In de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart heeft het Forum voor Democratie, de extreemrechtse identitaire partij van Thierry Baudet, een monsterscore neergelegd. De partij haalde 13 zetels binnen en wordt de grootste fractie in de Eerste Kamer. De verkiezing illustreert de gevaarlijke trend die we momenteel overal in het Westen waarnemen: een flink deel van de kiezers is bereid te stemmen op illiberale partijen die een groot segment van de bevolking op basis van herkomst, ras of geloof uitsluiten uit de nationale gemeenschap, en niet geloven in door de mens veroorzaakte klimaatopwarming. En dat is een endemisch gebrek van het democratische proces.

Populisme

De benaming 'populisme', die men pleegt te geven een bepaald soort discours dat in hoofdzaak gekenmerkt wordt door haat tegenover minderheden en ongeloof in wetenschappelijke feiten omtrent klimaatopwarming, is eigenlijk misleidend. Het impliceert namelijk dat dit een fenomeen is dat op een of andere manier 'buiten' de democratie staat, dat het een 'extern virus' zou zijn dat de democratie besmet. In realiteit is het eigenlijk een product van het democratische bestel.

De overwinning van Baudet in Nederland legt een fundamenteel probleem van de democratie bloot.

Een democratie wordt namelijk gekenmerkt door het principe dat niet de goedheid of morele aanvaardbaarheid van ideeën hun bestuurlijke impact moet bepalen, maar hun populariteit. Deze categorieën vallen echter niet noodzakelijk samen, wel integendeel. Retoriek en beleid die appeleren aan de lage impulsen en emoties van de mens lonen electoraal enorm, en gezien partijen in een democratie als enig doel hebben om stemmen te halen, worden ze systematisch gestimuleerd zich daarvan te bedienen. Partijen die daar principieel van afzien, worden weggeconcureerd door politieke formaties met minder morele scrupules.

Erkenning

Hoe kunnen we dit inherente probleem van de democratie aanpakken? Eerst en vooral door het als zodanig te erkennen. Radicaal-rechts identitarisme zal niet verdwijnen als we elkaar maar genoeg knuffels geven en kumbaya zingen rond een kampvuur: er moeten concrete maatregelen tegen genomen worden.

Democratie is een politiek systeem dat gebouwd is rond een ordentelijke en vreedzame uitdrukking van politieke diversiteit. De ruimte afbakenen waarbinnen zo'n diversiteit mag bestaan, is daarom van cruciaal belang. Als maatschappij moeten we beslissen dat er bepaalde zaken zijn waarover we geen meningsverschillen willen toestaan. Eén daarvan is haat. Haat is geen mening, het is een morele ziekte. Meestal erkennen we dat ook: als een partij uitsluitende en haatdragende retoriek zou hanteren tegenover vrouwen, homoseksuelen of Joden, zou dat op universele veroordeling kunnen rekenen. Voor moslims, maar ook steeds vaker transgenders, wordt er echter een - onterechte - uitzondering gemaakt op deze regel.

Waarover ook geen verschil mag bestaan, is de aard van de realiteit. De wetenschappelijke consensus moet altijd het startpunt vormen voor politieke standpunten en beleid. Er mag nooit een situatie ontstaan waarin elke strekking zijn 'eigen' werkelijkheid heeft. Verschillen tussen partijen en politieke ideologieën moeten dus niet gefundeerd zijn op welke groep(en) men haat, of welke wetenschappelijke feiten men gelooft, maar op waarden, beleid en belangenvertegenwoordiging.

Oplossing

Een belangrijke stap in de strijd tegen populisme is het invoeren van een cordon sanitaire. Dit hoeft niet op formele wijze te gebeuren: het volstaat dat fatsoenlijke partijen ruggengraat tonen en principieel weigeren samen te werken met partijen die een haatdragend of anti-wetenschappelijk discours aan de dag leggen. Radicaal-rechtse partijen halen vooralsnog geen absolute meerderheden in de meeste Europese landen, zeker daar waar het kiesstelsel proportioneler is. Het is perfect mogelijk om zonder hen te besturen.

Een andere mogelijke maatregel wordt o.m. bepleit door Afrikaanse topeconome Dambisa Moyo in haar recente boek Edge of Chaos: het invoeren van stemtests. Dit kan eventueel per thema, en op basis van de uitslag zou men dan 'stempunten' kunnen uitreiken aan de burger. Op die manier zou men zich er tenminste van kunnen verzekeren dat de kiezer enig benul heeft van het onderwerp waarover hij moet stemmen. Wie niet weet van welke grootorde jaarlijkse migratie naar ons land is, of welk aandeel daarvan afkomstig is van verplaatsingsvrijheid binnen de EU, zou misschien best geen invloed hebben op ons migratiebeleid.

Ten slotte is ook vergrondrechtelijking een essentieel werktuig om populisme te bestrijden. In een liberaal land zijn er nu eenmaal zaken die niet moeten openstaan voor stemming, met name de individuele vrijheid van eenieder om binnen grenzen van openbare orde en gelijke rechten te doen wat hij of zij wil. Zulke rechten moeten goed verankerd zijn in de grondwet en internationale verdragen, met name Europese. Ten dele zijn ze dat al, maar dat proces moet doorgetrokken en gecementeerd worden.

Voor het eerst in 70 jaar speelt Europa wederom met iets zeer gevaarlijks. Laten we het deze keer op tijd in de kiem smoren voor het uit de hand loopt.

