Naast onderzoeker aan de Onderzoeksgroep Tolkwetenschap van de KU Leuven, campus Antwerpen, ben ik ook als sociaal tolk Frans werkzaam. Een paar weken geleden werd ik door het Agentschap Integratie en Inburgering van de Vlaamse overheid opgeroepen om te tolken tijdens een oudercontact op een middelbare school, ergens in Vlaams-Brabant. Er waren die dag heel wat anderstalige ouders aanwezig op het oudercontact, aangezien zij met hun kinderen nog niet zo lang in België woonden. De kinderen zaten nog in een OKAN-klas. Naast een tolk Frans, werden er door de school ook tolken Arabisch en Spaans aangevraagd bij het Agentschap Integratie en Inburgering.

De sociaal tolken schreeuwen om hulp.

Het Agentschap Integratie en Inburgering vond tolken Frans en Arabisch, maar geen tolk Spaans. De school had er dan niet beter op gevonden dan een leerling te laten tolken die naast Spaans ook voldoende Nederlands sprak. Die leerling kreeg tijdens het oudercontact dat hij moest tolken dan vertrouwelijke informatie te horen over klasgenoten. Daarnaast heeft hij nooit enige opleiding gekregen in de deontologische principes van de sociaal tolk en heeft hij evenmin weet van de specifieke tolktechnieken die eigen zijn aan het beroep van sociaal tolk.

Het is onbegrijpelijk dat anno 2018 nog steeds gesprekken met anderstaligen moeten plaatsvinden zonder bijstand van een professionele sociaal tolk. Het Agentschap Integratie en Inburgering had aan de school ook kunnen voorstellen om een telefoontolk in te schakelen, in plaats van een tolk ter plaatse. Daarnaast is het bedroevend dat hulpverleners niet op de hoogte zijn van de gevaren van niet-professionele tolken. Bovendien moeten we ons ook de vraag durven stellen of er wel voldoende gecertificeerde tolken verbonden zijn aan het Agentschap Integratie en Inburgering.

Het is niet normaal dat er zo weinig tolken beschikbaar zijn voor een veelvoorkomende taal als het Spaans. Ik hoor vaak van medetolken dat zij de certificeringsproef bij het Agentschap wel willen afleggen, maar dat er enorme wachtlijsten zijn en dat de communicatie heel moeizaam verloopt. Daarnaast zijn de tarieven te laag voor professionele tolken, waardoor de functie van sociaal tolk wel erg onaantrekkelijk wordt.

Hoe kan een succesvolle integratie van nieuwkomers slagen, als de nieuwkomers al van bij het begin uitgesloten worden van deelname aan de maatschappij?

De werknemers en de directie van het Agentschap Integratie en Inburgering doen zonder enige twijfel hun uiterste best met de weinige middelen die ze hebben. Het is bijna heroïsch hoe zij met zo weinig zo veel kunnen doen en de dienst toch draaiende houden. Daarom moet de bevoegde minister en met uitbreiding de hele Vlaamse regering zich de vraag stellen hoe belangrijk de toegang van anderstalige nieuwkomers tot de samenleving wel is en hoeveel ze aan die doelstelling willen spenderen. Hoe kan een succesvolle integratie van nieuwkomers slagen, als de nieuwkomers al van bij het begin uitgesloten worden van deelname aan de maatschappij?

De stad Mechelen is een samenwerking met het Agentschap Integratie en Inburgering aangegaan om tegemoet te komen aan het tekort aan sociaal tolken. De taalhulp is een vrijwillige tolk die een korte opleiding heeft genoten, maar niet gecertificeerd werd. Er is dus geen enkele garantie dat de tolk kennis heeft van tolktechnieken en van de deontologie. De invoering van de functie van taalhulp zal dus weinig zoden aan de dijk brengen om de toegang van de anderstalige nieuwkomers tot alle facetten van de samenleving in Vlaanderen te verbeteren.

Maarten Wijnants is wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoeksgroep Tolkwetenschap van de KU Leuven, campus Sint-Andries Antwerpen. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.