Heel even leek het alsof de nieuwe Vlaamse regering het geld zou laten rollen. Minister-president Jan Jambon zei dat niet alleen zelf - 'we willen een investeringsregering zijn om Vlaanderen voor te bereiden op de snel veranderende wereld' -, het lijvige regeerakkoord spiegelt de Vlaming ook allerlei lekkers voor. Er komt een belastingverlaging voor de laagste inkomens. De regering maakt een half miljard vrij voor scholenbouw en wil nog geld vinden voor zijinstromers in het onderwijs. De registratierechten bij de aankoop van een huis worden verlaagd. En de wachtlijsten, die zouden nog maar eens worden weggewerkt. Dat alles mocht wel wat kosten. Het begrotingsevenwicht, onder minister-president Geert Bourgeois (N-VA) jarenlang een heilig principe in Vlaanderen, ging op de schop. Of zo leek het toch.
...

Heel even leek het alsof de nieuwe Vlaamse regering het geld zou laten rollen. Minister-president Jan Jambon zei dat niet alleen zelf - 'we willen een investeringsregering zijn om Vlaanderen voor te bereiden op de snel veranderende wereld' -, het lijvige regeerakkoord spiegelt de Vlaming ook allerlei lekkers voor. Er komt een belastingverlaging voor de laagste inkomens. De regering maakt een half miljard vrij voor scholenbouw en wil nog geld vinden voor zijinstromers in het onderwijs. De registratierechten bij de aankoop van een huis worden verlaagd. En de wachtlijsten, die zouden nog maar eens worden weggewerkt. Dat alles mocht wel wat kosten. Het begrotingsevenwicht, onder minister-president Geert Bourgeois (N-VA) jarenlang een heilig principe in Vlaanderen, ging op de schop. Of zo leek het toch. Niet langer dan een dikke twee weken geleden, in het zicht van de eindstreep, verbaasde N-VA-onderhandelaar Theo Francken vriend en vijand met de boodschap dat 'een evenwicht tegen het einde van de regeerperiode het doel is' - pas over vijf jaar, dus. Consternatie alom, want was de N-VA niet de partij die ' Show me the money!' riep? Was Bart De Wever niet de voorzitter die voortdurend op begrotingsdiscipline hamerde? Uiteindelijk werd beslist dat de begroting al in 2021, en niet over vijf jaar, in evenwicht moet zijn. Maar de principiële beslissing blijft dezelfde: plots heette het dat de regering-Jambon de teugels wél mocht vieren. So far, so good. Het verlaten van de begrotingsorthodoxie was opmerkelijk, maar de N-VA kon goede redenen aanhalen om dat te doen. Ten eerste wil de partij, die niet zeker is van deelname aan een federale regering, slagkrachtig besturen in Vlaanderen. Dat kost geld. Ten tweede is binnen de N-VA het inzicht gerijpt dat je met goeie cijfers geen verkiezingen wint, zoals Theo Francken twee jaar geleden al aanstipte in Knack. Ten derde groeit onder economen én in Europa de overtuiging dat een begrotingstekort geen ramp hoeft te zijn, zolang het geld dient om zinvolle investeringen te doen. Bruggen herstellen, wegen aanleggen, scholen bouwen: daarvoor mag je in het rood gaan. Het doet de economie draaien en door de lage rente is het geld vandaag toch spotgoedkoop.Maar maandagmiddag werd het signaal plots een stuk waziger. Matthias Diependaele (N-VA) gaf de langverwachte begrotingstabellen vrij. Uit de cijfers van de nieuwe Vlaamse minister van Financiën en Begroting doemt een heel ander beeld op dan je zou denken na een expliciet afscheid van de begrotingsorthodoxie. Ondanks alles, zo bleek, gaat de regering-Jambon op veel domeinen toch nog flink besparen, of in ieder geval veel minder uitgeven dan het aanvankelijk leek. De verlaagde registratierechten zijn maar een doekje voor het bloeden na de afschaffing van de geliefde woonbonus. Van de jobbonus, een extraatje van 600 euro per jaar, zal lang niet iedereen met een laag inkomen kunnen profiteren. Het geld dat opzijgezet wordt om de wachtlijsten weg te werken, zal lang niet volstaan. Ja, Vlaanderen geeft 1,65 miljard uit aan investeringen. Maar de regering-Jambon zal tegelijk 2,2 miljard besparen. Ze gaat dat geld onder meer halen bij de ambtenaren, in het secundair onderwijs en in de kinderbijslag. De regering-Jambon doet bokkensprong na bokkensprong. En we zijn nog maar een goeie week ver. Daarmee geeft de N-VA, als onbetwiste leider van de nieuwe coalitie, eens te meer een dubbele boodschap. Jarenlang vindt ze een begroting in evenwicht cruciaal. Plots geeft Theo Francken het begrotingstekort op, tot in 2024. Dat wordt even plots gecorrigeerd naar 2021. Nog altijd met het verhaal dat de regering-Jambon een investeringsregering moet worden. Om dan uiteindelijk toch meer te gaan besparen dan uit te geven. Enerzijds geeft Jambon het begrotingsevenwicht op, anderzijds toch ook niet helemaal. Enerzijds gaat de regering volop investeren. Anderzijds zijn veel investeringen toch minder spectaculair dan eerst aangekondigd. Enerzijds geeft de regering 1,65 miljard meer uit. Anderzijds 2,2 miljard minder. Wie nog kan volgen, mag het zeggen. Hoe langer de N-VA bestuurt, hoe meer compromissen de partij moet maken. Dat is niet abnormaal. Maar zo komt er wel steeds meer ruis op de boodschap. Bestuurlijke wendbaarheid botst met ideologische helderheid. Met veel bravoure het ene zeggen, en amper een week later een beetje het omgekeerde: zo blijft er mist hangen. Veel mist. Voor wie goed wil besturen, is dat een twijfelachtige start.