In de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart heeft het Forum voor Democratie, de extreemrechtse identitaire partij van Thierry Baudet, een monsterscore neergelegd. De partij haalde 13 zetels binnen en wordt de grootste fractie in de Eerste Kamer. De verkiezing illustreert de gevaarlijke trend die we momenteel overal in het Westen waarnemen: een flink deel van de kiezers is bereid te stemmen op illiberale partijen die een groot segment van de bevolking op basis van herkomst, ras of geloof uitsluiten uit de nationale gemeenschap, en niet geloven in door de mens veroorzaakte klimaatopwarming. En dat is een endemisch gebrek van het democratische proces.De benaming 'populisme', die men pleegt te geven een bepaald soort discours dat in hoofdzaak gekenmerkt wordt door haat tegenover minderheden en ongeloof in wetenschappelijke feiten omtrent klimaatopwarming, is eigenlijk misleidend. Het impliceert namelijk dat dit een fenomeen is dat op een of andere manier 'buiten' de democratie staat, dat het een 'extern virus' zou zijn dat de democratie besmet. In realiteit is het eigenlijk een product van het democratische bestel.Een democratie wordt namelijk gekenmerkt door het principe dat niet de goedheid of morele aanvaardbaarheid van ideeën hun bestuurlijke impact moet bepalen, maar hun populariteit. Deze categorieën vallen echter niet noodzakelijk samen, wel integendeel. Retoriek en beleid die appeleren aan de lage impulsen en emoties van de mens lonen electoraal enorm, en gezien partijen in een democratie als enig doel hebben om stemmen te halen, worden ze systematisch gestimuleerd zich daarvan te bedienen. Partijen die daar principieel van afzien, worden weggeconcureerd door politieke formaties met minder morele scrupules. Hoe kunnen we dit inherente probleem van de democratie aanpakken? Eerst en vooral door het als zodanig te erkennen. Radicaal-rechts identitarisme zal niet verdwijnen als we elkaar maar genoeg knuffels geven en kumbaya zingen rond een kampvuur: er moeten concrete maatregelen tegen genomen worden.Democratie is een politiek systeem dat gebouwd is rond een ordentelijke en vreedzame uitdrukking van politieke diversiteit. De ruimte afbakenen waarbinnen zo'n diversiteit mag bestaan, is daarom van cruciaal belang. Als maatschappij moeten we beslissen dat er bepaalde zaken zijn waarover we geen meningsverschillen willen toestaan. Eén daarvan is haat. Haat is geen mening, het is een morele ziekte. Meestal erkennen we dat ook: als een partij uitsluitende en haatdragende retoriek zou hanteren tegenover vrouwen, homoseksuelen of Joden, zou dat op universele veroordeling kunnen rekenen. Voor moslims, maar ook steeds vaker transgenders, wordt er echter een - onterechte - uitzondering gemaakt op deze regel.Waarover ook geen verschil mag bestaan, is de aard van de realiteit. De wetenschappelijke consensus moet altijd het startpunt vormen voor politieke standpunten en beleid. Er mag nooit een situatie ontstaan waarin elke strekking zijn 'eigen' werkelijkheid heeft. Verschillen tussen partijen en politieke ideologieën moeten dus niet gefundeerd zijn op welke groep(en) men haat, of welke wetenschappelijke feiten men gelooft, maar op waarden, beleid en belangenvertegenwoordiging.Een belangrijke stap in de strijd tegen populisme is het invoeren van een cordon sanitaire. Dit hoeft niet op formele wijze te gebeuren: het volstaat dat fatsoenlijke partijen ruggengraat tonen en principieel weigeren samen te werken met partijen die een haatdragend of anti-wetenschappelijk discours aan de dag leggen. Radicaal-rechtse partijen halen vooralsnog geen absolute meerderheden in de meeste Europese landen, zeker daar waar het kiesstelsel proportioneler is. Het is perfect mogelijk om zonder hen te besturen.Een andere mogelijke maatregel wordt o.m. bepleit door Afrikaanse topeconome Dambisa Moyo in haar recente boek Edge of Chaos: het invoeren van stemtests. Dit kan eventueel per thema, en op basis van de uitslag zou men dan 'stempunten' kunnen uitreiken aan de burger. Op die manier zou men zich er tenminste van kunnen verzekeren dat de kiezer enig benul heeft van het onderwerp waarover hij moet stemmen. Wie niet weet van welke grootorde jaarlijkse migratie naar ons land is, of welk aandeel daarvan afkomstig is van verplaatsingsvrijheid binnen de EU, zou misschien best geen invloed hebben op ons migratiebeleid. Ten slotte is ook vergrondrechtelijking een essentieel werktuig om populisme te bestrijden. In een liberaal land zijn er nu eenmaal zaken die niet moeten openstaan voor stemming, met name de individuele vrijheid van eenieder om binnen grenzen van openbare orde en gelijke rechten te doen wat hij of zij wil. Zulke rechten moeten goed verankerd zijn in de grondwet en internationale verdragen, met name Europese. Ten dele zijn ze dat al, maar dat proces moet doorgetrokken en gecementeerd worden.Voor het eerst in 70 jaar speelt Europa wederom met iets zeer gevaarlijks. Laten we het deze keer op tijd in de kiem smoren voor het uit de hand loopt.