Katrien*
...

'Een ver familielid heeft ooit zelfmoord gepleegd. Het was een taboe, er mocht vooral niet over gesproken worden. Hier bij de Zelfmoordlijn leer je vooral luisteren. Ik geef mensen de tijd om hun gedachten te verwoorden.'Na een moeilijk gesprek lig ik weleens wakker omdat ik een vraag niet heb gesteld. Dan reconstrueer ik het gesprek even op papier, zodat ik het de volgende keer beter aanpak.'Soms bellen mensen die helemaal niet taalvaardig zijn. Je voelt dat ze hun probleem amper kunnen verwoorden. Ze nemen de telefoon, bellen en... zeggen dan bijna niets. Dat ze die enorme drempel tóch hebben overwonnen, raakt mij diep.'Als de situatie acuut is, kan ik de paniek en de wanhoop bijna voelen. Dan pols ik of ze hulp kunnen aanvaarden. Vaak hebben ze al veel geprobeerd, maar zijn ze telkens teleurgesteld. Ooit ben ik met iemand blijven praten tot hij met de fiets bij de spoeddienst van het ziekenhuis was. Dan was hij tenminste niet meer alleen.'Toen een meisje belde dat ze haar moeder verloren had en ze door haar vader misbruikt werd, voelde ik me machteloos. Ik wilde te graag helpen. Maar je mag je niet verliezen in het opsommen van oplossingen. Vaak hebben mensen daar zélf al aan gedacht. Je moet genoeg afstand bewaren. Maar toen ze zei dat ze er nog een dag over zou nadenken, was ik toch opgelucht.''Toen mijn vrouw als vrijwilliger begon, heeft ze me een geweten geschopt. Ik had ook weleens een avond vrij, en ik wilde echt iets voor iemand betekenen. Bij de Zelfmoordlijn ben je er op iemands moeilijkste moment, en net dat schrok me eerst ook af. Wat als je net dan door het ijs zakt? Maar tijdens mijn eerste gesprek voelde ik een rust over mij neerdalen. Ik kon dit.'Ooit belde iemand bij wie ik lang alleen voorgekauwde antwoorden kreeg. Pas na twee uur voelde ik: nu hebben we echt contact. Dan moet je blijven luisteren, en vragen durven te stellen. Door de anonimiteit durven mensen te vertellen dat ze misbruikt zijn, of ontzettend eenzaam. We gaan donkere gedachten niet uit de weg, we zoeken ze zelfs op. Dat betekent niet dat er telkens gehuild wordt. Af en toe wordt er zelfs gelachen.'Soms zegt iemand op het einde dat hij toch zelfmoord gaat plegen. Of verbreekt hij de verbinding. Als het een jonge vader of moeder is, komt dat extra hard binnen: hoe moeten die kinderen verder? Maar ik heb het leren aanvaarden, omdat ik weet dat ik alles heb geprobeerd. Eén keer belde iemand een dag later terug. Of ze mij wilden zeggen dat ik zijn leven had gered. Daar trek ik me aan op.''Ik ben hier vrijwilliger omdat ik een gelukzak ben. Je moet gewoon een beetje menselijk zijn, echt geïnteresseerd zijn in iemand. Ik heb zelf veel meegemaakt, ik herken veel situaties. Als iemand mij vertelt dat hij geen idee heeft wat hij de volgende dag zal eten omdat hij blut is, antwoord ik niet: "Ga naar het OCMW, daar zullen ze je helpen." Omdat ik wéét dat het niet zo eenvoudig is.'Ik kan niet met iedereen praten, maar ik kan wél voor iedereen mijn hart openen. Ik probeer niemand op andere gedachten te brengen, wel inzicht te geven. Als iemand voor de trein wil springen, moet ik toch niet beslissen dat hij wél verder moet met zijn leven? Maar ik kan samen met hem onderzoeken of het wel klopt dat het geen zin meer heeft. Of er niets is wat zijn leven nog de moeite waard maakt. Als die persoon het gesprek dan afsluit met de woorden: "Dank je, het zal niet voor vandaag zijn", dan weet ik dat ik het verschil hebt gemaakt.'We hebben één voordeel: zij bellen ons. Er is dus nood aan een gesprek. Zelfs al is het soms gewoon om ons uit te schelden. Als iemand zo boos is maar het nergens kwijt kan, kan het enorm opluchten om die woede te mogen uiten.'