Nooit werden in het recente verleden zo'n drastische maatregelen genomen, en nooit werden in het recente verleden de sociaaleconomische effecten van het overheidsbeleid op de bevolking zo beperkt gemonitord. Dit komt omdat enkele grote bevragingen zijn stilgelegd, die gegevens verzamelen over het wel en wee van de bevolking: bijvoorbeeld de Survey over inkomen en levensomstandigheden (EU-SILC) heeft de verzameling van gegevens onderbroken, net als de Survey over Gezondheid, Veroudering en Pensionering (SHARE).

Ook eenmalige enquêtes, zoals de TAKE Survey, over de mate waarin mensen hun sociale rechten niet opnemen, liggen stil. Daar zijn goede redenen voor: we dienen in deze tijden zowel de interviewers als de geïnterviewden te beschermen en te voorkomen dat deze bevragingen, die samen enkele tienduizenden mensen bereiken, een katalysator zijn voor de verspreiding van het coronavirus. Het maakt ook pijnlijk duidelijk dat we erg weinig weten over hoe de bevolking deze unieke tijden beleeft, welke noden onvervuld zijn, en welke onvoorziene (positieve en negatieve) gevolgen deze crisis en de bijhorende maatregelen hebben.

De toevalssteekproef: een essentieel puzzelstuk in de strijd tegen de coronacrisis.

Gelukkig werden wel nieuwe initiatieven opgezet. De grote beperking van deze initiatieven is echter dat deze meestal niet met een representatieve steekproef werken. Met andere woorden, deze leren veel over de deelnemers van de enquête, maar je kan de resultaten niet zomaar veralgemenen naar de bevolking. Dat kan alleen als je een toevalssteekproef hebt, waarbij mensen 'random' worden geselecteerd om deel te nemen aan de studie.

Het grootste gemis in deze tijden, is misschien wel het gebrek aan een toevalssteekproef die getest wordt op het coronavirus. Hoeveel mensen zijn al besmet (geweest)? We weten het niet. Hoeveel mensen die het virus oplopen belanden ook in het ziekenhuis? Wat is de mortaliteitsratio? In welke mate kan het aantal mensen die het virus oplopen zonder ernstige symptomen voorspellen hoeveel ziekenhuisopnames nodig zullen zijn? We weten het niet, niet, niet. Nochtans gaat het om essentiële informatie om goed te kunnen plannen en te weten wanneer we welke maatregelen weer kunnen afbouwen.

Zoals Steven Van Gucht gisteren nog door VRT liet optekenen, is het niet mogelijk om 11 miljoen Belgen te testen op besmetting met het coronavirus. Maar ook hier geldt dat dit ook niet nodig is om deze vragen te beantwoorden: met een goede toevalssteekproef is dat wél mogelijk.

Daarom is het verbazingwekkend dat de 'nood-toevalssteekproef' niet figureert tussen de vele en sterke noodmaatregelen die werden genomen. Het zou nochtans tegen een beperkte kost deze essentiële informatie kunnen leveren, zeker wanneer dezelfde personen over verschillende maanden (en eventueel jaren) worden opgevolgd. Bovendien zou deze steekproef niet enkel medisch kunnen worden getest en opgevolgd, maar ook in termen van mentaal, fysiek en materieel welbevinden. Bij kinderen en jongeren zouden we bij dezelfde steekproef kunnen meten hoe het thuisonderwijs verloopt. De noodsteekproef zou helpen te begrijpen hoe het coronavirus zich verspreid onder de bevolking (geografisch, maar ook van rijk naar arm of omgekeerd, en over leeftijdsgroepen heen); hoe COVID-19 en de maatregelen die overheden, ziekenhuizen en werkgevers hebben getroffen interageren met de fysieke en mentale gezondheid van mensen; wie het meest wordt getroffen door de crisis; of de genomen sociaaleconomische maatregelen voldoende effectief zijn om de sociale impact te verzachten; en waar ze zouden moeten worden bijgestuurd.

Bovendien zou zo'n survey kunnen helpen om in de toekomst een beter geïnformeerde kosten-batenanalyse uit te voeren, en essentiële informatie kunnen opleveren om de economie zo efficiënt en effectief mogelijk terug op te starten eens de gezondheidssituatie onder controle is. Daarom federale en regionale regeringen: voer nu de noodsteekproef in.

Tim Goedemé is Senior Research Officer aan het Institute for New Economic Thinking, University of Oxford en Onderzoeksleider aan het Centrum voor Sociaal Beleid - Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen.

