Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid waren er in België nog nooit zo veel mensen aan het werk: ruim 4,5 miljoen, en 'elk van hen draagt bij aan de creatie van de rijkdom die van ons land een van de welvarendste ter wereld maakt'. Het aantal werkenden nam sinds 2014 met 200.000 toe, het aantal werklozen daalde met 100.000. De regering-Michel ging voor 'jobs, jobs, jobs' en lijkt die doelstelling te hebben bereikt.
...

Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid waren er in België nog nooit zo veel mensen aan het werk: ruim 4,5 miljoen, en 'elk van hen draagt bij aan de creatie van de rijkdom die van ons land een van de welvarendste ter wereld maakt'. Het aantal werkenden nam sinds 2014 met 200.000 toe, het aantal werklozen daalde met 100.000. De regering-Michel ging voor 'jobs, jobs, jobs' en lijkt die doelstelling te hebben bereikt. Wie onder dat laagje vernis kijkt, stoot op een minder fraai verhaal. Om te beginnen ligt ons werkgelegenheidspercentage (hoeveel mensen op arbeidsleeftijd aan de slag zijn) veel lager dan dat van onze buurlanden, en zeker dan dat van Zweden, Denemarken en Finland. En dat in zo goed als elke leeftijdscategorie, zo blijkt uit gedetailleerde cijfers in het rapport van de Hoge Raad. Van de 20- tot 24-jarigen, bijvoorbeeld, werkt bij ons maar 38 procent. In Frankrijk is dat 49 procent, in Duitsland 65 en in Nederland 70 procent. Nog zorgwekkender wordt het als je nagaat hoeveel Belgen er niet werken, niet op zoek zijn naar werk en niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt: 38 procent. Dat is 10 procentpunt meer dan in onze buurlanden en de drie Scandinavische landen. En ons aantal inactieven neemt nog toe, de afgelopen 10 jaar met 5 procentpunt. De belangrijkste redenen die mensen voor hun inactiviteit opgeven zijn: het volgen van onderwijs, ziekte en (vooral bij vrouwen) de opvang van kinderen of zorgbehoevenden. Uit onderzoek blijkt dat het vooral gaat om laaggeschoolden, allochtonen en oudere werknemers die met vervroegd pensioen zijn. Waarom ligt het aantal inactieven bij ons hoger? En waarom stijgt het nog? Dat heeft zeker te maken met de prikkels die er in België zijn om niet te gaan werken. Het rapport van de Hoge Raad leert dat er almaar vaker een beroep wordt gedaan op het leefloon, dat nu pakweg 900 euro bedraagt: in 10 jaar tijd is het aantal begunstigden met bijna 70 procent gestegen. Opvallend: het aantal 25- tot 34-jarige leefloners is de voorbije 10 jaar meer dan verdubbeld: plus 118 procent. In Vlaanderen bedroeg de stijging zelfs 127 procent. De vraag dringt zich op: ligt die uitkering niet te hoog? En kun je ze niet te gemakkelijk krijgen? Ook aan de fiscaliteit schort er blijkbaar iets: je moet sneller belastingen betalen als werkende dan als leefloner. Een Nederlander die voor een laag loon werkt, betaalt 30 procent minder aan (para)fiscaliteit dan een Belg. Werken wordt door de fiscus bestraft, inactiviteit eerder beloond. Uit het rapport van de Hoge Raad blijkt voorts dat tussen 2008 en 2016 de werkloosheidsval bij ons is vergroot: het verschil tussen een werkloosheidsuitkering en het gemiddelde loon werd kleiner, ook al daalt de uitkering sneller - in onze buurlanden is dat verschil zeker 10 procentpunt groter. Dat is geen stimulans om te gaan werken. De Hoge Raad stelt dat de bevolking op arbeidsleeftijd vanaf 2020 zal afnemen in België en Vlaanderen. Er zullen zich, met andere woorden, minder jonge mensen op de arbeidsmarkt aanbieden. Dat komt bovenop ons stijgende aantal inactieven, en zal de groeivertraging nog versterken die we nu al merken door de brexit en een dreigende handelsoorlog. Ondanks een lage groei stevenen we af op spanningen op de arbeidsmarkt: vacatures raken niet nu al meer ingevuld. Volgens de Nationale Bank leiden die openstaande vacatures zelfs tot productiebeperkingen. Dat geldt vooral voor Vlaanderen en Brussel. Het aantal vacatures in knelpuntberoepen neemt niet af, de lijst is ook al jaren dezelfde. In Vlaanderen gaat het om schoonmaakpersoneel, technische beroepen, commerciële functies en beroepen in de gezondheidszorg en de hulp aan personen. Dat zijn vooral functies voor laag- en middengeschoolden. Ze worden nu vaak worden ingevuld door mensen uit Oost- en Zuid-Europa, maar ook landgenoten komen ervoor in aanmerking. Als we onze economie goed willen laten draaien, moeten we iets doen aan de grote groep inactieven, door tegelijkertijd de werkloosheid, het ziekteverzuim en het vervroegde pensioen aan te pakken en te sleutelen aan de vergoedingen en de fiscaliteit. Tenzij meer mensen bijdragen aan onze rijkdom, wordt het moeilijker om een van welvarendste landen van de wereld te blijven.