Lijstjes scheppen orde in de chaos. Dat geldt zeker ook voor lijstjes die de economische prestaties van landen rangschikken. De Nederlandse econoom Mathijs Bouman amuseert zich al enkele jaren met de samenstelling van een 'ranglijst der ranglijsten'. En terwijl Nederland daar heel goed uitkomt, doet België het erg slecht.
...

Lijstjes scheppen orde in de chaos. Dat geldt zeker ook voor lijstjes die de economische prestaties van landen rangschikken. De Nederlandse econoom Mathijs Bouman amuseert zich al enkele jaren met de samenstelling van een 'ranglijst der ranglijsten'. En terwijl Nederland daar heel goed uitkomt, doet België het erg slecht. Het is een terugkerend fenomeen op het eind van de zomer: wanneer de meeste internationale ranglijsten die iets proberen te zeggen over de kracht van de economie zijn gepubliceerd, stroopt Bouman zijn mouwen op. De columnist bij Het Financieele Dagblad en 'huiseconoom' van het Nederlandse tv-programma Nieuwsuur slaat dan aan het rekenen, en maakt een optelsom van vijf gerenommeerde lijsten die de rijke industrielanden met elkaar vergelijken. 'Twee daarvan, de World Competitiveness Ranking en de Global Competitiveness Index, meten de concurrentiekracht,' legt Bouwman uit, 'maar ze doen dat op zo'n verschillende manier dat ik ze allebei gebruik. De derde ranglijst, de Global Innovation Index, stelt de innovatiekracht in de economie vast. De kwaliteit van de bredere economie, inclusief gezondheid en onderwijs, komt tot uiting in de Human Development Index. En als vijfde is er de World Happiness Ranking, die aan de hand van harde indicatoren landen rangschikt volgens geluk. Want uiteindelijk gaat het daar natuurlijk om.' Vervolgens geeft Bouman het land dat als eerste prijkt op een ranglijst één punt, nummer twee krijgt twee punten enzovoort. Hij telt de punten van elk land op, en zo komt hij aan een eindstand. Bouman kan het ook niet helpen, maar Nederland schittert al jaren in zijn 'ranglijst der ranglijsten'. Onze noorderburen hebben de op één na beste economie ter wereld, en hoeven alleen Zwitserland te laten voorgaan. 'In geen van de onderliggende ranglijsten komt Nederland in de top drie voor, maar we doen het ook nooit slechter dan plaats tien. Door die consistente score eindigen we in de totaalstand toch op twee', becommentarieert Bouman. Hoe anders is het resultaat voor België. Wij komen op Boumans metaranglijst pas als twintigste land uit de bus. Op elk van de vijf ranglijsten die hij meetelt, cirkelt België rond de 20e plaats. Neem de World Competitiveness Ranking van het Zwitserse IMD, waarin 63 landen opgenomen zijn. Hier worden 235 indicatoren gewikt en gewogen. Het kijkt niet alleen naar 'harde' cijfers, zoals werkloosheid, bruto binnenlands product, en overheidsuitgaven voor gezondheid en onderwijs, maar ook naar eerder 'zachte' waarden zoals sociale cohesie, globalisering en corruptie. Nederland staat daar op 6, België op 27. In de Global Competitiveness Report van het World Economic Forum (WEF) staat Nederland ook op 6, België op 20. In die lijst doen we het opvallend slecht als het bijvoorbeeld gaat over de flexibiliteit van de arbeidsmarkt en de kwaliteit van onze wegen. Een andere index die Bouman in rekening brengt, is de Global Innovation Index, die wordt opgesteld door de Franse businessschool Insead, de Amerikaanse Cornell University en de Wereldorganisatie voor Intellectuele Eigendom (WIPO). Hij meet de innovatiekracht van landen en kijkt daarvoor naar 81 indicatoren, die zowel gaan over de input (onderwijs, onderzoek en ontwikkeling enzoverder) als de output (patentaanvragen en kennisverspreiding, bijvoorbeeld). In die index staat Nederland op 4, België op 23. Ons onderwijs mag dan wel als een sterkte worden aangestipt, een zwak punt is dat we te weinig studenten met een diploma wetenschappen en ingenieur afleveren. De vierde ranglijst is de Human Development Index van de Verenigde Naties, die de kwaliteit meet van de 'menselijke ontwikkeling' en oog heeft voor de levensstandaard, gezondheid en het onderwijs. Nederland vinden we terug op plek 10, België op 17. En dan is er nog het World Happiness Report, ook van de Verenigde Naties. Dat geeft aan hoe gelukkig de gemiddelde inwoner van een land is. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de welvaart, sociale verbondenheid, levensverwachting en keuzevrijheid van de burgers. Nederland is het op vier na gelukkigste land, België volgt op rang 18. Het eindresultaat is dus dat België op de twintigste plek strandt. We zijn daarmee het laatste van de noordwestelijke lidstaten van de Europese Unie. We komen niet alleen een eind na Nederland (2), maar ook na Zweden (3), Denemarken (4), Finland (6), Duitsland (8) en Luxemburg (15). In geen enkele ranglijst scoort België beter dan een van die landen. Ook het Verenigd Koninkrijk (10), Ierland (11) en Oostenrijk (18) zijn EU-lidstaten die het er in de eindrangschikking beter van afbrengen dan België. Frankrijk volgt net achter ons, Italië, Spanje, Portugal en Griekenland halen zelfs de top 25 niet. Dat is zelfs geen schrale troost voor de povere prestaties van België.