Een jaar geleden brak de corona-epidemie los in België. De federale minderheidsregering kreeg het vertrouwen van het parlement en kon strenge maatregelen nemen door middel van een bijzondere machtenwet: het parlement zette de krijtlijnen uit en de regering kon binnen dat kader beslissingen nemen. Zes maanden later werd een nieuwe, volwaardige federale regering gevormd. Deze keer werden de maatregelen genomen zónder enige controle of inspraak van het parlement, maar er werd ons wel een pandemiewet beloofd.

Nu, zes maanden later, wordt dat ontwerp van die pandemiewet eindelijk besproken in het parlement. Het ontwerp omschrijft duidelijk wanneer we ons in een epidemische noodsituatie bevinden en beperkt zich ook tot die epidemies. Spijtig genoeg stellen we evenwel vast dat het de manier van werken van het voorbije halfjaar bevestigt. Dat er maatregelen moeten kunnen genomen worden om ieders gezondheid te beschermen, staat buiten kijf. De manier waarop dat moet gebeuren, kan volgens ons veel transparanter.

De nieuwe pandemiewet: willen we alle macht in handen van de minister van Binnenlandse Zaken?

Het wetsontwerp voorziet nu namelijk dat de minister van Binnenlandse Zaken nog steeds - met toestemming van de ministerraad - allerlei maatregelen zal kunnen nemen zonder dat het parlement hier controle op kan uitoefenen. De minister krijgt alle beslissingsmacht in handen en hoeft enkel consensus rond de te nemen maatregelen te zoeken binnen de ministerraad. De debatten binnen de ministerraad zijn niet openbaar.

Bovendien voorziet het wetsvoorstel dat de minister zo veel mogelijk advies moet inwinnen van deskundigen. Hiermee creëert men een basis voor de wildgroei aan adviesorganen die we het laatste jaar de revue hebben zien passeren: GEES, Celeval, GEMS, de Risk Assessment Group. De minister mag beslissen welke deskundigen uitgenodigd worden. Het ontwerp bepaalt niet hoe die organen moeten samengesteld worden, wie daarin vertegenwoordigd moet zijn, noch dat de adviezen van die deskundigen openbaar moeten gemaakt worden. De debatten in het Nationaal Veiligheidscomité of het Overlegcomité, op basis van deze adviezen, worden ook niet bekend gemaakt.

Alle macht in handen van een minister, ondersteund door de federale regering dus. Het inperken van grondrechten wordt zo wel heel gemakkelijk. Als het van het huidige voorstel afhangt, zal dat niet enkel de komende coronamaanden nog zo zijn, maar zal dat ook het te volgen script zijn tijdens eventuele volgende epidemieën. Grondwetsspecialisten betwijfelen of het werken met Ministeriële Besluiten wel grondwettelijk is. De grondwet heeft niet voorzien dat één minister kan beslissen om onze grondrechten te beperken. Volgens ons is het bovendien ook geen goed idee om ons parlement volledig buitenspel te zetten, zelfs in tijdens van crisis.

In onze parlementaire democratie worden wij allen namelijk vertegenwoordigd door onze volksvertegenwoordigers en senatoren in het parlement. Het zijn zij die door ons worden verkozen en in het belang van ons - hun kiezers - werken. In het parlement worden in alle openheid hevige debatten gevoerd en wordt er daarna consensus gezocht en gestemd. Deze manier van werken zorgt voor transparantie en moet verzekeren dat de stem van iedereen meetelt.

Dit staat in schril contrast met hoe de coronapandemie tot nog toe is aangepakt. Denk maar aan het vele gelobby voor versoepelingen voor vergaderingen van het Nationaal Veiligheidscomité en het Overlegcomité. We kunnen ons ook niet van de indruk ontdoen dat de grote lobbygroepen er al in zijn geslaagd om hun gram te halen, soms tegen het algemeen belang in. Anders kunnen we geen verklaring vinden voor het feit dat er deze zomer bijvoorbeeld wel mocht gevlogen worden, maar de culturele centra moesten sluiten. Als het parlement buiten spel wordt gezet, lopen we het risico dat alleen goed georganiseerde belangenroepen toegang krijgen tot het centrum van de macht.

De openbaarheid van het parlementaire werk zorgt er vervolgens ook voor dat een burger weet hoe zijn of haar volksvertegenwoordiger heeft gestemd, met welke argumenten en wat de uitkomst daarvan was. Dat zorgt niet alleen voor rekenschap, maar ook voor betrokkenheid van de burger bij het beleid. Het is onze overtuiging dat nu net die betrokkenheid een belangrijke factor kan zijn in de motivatie van de bevolking om het beleid, inclusief de maatregelen, op te volgen.

Wij zijn er bij de Liga dan ook stellig van overtuigd dat het parlement ook in tijden van crisis een belangrijke rol te spelen heeft. Een degelijk parlementair debat betrekt ons allemaal bij het coronabeleid, allemaal op gelijke voet. Wij kijken dan ook uit naar het parlementair debat over het ontwerp van pandemiewet. Hopelijk staat het parlement op zijn strepen.

