Het Monitoringcomité stelt dat het interfederaal structureel begrotingstekort is opgelopen tot 1,5 procent van het bbp of 7,3 miljard euro. Hierbij zijn toch wel een aantal kritische vragen te stellen.

Vooreerst, waar komt dat bedrag nu plotseling uit? Is dit al geweten van voor de verkiezingen? Bovendien moet er ook eens de vraag worden gesteld wat het statuut is van dit comité en welke wettelijke basis het heeft. Het verleden heeft al bewezen dat de cijfers van dit comité uiteindelijk naar beneden moesten herzien worden en dit om allerlei redenen.

De sociale zekerheid blijft het zorgenkind van het budget.

De Hoge Raad Financiën geeft in zijn advies van juli 2019 de volgende cijfers weer over het tekort over 2018. Zo is het vorderingssaldo minus 0,2 procent van het bbp voor de federale overheid en min 0,5 procent voor de deelstaten of tezamen min 0,7 procent van het bbp. Het tekort van de deelstaten situeert zich rond de 2,1 miljard euro (Vlaanderen heeft een tekort van 705 miljoen euro, de Franse Gemeenschap 250 miljoen, het Waalse Gewest 690 miljoen, het Brussels Gewest zit 368 miljoen in het rood, de Duitstalige Gemeenschap min 3,1 miljoen et cetera).

Maar in vergelijking met 2014 is de toestand onder de Zweedse regering van Charles Michel (MR) fors verbeterd. Inderdaad, over het jaar 2014 was het tekort -3,1 procent en in 2018 is dit geëindigd op een tekort van 0,7 procent. Trouwens, het laatste IMF-rapport is globaal positief over het gevoerde beleid.

Veel van de begrotingsregels zijn gerelateerd met het begrip bbp en daarover valt ook wel iets te zeggen.

BBP discussie

Het bruto binnenlands product dateert uit 1934 en was een vraag van de toenmalige Amerikaanse President F.D. Roosevelt. Tot op heden is het bbp nog steeds een populaire berekeningsmethode om de economische omvang alsook de welvaart van een land te meten.

Alleen bevat dit bbp weinig over onderwijs en medische zorgen, ondanks het feit dat dit dure budgettaire posten zijn. Ook de zwarte economie is niet meegerekend. U weet wel: als men de auto herstelt zonder factuur en de poetsvrouw onder tafel wordt betaald.

Professor Friedrich Schneider van de Kepler Universiteit te Linz denkt dat de zwarte economie in dit land 15 procent van het bbp bedraagt.

Als dat zo zou zijn, dan verhoogt ons officieel bbp van zowat 450 miljard euro naar 518 miljard euro. Dit heeft tot gevolg dat het begrotingstekort lager komt te liggen.

Trouwens, al de berekeningen ten aanzien van het bbp zijn irrealistisch voor een overheid. Al is het maar omdat het bbp niet echt berekenbaar is en het ook niet van de overheid is. De realistische aanpak is te kijken naar de daadwerkelijke ontvangsten van de overheden versus de echte uitgaven.

Canada

Maar waarom loopt het nu toch opnieuw mis met het tekort? Het kan niet liggen aan de uitgaven, want die staan vast op het niveau van de begroting 2018 door toepassing van de voorlopige kredietenwet.

Maar de economische groei loopt terug met zowat een derde: van 1,8 procent naar 1,2 procent. Een ander element is ook het gebrek aan te weinig structurele besparingen en het nalaten om keuzen te maken.

Bij ons blijft de overheid alles doen en krijgt men elk jaar wat minder, wat resulteert in een niet-werking. Het feit dat Nederland een overschot heeft van 12 miljard euro, is te relateren met het maken van keuzen betreffende de overheidstaken en ook de sanering van de arbeidsmarkt.

De activiteitsgraad is wel gestegen onder deze regering, maar ligt nog steeds onder het EU-gemiddelde. Het bereiken van dit gemiddelde zou een meer dan positief gevolg hebben voor de openbare financiën.

Ook het gebrekkig niveau van de overheidsinvesteringen spelen een rol. Die liggen momenteel (2018) op 2,39 procent van het bbp. Een hogere economische groei kan ook behaald worden met het opkrikken van deze investeringen.

Dat er niet bespaard meer kan worden in dit land, slaat op niets.

Desalniettemin blijft het budgettair zorgenkind de sociale zekerheid. Dat budget van quasi 100 miljard euro ontsnapt aan de politieke alsook parlementaire controle. Bovendien blijkt niemand in dit land te weten wat het gezamenlijk resultaat is van alle mogelijke financieringsbronnen voor de sociale zekerheid en ook het beheer van de uitgaven is niet het grootse voorbeeld van een goed beheer.

Een besparingsronde gaat zich vooral toespitsen op die sociale zekerheid. Eventueel is een gedeeltelijke defederalisering een oplossing. Kijk naar Canada. Daar moeten de provincies opdraaien voor de pensioenen van hun ambtenaren. Bovendien dekt de federale sociale zekerheid niet de geneesmiddelen op voorschrift, de tandverzorging en de brillen. Daarvoor moeten de Canadese deelstaten zelf financieringssystemen uitwerken.

Maar dat er niet bespaard meer kan worden in dit land, slaat op niets. Met een overheidsbeslag van 52 procent zit er zeker nog budgettair vet op de begrotingssoep.

Regering van verliezers

De maatregelen zullen van de politieke wereld moeten komen. Maar de uitslag van 26 mei gaf een duidelijke scheidingslijn aan tussen Vlaanderen, dat rechts van het centrum stemt, en Wallonië alsook Brussel dat links stemt. Een deel van beide kampen zullen evenwel samen nodig zijn voor de vorming van een federale regering. Bovendien zijn, naast de ideologische tegenstellingen, ook de resultaten van 26 mei jongstleden problematisch. Veel partijen van de toekomstige regering zullen verliezers zijn van de verkiezingen. Dat maakt het nog moeilijker om een akkoord te bereiken. Tenslotte stelt er zich nog het oude probleem van de hoeveelheid aan partijen dat nodig is voor een coalitie.

De sense of urgency is nog niet echt van toepassing, omdat we nog maar twee maanden na de verkiezingen zijn en de rente historisch laag staat.

De kiezers stemmen nooit een beleid weg. Ze doen dat enkel bij een gebrek aan beleid.

Desalniettemin moeten er ernstige maatregelen worden genomen. Want de overheden leven boven hun stand. In principe hebben de toekomstige federale regeringspartijen een politiek voordeel.

Inderdaad, de volgende verkiezingen zijn pas in mei 2024. Maar dan moeten er wel vanaf het begin van de legislatuur structurele maatregelen worden genomen. Het heeft geen zin daaraan halfweg te beginnen. De snelle uitvoering van dergelijke maatregelen gaat dan wel zijn budgettaire vruchten afwerpen tegen 2024. Want de kiezers stemmen nooit een beleid weg. Ze doen dat enkel bij een gebrek aan beleid. Op naar een budgettair evenwicht in 2024?