepaald vak of op het niveau van het (academisch) Nederlands hebben. Zie hier het belang van vroegtijdige en proactieve detectie en van begin assessments. De studenten moeten ook de moed hebben om gebruik te maken van de ondersteuning. Het belang van laagdrempelige ondersteuning moet een evidentie zijn, en mag niet negatief geconnoteerd zijn. Dat maakt deel uit van het 'welkomstbeleid' aan het hoger onderwijs. Tot slot moet de hulp natuurlijk ook effectief zijn. De studenten moeten het gevoel hebben dat ze geholpen worden. Zie hier het belang van maatwerk en persoonlijke begeleiding. Dit alles kan bijdragen aan een toename van de in- en doorstroom van 'allochtone' studenten zonder niveau- en kwaliteitsverlies van de universitaire opleidingen.

Een ticket voor maatschappelijk succes?

Al te vaak worden 'allochtone' studenten gezien als de spreekwoordelijke draadjes waaraan men liever niet teveel wil trekken uit vrees dat daardoor het (kwaliteitsvolle) onderwijsweefsel uit elkaar zal rafelen. Die conservatieve angstreflex is te begrijpen, maar ze is onterecht. Eigenlijk is er geen andere optie dan het vakkundig invlechten van 'allochtone' studenten in het hoger onderwijs omdat net het uitblijven van onderwijskundig succes bij 'allochtone' studenten veel kwalijker is. Willen we dus echt de 'allochtone' student in de aula's van onze universiteiten zien, dan is het van belang dat daar bijzonder snel en degelijk werk van wordt gemaakt. Dit kost centen, maar zal zich op termijn wel terugbetalen (en dus heus niet enkel financieel). De samenleving 'verkleurt' niet alleen, tevens is geweten dat een 'hoger diploma' nog steeds het beste ticket biedt voor een job - op voorwaarde dat de gehele samenleving bereid is die 'allochtone' studenten dat ticket te geven en op de arbeidsmarkt te laten verzilveren. Waar wachten beleidsmakers op?

Binnen de muren van de universiteit wordt de diversiteit die buiten de universiteitsmuren zo talrijk aanwezig is, nauwelijks weerspiegeld. Dit is jammer, niet alleen omdat het een oud zeer betreft, maar ook omdat onze samenleving steeds diverser wordt en de universiteit dus dreigt (en de facto al is) een 'blank eiland' te zijn in een erg gekleurde zee. Het is dan ook belangrijk dat enkele rectoren met de nodige klem hebben beweerd dat ze willen inzetten op de verhoging van de in- en doorstroom van 'allochtone studenten'. Zonder te willen veralgemenen en 'allochtone' studenten al te sterk in de slachtofferrol te willen duwen, maar de aandacht voor die groep is echt hoog nodig. Eigenlijk wordt hun (studie)traject al vanaf het begin bemoeilijkt, en dan bedoelen we dat het vaak al in het kleuteronderwijs en in het lager onderwijs fout loopt. Om nog maar te zwijgen van het feit dat in onze samenleving 'diversiteit', 'multiculturaliteit' doorgaans geen 'hoera-concepten' zijn. Maar laten we het even houden bij het secundair onderwijs, de fase die direct aan het hoger onderwijs voorafgaat. Uit nogal wat onderzoek blijkt dat 'allochtone' studenten zijn verwikkeld in een strijd om erkenning. Ze zijn de eerste slachtoffers van het watervalsysteem waarbij ze (al dan niet direct of verbloemd) te horen krijgen dat ze toch maar beter kiezen voor een opleiding die niet/minder voorbereidt op hogere studies. Daarnaast worden ze al te vaak met de bril van het vooroordeel bekeken en met nogal wat 'deficietdenken' geconfronteerd. Een voorbeeld? Wanneer een 'allochtone jongere' een zwakke voordracht houdt en dus wat met de formulering van diens woorden en zinnen worstelt, dan moet dat wel te wijten zijn aan het feit dat hij thuis geen