Tijdens un zeereis met de Beagle kwamen Charles Darwin en de zijnen voor de kust van Brazilië in een hevige storm terecht. Twee matrozen sloegen overboord en verdwenen in de golven. Het incident was amper twee zinnetjes waard in Darwins reisverslag. Over een leven meer of minder werd in die tijd niet gezeurd, zeker niet als het om levens van gewone zeelui ging.
...

Tijdens un zeereis met de Beagle kwamen Charles Darwin en de zijnen voor de kust van Brazilië in een hevige storm terecht. Twee matrozen sloegen overboord en verdwenen in de golven. Het incident was amper twee zinnetjes waard in Darwins reisverslag. Over een leven meer of minder werd in die tijd niet gezeurd, zeker niet als het om levens van gewone zeelui ging. Vandaag, bijna twee eeuwen later, ligt het anders. Er wordt veel meer belang gehecht aan het individuele leven. Het debat over het recht op euthanasie illustreert dat perfect. Volgens sommige mensen moet je vechten voor het laatste greintje leven, zelfs als de betrokkene zelf niet verder wil vanwege fysiek of psychisch lijden. De dood wordt niet meer getolereerd, hoewel hij onlosmakelijk met het leven verbonden is. Dat speelt ook een sleutelrol in de vraag naar de optimale balans tussen volksgezondheid en economie in de huidige coronacrisis: hoeveel mag het redden van levens onze economie kosten? Analisten verwijzen dan graag naar een quote van de Ierse schrijver Oscar Wilde: 'Een cynicus is iemand die de prijs van alles kent, maar de waarde van niets'. Je kunt uitgaan van het standpunt dat een leven alles waard is. Dan komt er geen limiet op de economische kosten om dat leven zo lang mogelijk te rekken. Het is de essentie van de therapeutische hardnekkigheid waarmee veel mensen aan het einde van hun leven te maken krijgen, soms ongevraagd. Waarschijnlijk is dat standpunt ethisch verdedigbaar, maar het is economisch onhaalbaar. Hoe macaber het ook klinkt, soms lijkt het onvermijdelijk om een prijskaartje aan menselijke levens te hangen. 'Cynisme kan de beste manier zijn om uit een crisis te komen', besloot een analyse in New Scientist. En het blad waarschuwde in een moeite door voor de 'uitermate subjectieve' criteria die bij zo'n aanpak automatisch de kop opsteken. In het Amerikaanse wetenschappelijke topvakblad Science verscheen onlangs een intrigerende analyse. Een Duitse en twee Amerikaanse macro-economen vergeleken het effect op de economie van verschillende coronastrategieën. Ze vlochten mathematische modellen over enerzijds de verspreiding van het virus en anderzijds werken en consumeren in elkaar. Daarmee wogen ze onder meer het aantal faillissementen en het groeiende aantal werklozen af tegen de te verwachten dodentol door het virus. Het was een moeilijke oefening, omdat sommige relevante parameters niet bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de proportie van de bevolking die met het virus besmet is: als je niet op grote schaal test, weet je dat niet. Hoe langer een lockdown duurt, en hoe trager de overgang naar een opnieuw normaal functionerende maatschappij verloopt, hoe hoger de economische kostprijs zal zijn. Als een lockdown duurt tot er een vaccin tegen het virus is - dat wordt ten vroegste begin 2021 verwacht - gaat de economie in de Verenigde Staten met 22 procent achteruit. Dat impliceert een verlies van ongeveer 4 biljoen euro. Ook als er minder drastisch ingegrepen wordt, is er nog altijd een economische terugval met 7 procent. Mensen worden angstig door de vele doden om hen heen en blijven thuis - en dus werken en consumeren ze minder. In het eerste scenario blijf je thuis omdat je moet, in het tweede omdat je bang bent. Maar in het tweede scenario moet je rekenen op minstens een half miljoen extra doden. Met die wetenschap in het achterhoofd halen de economen een statistische kunstgreep uit. Ze ramen de waarde van een mensenleven op ongeveer 9 miljoen euro. Dat is het getal dat onder meer de Amerikaanse milieuadministratie gebruikt om de kosten en baten van milieumaatregelen te evalueren. In dat geval komt de totale kostprijs van de extra doden in het tweede scenario op bijna 6 biljoen euro, of een stuk meer dan het economische verlies in het scenario met minder doden. De conclusie