Op een doorsnee dinsdagochtend, wanneer de meeste inwoners van het doorsnee Zuid-Hollandse dorpje Hoensbroek zich klaarmaken voor een doorsnee werkdag, kruipt één van die inwoners achter zijn computer en tovert een digitale plattegrond van duizenden verlaten, mysterieuze en geheime locaties over de hele wereld tevoorschijn. Wild klikkend met zijn computermuis speurt hij naar een geschikte plek om dadelijk te verkennen, filmen en fotograferen. Dit is hoe Bob Thissen, hoogstwaarschijnlijk de fanatiekste urban explorer ter wereld, zijn werkdag doorgaans begint.
...

Op een doorsnee dinsdagochtend, wanneer de meeste inwoners van het doorsnee Zuid-Hollandse dorpje Hoensbroek zich klaarmaken voor een doorsnee werkdag, kruipt één van die inwoners achter zijn computer en tovert een digitale plattegrond van duizenden verlaten, mysterieuze en geheime locaties over de hele wereld tevoorschijn. Wild klikkend met zijn computermuis speurt hij naar een geschikte plek om dadelijk te verkennen, filmen en fotograferen. Dit is hoe Bob Thissen, hoogstwaarschijnlijk de fanatiekste urban explorer ter wereld, zijn werkdag doorgaans begint.Wat dertien jaar geleden begon met het opspeuren van verlaten kerkjes in Limburg groeide al snel uit tot het binnendringen van een bewaakte Russische ruimtevaartbasis, overnachten op opgeheven booreilanden in Schotland en maandenlang struinen door de bestraalde, ontvluchte steden van het door een allesverwoestende kernramp getroffen Fukushima.De schoonheid in verval. Dat is waar urban explorers de halve wereld - in het geval van Thissen de hele wereld - voor afstruinen. Verlaten, vervallen en vergeten bouwwerken opspeuren, verkennen en vastleggen; dat is de kunst van urban exploring - urbex in het kort. Bob Thissen behoort tot de absolute crème de la crème en is één van de weinige professionele urbexers ter wereld. 'Veruit de meeste beoefenaars zijn recreatieve hobbyisten', zegt hij. 'In Amerika wordt het fanatieker beoefend, in Europa zijn er een handjevol die fulltime exploren'. Als zelfstandig fotograaf, YouTuber, locatiescout voor mediagiganten als Netflix en Apple en in tal van andere hoedanigheden maakt Thissen van zijn bizarre expedities al jaren een winstgevende bezigheid. Zeven maanden per jaar is hij van huis, op zoek naar een gesloten pretpark, verlaten gevangenis, een verloren spookdorp of een andere onontdekte locatie. 'Zelfs als ik met zijn vriendin op vakantie ben, zoek ik naar geschikte locaties om te exploren', erkent hij met gepaste trots. 'Er is namelijk altijd en overal wel iets te vinden'.Vandaag mogen wij mee op pad. Op eigen risico, want urban exploring betekent vaker wel dan niet op plekken binnendringen zonder toestemming van een eventuele eigenaar, bewoner of werknemer. Soms zijn kastelen nog bewoond, kerncentrales nog actief en kolenmijnen nog bemand. 'Dat is nu eenmaal part of the job', stelt Thissen. Al meerdere malen reisde hij duizenden kilometers naar de andere kant van de wereld, om tot de zwaar teleurstellende conclusie te komen dat zijn getraceerde locatie te ontoegankelijk blijken. Vooral België heeft volgens Thissen in het afgelopen decennium een ongunstig imago opgebouwd binnen de urbex-scene. Zijn laatste drie expedities hier liepen op niets uit. De explosieve toename van urbexers, gevoed door de opmars van social media, heeft ervoor gezorgd dat veel terreinen, bedrijven en gemeenten in België hun beveiliging hebben aangescherpt. 