'Ik beantwoord een e-mail nooit de dag zelf. Ik slaap er altijd een nachtje over.' Het was voormalig VRT-baas Tony Mary die me dat een paar jaar geleden tijdens een interview toevertrouwde. Curieus vond ik het, en ook niet erg efficiënt. Maar ondertussen ben ik er de voordelen van gaan inzien.
...

'Ik beantwoord een e-mail nooit de dag zelf. Ik slaap er altijd een nachtje over.' Het was voormalig VRT-baas Tony Mary die me dat een paar jaar geleden tijdens een interview toevertrouwde. Curieus vond ik het, en ook niet erg efficiënt. Maar ondertussen ben ik er de voordelen van gaan inzien. Er een hele nacht overheen laten gaan, lukt me zo goed als nooit. Maar een paar uur wachten voor ik reageer, heeft me al voor veel onheil behoed. Of het nu gaat om een lezer die op hoge poten op een van mijn artikels reageert, een vriend die een krenkende sms stuurt of de energieleverancier die laat weten dat mijn voorschotfactuur wordt verdubbeld. Hoe graag ik hen ook stante pede van antwoord zou willen dienen, ik doe het (meestal) niet meer. Zie het als het online equivalent van diep ademhalen en tot tien tellen. Het hoedt je voor aanstellerige weeklachten, venijnige aanvallen of andere berichten waar je vijf minuten later alweer spijt van hebt en je een paar uur later ronduit voor geneert.Het probleem is dat we de voorbije jaren net hebben afgeleerd om ons even te bezinnen voor we op een kwetsende of giftige boodschap reageren. Vorige week nog had ik er een gesprek over met een collega. Hij had een vreselijk betweterige e-mail ontvangen van een lezer, die hem niet voor het eerst de gordijnen injoeg. Toen ik aan het bureau van die anders zo minzame collega passeerde, zat hij zijn toetsenbord met keiharde aanslagen te mismeesteren. 'Ik heb zin om die man te slaan', siste hij, maar half lachend. Dus gaf ik hem de raad om zeker niet meteen te antwoorden. Ik vertelde hem zelfs over Tony Mary's gouden regel. Hij gaf me volmondig gelijk, maar vond het moeilijk om zich te bedwingen. Zo kwaad was hij. Vroeger, nog niet zo gek lang geleden, had je geen keuze. Was degene die je zo mateloos irriteerde of tegen wie je je hart in de gênantst mogelijk manier wou luchten niet in de buurt, dan waren er maar twee mogelijkheden: telefoneren of een brief schrijven. Belde je zo iemand ziedend op dan kalmeerde je meestal al een beetje na de tweede beltoon of ging het gesprek binnen de kortste keren een ongeplande richting uit. En een brief schrijven was zo'n gedoe dat je meestal halverwege het pennen al wat bedaarde, of toch minstens onderweg naar de postbus. Maar mensen schrijven elkaar haast geen brieven meer, en ook bellen doen we minder en minder. Nee, we openen een bericht, ergeren ons al aan de eerste zin en worden onder het lezen zo lastig dat elke nuance ons ontgaat. Vervolgens tikken we ijlings een antwoord in een sms-bericht, e-mail of chatrepliek. Eén druk op de knop en weg is het. En dan zitten we totaal opgedraaid op reactie te wachten. Om moe van te worden.Het verraderlijkst is dat al die onstuimige reacties nooit meer kunnen worden uitgewist. Je kunt die berichten zoveel deleten als je wilt, je gesprekspartner kan ze toch eindeloos blijven herlezen. Zo hebben driftige digitale gesprekken al menig werkrelatie, vriendschap of verhouding naar de knoppen geholpen. Ook al omdat misverstanden legio zijn bij een conversatie zonder stem, blik of lichaamstaal. Met her en der een verdwaalde emoticon als enige houvast word je al snel op het verkeerde been gezet.Hoog tijd voor onthaasting in onze conversaties dus. Even nadenken, iets anders doen, het bericht een paar keer herlezen, alles laten bezinken. Of de telefoon pakken. Iets uitpraten, letterlijk dan, wordt in deze digitale tijden al te veel onderschat. Met zo'n smartphone, daar kun je dus ook mee bellen. Denk ik toch.