Een statisticus kan verdrinken in een plas water van gemiddeld één meter diep. Dat werd de voorbije weken nog maar eens bevestigd toen de Nationale Bank bekendmaakte dat de Belgen vorig jaar een recordbedrag van 40 miljard euro hadden gespaard. Maar lang niet iedereen kon meer sparen. Een op de drie werknemers werd getroffen door inkomensverlies, zo blijkt uit een studie van Leuvense economen. Met andere woorden: sommigen in de plas hadden het moeilijk om het hoofd boven water te houden.
...

Een statisticus kan verdrinken in een plas water van gemiddeld één meter diep. Dat werd de voorbije weken nog maar eens bevestigd toen de Nationale Bank bekendmaakte dat de Belgen vorig jaar een recordbedrag van 40 miljard euro hadden gespaard. Maar lang niet iedereen kon meer sparen. Een op de drie werknemers werd getroffen door inkomensverlies, zo blijkt uit een studie van Leuvense economen. Met andere woorden: sommigen in de plas hadden het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Het voorbije jaar konden we ons geld niet laten rollen zoals voorheen, want door de coronapandemie waren niet-essentiële winkels en horeca gesloten, mochten er geen evenementen plaatsvinden en werden reizen beperkt. Dat leidde tot 'geforceerd sparen', zoals de Nationale Bank dat noemt, met als gevolg dat de spaarboekjes aangroeiden met 13,8 miljard euro en de zichtrekeningen met 12,4 miljard. Bovendien werd er 7,9 miljard geïnvesteerd in beleggingsfondsen en 6,2 miljard in beursgenoteerde aandelen. Ondertussen bleef de vraag naar huizen, om zelf in te gaan wonen of als belegging, zeer groot. Daardoor klommen de woningprijzen met zo'n 6 procent. Ons spaargedrag en de hausse van de vastgoedprijzen zorgden ervoor dat het nettovermogen (vermogen min schulden) van de gezinnen met 137 miljard naar een record van 2807 miljard euro spurtte, vastgoed inbegrepen. De gemiddelde Belg bezit dus een nettovermogen van pakweg 244.000 euro, een gemiddeld gezin heeft 561.000 euro. En dat gedurende de zwaarste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, als we kijken naar de krimp van de economie. Maar die hoeraberichten verbergen een bittere werkelijkheid. Zo bezit twee derde van de gezinnen minder nettovermogen dan het gemiddelde, één derde bezit meer. En ook lang niet iedereen maakte een grote sprong voorwaarts. Vooral de rijke landgenoten spaarden meer. Volgens onderzoek van de Leuvense economen Bart Capéau, André Decoster, Jonas Vanderkelen en Stijn Van Houtven leed 35 procent van de werknemers in 2020 loonverlies. Het gemiddelde verlies onder de getroffen werknemers bedroeg 5630 euro bruto, wat dankzij uitkeringen kon worden gemilderd tot een verlies in beschikbaar inkomen van 858 euro. Maar ook dat zijn gemiddelden en ze vertellen lang niet het hele verhaal. Want 10 procent van de getroffen werknemers verloor meer dan 12.000 euro aan inkomen en meer dan 2000 euro aan beschikbaar inkomen. Natuurlijk was de duur van de tijdelijke werkloosheid doorslaggevend voor de grootte van het inkomensverlies. En dus werden vooral de werknemers uit de horeca, de cultuur- en de recreatiesector zwaar getroffen. Niet alleen omdat alles op slot ging, ook omdat ze vaak flexi-jobs hebben met weinig sociale bescherming. Vandaar dat de Leuvense onderzoekers schrijven: 'De lagere lasten, gebruikt als lokmiddel om deze - vroeger vaak informele - vormen van werkgelegenheid te regulariseren of te "verwitten", komen op die manier als een boemerang terug in het gezicht van de betrokken werknemers.' Al die cijfers hebben betrekking op 2020 en houden geen rekening met de derde coronagolf en de aanhoudende sluitingen van delen van onze economie. Bovendien houdt iedereen zijn hart vast voor de faillissementsgolf met de bijbehorende ontslagen als er aan het systeem van compensatie- en hinderpremies en andere tijdelijke vergoedingen een einde komt. Vooral de kwetsbare groepen dreigen dan het slachtoffer te worden. Hoewel we weten dat dit op ons afkomt, werd het voorbije jaar niet nagedacht over hoe we meer van de laaggeschoolden, migranten, inactieven en andere kwetsbare groepen die al vóór de coronacrisis moeilijker een job vonden, aan de slag kunnen krijgen. Ongelijkheidsexpert Ive Marx (UAntwerpen) betoogde eerder al dat we de 'meest disfunctionele arbeidsmarkt in Europa' hebben, maar er werd tijdens deze crisis niets aan gedaan. Een hele groep mensen kreeg het dus financieel moeilijker. Vóór de coronacrisis had 70 procent van de werknemers in de horeca bijvoorbeeld maar net genoeg spaargeld om één maand te overbruggen. Ze balanceerden op de rand van de armoede, corona kan hen er nu in hebben geduwd. En de mensen die al in de armoede zaten, kregen het nóg moeilijker, want hun inkomen daalde wel niet, maar het leven werd duurder. Dat mogen we niet vergeten bij de jubelende cijfers over onze gestegen rijkdom.