Een jaar geleden brak de corona-epidemie los in België. De federale minderheidsregering kreeg het vertrouwen van het parlement en kon strenge maatregelen nemen door middel van een bijzondere machtenwet: het parlement zette de krijtlijnen uit en de regering kon binnen dat kader beslissingen nemen. Zes maanden later werd een nieuwe, volwaardige federale regering gevormd. Deze keer werden de maatregelen genomen zónder enige controle of inspraak van het parlement, maar er werd ons wel een pandemiewet beloofd. Nu, zes maanden later, wordt dat ontwerp van die pandemiewet eindelijk besproken in het parlement. Het ontwerp omschrijft duidelijk wanneer we ons in een epidemische noodsituatie bevinden en beperkt zich ook tot die epidemies. Spijtig genoeg stellen we evenwel vast dat het de manier van werken van het voorbije halfjaar bevestigt. Dat er maatregelen moeten kunnen genomen worden om ieders gezondheid te beschermen, staat buiten kijf. De manier waarop dat moet gebeuren, kan volgens ons veel transparanter. Het wetsontwerp voorziet nu namelijk dat de minister van Binnenlandse Zaken nog steeds - met toestemming van de ministerraad - allerlei maatregelen zal kunnen nemen zonder dat het parlement hier controle op kan uitoefenen. De minister krijgt alle beslissingsmacht in handen en hoeft enkel consensus rond de te nemen maatregelen te zoeken binnen de ministerraad. De debatten binnen de ministerraad zijn niet openbaar. Bovendien voorziet het wetsvoorstel dat de minister zo veel mogelijk advies moet inwinnen van deskundigen. Hiermee creëert men een basis voor de wildgroei aan adviesorganen die we het laatste jaar de revue hebben zien passeren: GEES, Celeval, GEMS, de Risk Assessment Group. De minister mag beslissen welke deskundigen uitgenodigd worden. Het ontwerp bepaalt niet hoe die organen moeten samengesteld worden, wie daarin vertegenwoordigd moet zijn, noch dat de adviezen van die deskundigen openbaar moeten gemaakt worden. De debatten in het Nationaal Veiligheidscomité of het Overlegcomité, op basis van deze adviezen, worden ook niet bekend gemaakt. Alle macht in handen van een minister, ondersteund door de federale regering dus. Het inperken van grondrechten wordt zo wel heel gemakkelijk. Als het van het huidige voorstel afhangt, zal dat niet enkel de komende coronamaanden nog zo zijn, maar zal dat ook het te volgen script zijn tijdens eventuele volgende epidemieën. Grondwetsspecialisten betwijfelen of het werken met Ministeriële Besluiten wel grondwettelijk is. De grondwet heeft niet voorzien dat één minister kan beslissen om onze grondrechten te beperken. Volgens ons is het bovendien ook geen goed idee om ons parlement volledig buitenspel te zetten, zelfs in tijdens van crisis. In onze parlementaire democratie worden wij allen namelijk vertegenwoordigd door onze volksvertegenwoordigers en senatoren in het parlement. Het zijn zij die door ons worden verkozen en in het belang van ons - hun kiezers - werken. In het parlement worden in alle openheid hevige debatten gevoerd en wordt er daarna consensus gezocht en gestemd. Deze manier van werken zorgt voor transparantie en moet verzekeren dat de stem van iedereen meetelt. Dit staat in schril contrast met hoe de coronapandemie tot nog toe is aangepakt. Denk maar aan het vele gelobby voor versoepelingen voor vergaderingen van het Nationaal Veiligheidscomité en het Overlegcomité. We kunnen ons ook niet van de indruk ontdoen dat de grote lobbygroepen er al in zijn geslaagd om hun gram te halen, soms tegen het algemeen belang in. Anders kunnen we geen verklaring vinden voor het feit dat er deze zomer bijvoorbeeld wel mocht gevlogen worden, maar de culturele centra moesten sluiten. Als het parlement buiten spel wordt gezet, lopen we het risico dat alleen goed georganiseerde belangenroepen toegang krijgen tot het centrum van de macht. De openbaarheid van het parlementaire werk zorgt er vervolgens ook voor dat een burger weet hoe zijn of haar volksvertegenwoordiger heeft gestemd, met welke argumenten en wat de uitkomst daarvan was. Dat zorgt niet alleen voor rekenschap, maar ook voor betrokkenheid van de burger bij het beleid. Het is onze overtuiging dat nu net die betrokkenheid een belangrijke factor kan zijn in de motivatie van de bevolking om het beleid, inclusief de maatregelen, op te volgen. Wij zijn er bij de Liga dan ook stellig van overtuigd dat het parlement ook in tijden van crisis een belangrijke rol te spelen heeft. Een degelijk parlementair debat betrekt ons allemaal bij het coronabeleid, allemaal op gelijke voet. Wij kijken dan ook uit naar het parlementair debat over het ontwerp van pandemiewet. Hopelijk staat het parlement op zijn strepen.