Nederlands praat. Dat de student in kwestie gewoon kampt met stress, is niet altijd de eerste associatie die wordt gemaakt. Eenieder die onderzoek heeft gedaan over 'allochtone studenten in het onderwijs', wordt omzeggens overspoeld met dit soort ogenschijnlijk triviale voorbeelden. Wat die voorbeelden aantonen is dat de vanzelfsprekendheid die 'autochtone jongeren' ervaren op het niveau van erkenning van hun taal en identiteit, voor de 'allochtone jongeren' een permanente strijd blijft. Het gevolg is dat mede daardoor nogal wat 'allochtone' studenten reeds in het secundair onderwijs verward, onzeker, gedemotiveerd en schoolmoe zijn. Dat gevecht om erkenning wordt niet zelden gecontinueerd eens men toch de sprong naar het hoger/universitaire onderwijs heeft gemaakt. Bij gebrek aan een grote groep van 'allochtone' studenten nemen ze de 'tokenpositie' in, hetgeen betekent dat ze de spreekwoordelijke uitzondering zijn die de regel omtrent 'hun zwakke cultuur' bevestigt. Die positie gaat echter met een aantal kwalijke gevolgen gepaard. Zo is er het 'intruder' of 'imposter-effect'. "Als ik hier de enige in dat grote auditorium ben, mag ik hier dan wel zijn?" Er is ook het 'underdog-effect'. "Gezien ik hier de enige ben en gezien ik weet dat 'mijn groep' het niet goed doet, moet ik me extra bewijzen om anderen ervan te overtuigen dat ik hier wel degelijk op mijn plaats ben." Ook kan er sprake zijn van 'stereotype threat'. "Ik weet dat men over 'mijn groep' denkt dat die 'lui' en 'onbekwaam' is, dus ben ik extra op mijn hoede om deze stereotypen niet te bevestigen." Het voortdurend op zijn qui-vive zijn, creëert stress en een permanent gevoel van onbehagen waardoor de 'allochtone' student onderpresteert en dus uiteindelijk toch het stereotype van de 'zwakke cultuur' bevestigt. Belangrijk is op te merken dat dit vooral die jongeren treft die onderwijs net heel belangrijk vinden. Immers, wie onderwijs of succes onbelangrijk vindt, die zal zich door het bestaan van stereotypen niet laten beïnvloeden. En, of dat al niet genoeg is, voelen sommige 'allochtone' studenten aan dat ze zich moeten gedragen als 'blanke studenten' en dus hun 'identiteit' maar beter achterwege laten. 'Acting white', zo heet dat in het jargon. Zijn we nu klaar met de lijst? Neen. Het blijkt immers dat 'allochtone' studenten vaak ook moeite hebben met het aangaan van contact met 'autochtone' studenten. Als ze er al niet alleen voor staan, dan kunnen ze vaak enkel maar terecht bij 'allochtone' lotgenoten. Het punt is dat het niet altijd evident is voor 'autochtone' studenten om in groep openlijk te erkennen dat men goede vriendschapsrelaties heeft met 'allochtone' studenten. Dat is gelukkig niet altijd en overal het geval (!), maar zeggen dat 'interculturaliteit' een wezenlijk kenmerk is van de sociale relaties aan de universiteit (en in de maatschappij) is toch eerder de beschrijving van een fictie dan van een realiteit.Alles bij elkaar genomen, kan gezegd worden dat het hoger onderwijs vaak allesbehalve een 'veilige plek' voor 'allochtone' studenten is. Inzetten op een verhoging van de instroom van 'allochtone' studenten is dus cruciaal, al was het maar om een zekere 'critical mass' te krijgen die ervoor zorgt dat de hoger opgesomde effecten minder kunnen spelen. Die instroom bevorderen kan door de sprong van het secundair naar het hoger onderwijs te verkleinen. Leerlingen hebben er baat bij om ook al in het secundair onderwijs papers te leren schrijven, in contact te komen met 'academisch Nederlands', zicht te krijgen op het puntensysteem aan het hoger onderwijs, etc. Ook