Nooit werden in het recente verleden zo'n drastische maatregelen genomen, en nooit werden in het recente verleden de sociaaleconomische effecten van het overheidsbeleid op de bevolking zo beperkt gemonitord. Dit komt omdat enkele grote bevragingen zijn stilgelegd, die gegevens verzamelen over het wel en wee van de bevolking: bijvoorbeeld de Survey over inkomen en levensomstandigheden (EU-SILC) heeft de verzameling van gegevens onderbroken, net als de Survey over Gezondheid, Veroudering en Pensionering (SHARE).Ook eenmalige enquêtes, zoals de TAKE Survey, over de mate waarin mensen hun sociale rechten niet opnemen, liggen stil. Daar zijn goede redenen voor: we dienen in deze tijden zowel de interviewers als de geïnterviewden te beschermen en te voorkomen dat deze bevragingen, die samen enkele tienduizenden mensen bereiken, een katalysator zijn voor de verspreiding van het coronavirus. Het maakt ook pijnlijk duidelijk dat we erg weinig weten over hoe de bevolking deze unieke tijden beleeft, welke noden onvervuld zijn, en welke onvoorziene (positieve en negatieve) gevolgen deze crisis en de bijhorende maatregelen hebben. Gelukkig werden wel nieuwe initiatieven opgezet. De grote beperking van deze initiatieven is echter dat deze meestal niet met een representatieve steekproef werken. Met andere woorden, deze leren veel over de deelnemers van de enquête, maar je kan de resultaten niet zomaar veralgemenen naar de bevolking. Dat kan alleen als je een toevalssteekproef hebt, waarbij mensen 'random' worden geselecteerd om deel te nemen aan de studie. Het grootste gemis in deze tijden, is misschien wel het gebrek aan een toevalssteekproef die getest wordt op het coronavirus. Hoeveel mensen zijn al besmet (geweest)? We weten het niet. Hoeveel mensen die het virus oplopen belanden ook in het ziekenhuis? Wat is de mortaliteitsratio? In welke mate kan het aantal mensen die het virus oplopen zonder ernstige symptomen voorspellen hoeveel ziekenhuisopnames nodig zullen zijn? We weten het niet, niet, niet. Nochtans gaat het om essentiële informatie om goed te kunnen plannen en te weten wanneer we welke maatregelen weer kunnen afbouwen. Zoals Steven Van Gucht gisteren nog door VRT liet optekenen, is het niet mogelijk om 11 miljoen Belgen te testen op besmetting met het coronavirus. Maar ook hier geldt dat dit ook niet nodig is om deze vragen te beantwoorden: met een goede toevalssteekproef is dat wél mogelijk.Daarom is het verbazingwekkend dat de 'nood-toevalssteekproef' niet figureert tussen de vele en sterke noodmaatregelen die werden genomen. Het zou nochtans tegen een beperkte kost deze essentiële informatie kunnen leveren, zeker wanneer dezelfde personen over verschillende maanden (en eventueel jaren) worden opgevolgd. Bovendien zou deze steekproef niet enkel medisch kunnen worden getest en opgevolgd, maar ook in termen van mentaal, fysiek en materieel welbevinden. Bij kinderen en jongeren zouden we bij dezelfde steekproef kunnen meten hoe het thuisonderwijs verloopt. De noodsteekproef zou helpen te begrijpen hoe het coronavirus zich verspreid onder de bevolking (geografisch, maar ook van rijk naar arm of omgekeerd, en over leeftijdsgroepen heen); hoe COVID-19 en de maatregelen die overheden, ziekenhuizen en werkgevers hebben getroffen interageren met de fysieke en mentale gezondheid van mensen; wie het meest wordt getroffen door de crisis; of de genomen sociaaleconomische maatregelen voldoende effectief zijn om de sociale impact te verzachten; en waar ze zouden moeten worden bijgestuurd. Bovendien zou zo'n survey kunnen helpen om in de toekomst een beter geïnformeerde kosten-batenanalyse uit te voeren, en essentiële informatie kunnen opleveren om de economie zo efficiënt en effectief mogelijk terug op te starten eens de gezondheidssituatie onder controle is. Daarom federale en regionale regeringen: voer nu de noodsteekproef in.Tim Goedemé is Senior Research Officer aan het Institute for New Economic Thinking, University of Oxford en Onderzoeksleider aan het Centrum voor Sociaal Beleid - Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen.