Goed voor mijn streetcredibility is dit niet, maar ik moet het bekennen: ik heb nog nooit een echt trollenleger achter mij aan gekregen op Twitter. Terwijl ik me vaak verbaas over de hatelijke replieken die andere witte mannelijke journalisten krijgen, ben ik nog nergens voor op de vlucht moeten slaan. (De enige haatmail die ik me herinner, kwam ook maar van Jan Peumans.) Ik schrok dus een beetje van het aantal reacties dat ik kreeg nadat ik The Big Lebowski in een tweet 'een film voor prepubers' had gen...

Goed voor mijn streetcredibility is dit niet, maar ik moet het bekennen: ik heb nog nooit een echt trollenleger achter mij aan gekregen op Twitter. Terwijl ik me vaak verbaas over de hatelijke replieken die andere witte mannelijke journalisten krijgen, ben ik nog nergens voor op de vlucht moeten slaan. (De enige haatmail die ik me herinner, kwam ook maar van Jan Peumans.) Ik schrok dus een beetje van het aantal reacties dat ik kreeg nadat ik The Big Lebowski in een tweet 'een film voor prepubers' had genoemd. Die film van de gebroeders Coen is de grootste teleurstelling van deze lockdown waarin ik wat filmklassiekers probeer in te halen. All the President's Men staat op twee. De reacties waren natuurlijk niet zo zuur of bijtend als anders, ik klaag niet. Het waren vooral verwijzingen naar al die onnozele citaten uit de film, zoals ' This aggression will not stand, man' en ' Yeah, well, that's just, like, your opinion, man'. Het zijn zulke oneliners waarmee The Dude, Walter Sobchak en Donny - de drie hoofdpersonages - populair zijn geworden, maar waar ik niet meer om moet lachen. Die drie losers typeren een soort mannelijkheid die ik al lang vervelend vind, en waarvan ik trouwens dacht dat ze gedateerd was. The Big Lebowski kwam dan ook uit in 1998, meer dan twintig jaar geleden. Het geval wil dat ik tijdens deze lockdown ook eindelijk een kans heb gezien om naar The Sopranos te kijken. Ik dacht dat het me nooit meer zou lukken (6 seizoenen, 86 afleveringen), maar als we tot begin mei in quarantaine moeten en deze zomer niet op vakantie mogen, raak ik er dit jaar wel door. (Ik ben geen bingewatcher.) Tony Soprano, de maffiabaas uit New Jersey waar de reeks om draait, was voor het eerst te zien in 1999, dus maar één jaartje later dan The Dude. Soprano en zijn bendeleden lijken wel wat op The Dude en zijn vrienden - ze spreken ook in oneliners - maar schrijver en regisseur David Chase heeft er iets veel intelligenters mee gedaan. The Sopranos is op geen enkele manier verouderd, en de karakterschets van Tony Soprano is ook veel complexer en inventiever dan die van de meeste personages die vandaag televisiereeksen bevolken. De keuze om hem naar een psychiater te sturen, is natuurlijk al briljant, maar het is de hele manier waarop zijn familie- en beroepsleven overlappen die van The Sopranos een meesterwerk maakt. De antiheld is al even een saai cliché, maar Tony Soprano staat nog altijd grijnzend overeind.