kan het hoger onderwijs gebaat zijn met het actief leggen van bruggen naar etnisch-culturele gemeenschappen. Niet dat dit nog niet gebeurt, maar er is toch een 'maatschappelijke wake up call' nodig. Wat ons betreft mag er gerust aan de alarmbel getrokken worden. De samenleving 'verkleurt', dus waarom dan niet de universiteit? Welk een potentieel gaat eigenlijk jaar na jaar verloren?Natuurlijk gaat het niet enkel over psychologische kwesties en kan het gebrek aan 'allochtone' studenten aan de universiteiten niet enkel begrepen worden vanuit een gebrek aan informatie. Ook andere factoren, zoals sociaal-economische, spelen een rol. Onderzoek toont aan dat 'allochtone' studenten vaak lijden aan 'silent poverty'. Ze staan er vaak alleen voor, hebben het thuis niet breed, kunnen thuis niet altijd rekenen op (financiële) steun, en kunnen/durven daar niet altijd voor uit te komen. Die armoede isoleert nog meer en vergroot de reeds bestaande kloof met de welgestelde 'autochtone' student. De administratieve en financiële drempels die ze vaak alleen moeten nemen (vb. veel papierwerk om leningen, studiebeurzen in orde te maken) zijn erg vermoeiend en stresserend, en zorgen ervoor dat sommige studenten nauwelijks tijd hebben om te acclimatiseren eens ze zich in het hoger onderwijs bevinden. Armoede vreet omzeggens de motivatie weg, zeker wanneer men jaar na jaar met dezelfde problemen wordt geconfronteerd.Het is daarom belangrijk dat studenten heel snel weten bij wie ze voor wat terecht kunnen. Het hulpaanbod in het hoger onderwijs (en in de fase ervoor) moet dus goed uitgebouwd en erg zichtbaar zijn. Als er bijvoorbeeld 'academische problemen' zijn, dan moeten de studenten snel op de hoogte zijn van het feit dat ze inderdaad een probleem of achterstand in een bepaald vak of op het niveau van het (academisch) Nederlands hebben. Zie hier het belang van vroegtijdige en proactieve detectie en van begin assessments. De studenten moeten ook de moed hebben om gebruik te maken van de ondersteuning. Het belang van laagdrempelige ondersteuning moet een evidentie zijn, en mag niet negatief geconnoteerd zijn. Dat maakt deel uit van het 'welkomstbeleid' aan het hoger onderwijs. Tot slot moet de hulp natuurlijk ook effectief zijn. De studenten moeten het gevoel hebben dat ze geholpen worden. Zie hier het belang van maatwerk en persoonlijke begeleiding. Dit alles kan bijdragen aan een toename van de in- en doorstroom van 'allochtone' studenten zonder niveau- en kwaliteitsverlies van de universitaire opleidingen. Al te vaak worden 'allochtone' studenten gezien als de spreekwoordelijke draadjes waaraan men liever niet teveel wil trekken uit vrees dat daardoor het (kwaliteitsvolle) onderwijsweefsel uit elkaar zal rafelen. Die conservatieve angstreflex is te begrijpen, maar ze is onterecht. Eigenlijk is er geen andere optie dan het vakkundig invlechten van 'allochtone' studenten in het hoger onderwijs omdat net het uitblijven van onderwijskundig succes bij 'allochtone' studenten veel kwalijker is. Willen we dus echt de 'allochtone' student in de aula's van onze universiteiten zien, dan is het van belang dat daar bijzonder snel en degelijk werk van wordt gemaakt. Dit kost centen, maar zal zich op termijn wel terugbetalen (en dus heus niet enkel financieel). De samenleving 'verkleurt' niet alleen, tevens is geweten dat een 'hoger diploma' nog steeds het beste ticket biedt voor een job - op voorwaarde dat de gehele samenleving bereid is die 'allochtone' studenten dat ticket te geven en op de arbeidsmarkt te laten verzilveren. Waar wachten beleidsmakers op?