'Veel urbex-locaties belanden nu sneller online en dus ook onder de ogen van eventuele eigenaars, bewoners, werknemers of beheerders van gefotografeerde gebouwen. Zo kan het zijn dat een mooie locatie een week na het allereerste bezoek van een urbexer alweer een no-go zone is, omdat er bijvoorbeeld waakhonden of beveiligingscamera's zijn aangeschaft. Erg jammer, want België bezit een groot en gevarieerd aanbod van verlaten en vervallen gebouwen, zoals scholen, industriecomplexen en kastelen. Vijftien jaar geleden was het hier een veel aantrekkelijkere speelplaats voor urbexers dan vandaag.Thissen speurt intussen nog altijd naarstig naar een mooie locatie om met ons zijn passie te delen. Zijn oog valt op een opgeheven kolenmijn in het Duitse Ruhrgebied. Enthousiast verzamelt hij zijn Sony Alpha A7III-camera, zaklamp, statief, drone en voedselpakket en duwt ons in de auto. Anderhalf uur later parkeren wij op een onopvallend stofveldje aan de rand van een middelgrote industriestad. Twee kilometer verderop bevindt zich onze missie: één van de gigantische kolenmijnen die vorig jaar, als laatste actieve steenkoolmijn van Duitsland, de deuren sloot en daarmee definitief een punt zette achter een tijdperk van honderdvijftig jaar steenkoolwinning. 'Er is hier nog sporadisch activiteit, maar ik verwacht geen moeilijkheden', probeert Thissen ons gerust te stellen. Het werkt averechts en onze bloeddruk schiet al omhoog. Via een inactieve spoorweg bereiken we de achterkant van het industriecomplex. Wij klauteren over een laag muurtje en besluipen via hoge struiken het hoofdgebouw van de kolenmijn. De sterke geur van verbrand asfalt penetreert onze neusgaten. Thissen kijkt alert om zich heen, we volgen hem op de voet.Paniekerig kijken we voor, naast en achter ons, om verstopt te blijven voor eventuele werknemers. De adrenaline van het rondsluipen rondom een belangrijk stukje moderne geschiedenis neemt per seconde toe. De eerste deur is uiteraard op slot. Wij balen, maar Thissen kan er alleen maar om lachen. Als alle deuren op de begane grond dicht blijken, kijkt Thissen omhoog voor een andere oplossing. Wij volgen Thissens voorbeeld en klimmen omhoog langs leidingen en metalen constructies. Onze beloning is een openstaande deur, waardoor we de gigantische kolenmijn fluitend kunnen binnenwandelen. Plots staan we in een pikdonker, overweldigend doolhof van nauwe trappengangen, robuuste machines en ontelbare buizen, leidingen en gangpaden. Al na de derde bocht zijn we de oriëntatie volledig kwijt. Hoe dieper wij de mijn binnendringen, hoe claustrofobischer het aanvoelt. Tegelijkertijd worden wij overvallen door het magische gevoel van ontdekken. We voelen ons als kleine jongens op avontuur op een kolossale speeltuin.Onze euforie duurt niet lang. In een poging om via de binnenplaats van het hoofdgebouw naar het naastgelegen gebouw te sprinten, worden wij vanuit het niets onderschept door twee mannen in witte overalls en gele helmen. 'Achtung! Komm her!' De Duitse werknemers begeleiden ons met strenge blikken naar het kantoor van de beveiliging. Als betrapte scholieren verklaren wij onze aanwezigheid op het terrein. Het verhaal over urban exploring overtuigt hen geenszins en dus wordt de lokale Polizei opgeroepen om ons verder 'af te handelen'. In de twee uur die wij op de agenten wachten, spoken allerlei gedachten door ons hoofd. 'Als we maar naar huis kunnen vanavond. Als de boete maar meevalt.' Het eindresultaat valt mee: honderdvijftig euro boete per persoon. Als we 's avonds weer naar Limburg rijden, breekt Thissen in lachen uit. 'In dertien jaar als urban explorer heb ik op militaire fregatten gelopen, in actieve ruimtevaartbasissen geslapen en ben ik ongezien door mariniersduikboten gekropen, maar dit was pas de tweede keer dat ik ooit een geldboete heb gekregen.'