van de auteurs in Science? Als je de volksgezondheid in rekening brengt, zijn alle scenario's van quarantaine- en andere lockdownmaatregelen financieel rendabeler dan niets doen. De economen calculeerden ook enkele neveneffecten in, zoals een hoger aantal zelfmoorden door de quarantainemaatregelen. Maar die zouden gecompenseerd worden door een daling van het aantal slachtoffers van milieuvervuiling en van verkeers- en werkongevallen. Het enige waar de onderzoekers blijkbaar niet aan dachten, is het extra aantal doden dat ontstaat omdat mensen die bijvoorbeeld een hartaanval krijgen niet snel genoeg naar het ziekenhuis gaan uit angst voor het coronavirus. Maar de kans dat die categorie de resultaten significant zou beïnvloeden, is klein. Het model hield er geen rekening mee dat de meeste mensen die sterven aan het coronavirus vrij oud zijn. Volgens sommige experimenten, samengevat in New Scientist, zouden oude mensen als 'minder waard' geëvalueerd worden, omdat ze niet lang meer te leven hebben. Een kind van tien jaar oud zou dubbel zoveel waard zijn als een baby, omdat je in dat kind al meer geïnvesteerd hebt en er een sterkere band mee hebt. Maar vanaf de adolescentie wordt nog bijna uitsluitend rekening gehouden met het aantal levensjaren dat je potentieel te gaan hebt. De curve van de 'waarde' van een leven in functie van de leeftijd piekt dus tussen tien en vijftien jaar oud, na een snelle stijging en gevolgd door een langzame daling. In de loop van de geschiedenis bleek dat de waarde van een leven sterk cultureel bepaald was. De waardering kon beïnvloed worden door oorlog, racisme, rijkdom en economische beslommeringen. Op het hoogtepunt van de slavenhandel tussen Afrika en Amerika was het hoogste bedrag dat betaald werd voor een sterke mannelijke slaaf in de fleur van zijn leven, het equivalent van 28.000 euro vandaag. Tijdens een oorlog wordt een vijand dan weer als 'waardeloos' beschouwd: in de Rwandese genocide zagen de Hutu's de Tutsi's als 'kakkerlakken', een te verdelgen soort dus. In kinderrijke regio's waar kinderarbeid schering en inslag is, kun je een kind 'kopen' voor minder dan 200 euro - arme ouders zwichten dan voor het gemakkelijke geld, ze maken zo een nieuw kind. Kinder- en andere mensenrechten zijn vooral aan de orde als je comfortabel leeft. Er zijn ook technologische parameters in het spel. In 1889 was er een pandemie van de Russische griep, die wereldwijd ongeveer een miljoen doden veroorzaakte. Het was het eerste griepvirus dat profiteerde van transportmogelijkheden als schepen en treinen. De ergste griep uit de geschiedenis was de Spaanse griep uit 1918, maar die sloeg vlak na de Eerste Wereldoorlog toe, waar veel mensen al sterk verzwakt uitgekomen waren. De ellende van de oorlog maakte dat de 50 tot 100 miljoen extra doden door de griep niet veel drama genereerden. De Hongkonggriep uit 1968-1969 eiste minstens driekwart miljoen doden. Maar dat gebeurde grotendeels ongemerkt, omdat toen - zonder internet en sociale media - het nieuws niet zo snel de wereld rondging. De Mexicaanse griep uit 2009 maakte 'slechts' ongeveer 300.000 doden. Het was wel de eerste pandemie die wereldwijd voor grote commotie zorgde, mede dankzij internet. De huidige coronacrisis is de eerste die we in realtime beleven, waardoor veel mensen zich er rechtstreeks door geviseerd voelen. In het paasweekend waren wereldwijd al meer dan 100.000 mensen aan corona overleden. De SARS-crisis uit 2003 was ook een coronacrisis, maar toen was de globalisering nog iets minder totaal dan nu en was internet ook niet zo dwingend aanwezig in ons bestaan. Het virus stierf een vrij snelle en relatief stille dood. Momenteel circuleren er vier coronavirussen in de mensensoort. Sommige wetenschappers vermoeden dat die ooit ook een pandemie uitlokten, waarna ze afzwakten en zonder veel last te berokkenen voortleven in onze lichamen - ze veroorzaken alleen wat lichte verkoudheden. De pandemieën moeten zich afgespeeld hebben voor de wetenschap greep op virussen kreeg. We wisten gewoon niet wat er aan de hand was. Waarschijnlijk gaat het nieuwe coronavirus dezelfde weg op: aan kracht afnemen en zich nestelen in ons bestel. Maar eerst zal het nog maandenlang wereldwijd een naar onze huidige normen onaanvaardbaar groot aantal doden veroorzaken. Er zijn meerdere manieren om de waarde van een leven te bepalen in functie van welke uitgangspunten je hanteert. Dat debat speelt sterk in discussies over de terugbetaling van dure levensreddende geneesmiddelen voor zeldzame ziektes. Als je er niet in slaagt om bij de publieke opinie sympathie te wekken voor een individuele patiënt, dreig je het niet te redden. Moderne berekeningsmethoden steunen dikwijls op een principe dat quality-adjusted life years (QALY) heet: het geeft de economische waarde aan van elk extra levensjaar dat je in goede gezondheid kunt doorbrengen. Met QALY wordt berekend of een bepaalde behandeling voor een patiënt zinvol is. Op basis van berekeningen uit 2007 wordt nu uitgegaan van een 'geïndexeerd' bedrag van 50.000 euro per extra gezond levensjaar of per twee 'halfgezonde' levensjaren. Als je dat zou hanteren voor de coronamodellen, zou je in alle gevallen kiezen voor de economie en niet voor de volksgezondheid, omdat de huidige crisis vooral oude en al verzwakte mensen treft. Dan moeten we alle quarantainemaatregelen meteen overboord gooien, wegens economisch onrendabel. Het punt is natuurlijk dat je nu niet weet wie er ziek gaat worden en hoeveel mensen het virus uiteindelijk zal treffen. Dat is een wereld van verschil. De standaard die dan doorgaans gebruikt wordt, is een concept dat in de VS uitgedokterd werd en de value of statistical life (VSL) heet, de 'waarde van een statistisch leven'. De VSL is gebaseerd op berekeningen die mensen zouden maken om het risico op sterven in te calculeren. Stel dat mensen 6 euro willen betalen om een miljoen keer minder kans te hebben om het volgend jaar aan een bacteriële infectie te overlijden. Dan is de VSL voor die ziekte 6 miljoen euro. De 9 miljoen euro die de wetenschappers in Science hanteerden, is een gemiddelde VSL voor een reeks risicofactoren. Met wat goede wil kun je die vertalen als wat een gered leven economisch waard is. De VSL hangt af van een aantal parameters, zoals de rijkdom van een land. In het gespecialiseerde Journal of Benefit-Cost Analysis verscheen in 2017 een tabel met een berekening van de VSL voor alle landen op basis van hun bruto nationaal product per kop van de bevolking. Voor ons land klokte hij af op exact 7 miljoen euro - dat kun je interpreteren als de economische waarde van een leven in België. Een Belg is dus 2 miljoen euro minder waard dan een Amerikaan. De waarde varieerde van een minimum van 40.000 euro per leven voor een Burundees tot een maximum van 15 miljoen voor een Noor. In de VS werd ooit een poging ondernomen om de VSL te laten variëren in functie van de leeftijd, waarbij mensen ouder dan 70 jaar gemiddeld 37 procent 'minder waard' werden geacht dan andere. Daar ontstond toen zoveel commotie over, dat het onderscheid werd opgegeven - het is de hoofdreden waarom ook vandaag in de meeste coronaberekeningen geen leeftijdsverschil wordt ingebouwd. Het overgrote deel van de uitgaven in de gezondheidszorg gebeurt voor oudere mensen, en daar worden zelden fundamentele kanttekeningen bij geplaatst. Overigen zou een leeftijdsonderscheid maken geen substantieel verschil betekenen in de analyses over de economische kostprijs van de coronacrisis. Voor zover bekend zijn er geen vergelijkbare analyses voor België beschikbaar, zo blijkt na rondvraag bij het federale departement Volksgezondheid en het federale coronacrisiscentrum. Ook enkele hoogleraren aan wie we de vraag voorlegden, moesten het antwoord schuldig blijven - een van hen liet wel weten niet meer dan een 'koele minnaar' van het concept VSL te zijn. Stel, we vertrekken van 3000 coronadoden voor ons land - de stand op 10 april - en we extrapoleren naar het aantal doden dat er zou geweest zijn zonder strenge maatregelen. Dat impliceert vermenigvuldigen met een factor tien, en dus komen we uit op 30.000 doden. De maatregelen hebben dan 27.000 mensenlevens gered. Als elk van die levens 7 miljoen euro waard is, geeft dat een geredde 'economische waarde' van 189 miljard. De hoogste schattingen van de economische kostprijs van de crisis in ons land klokten af op 60 miljard. Dat is drie keer minder dan de gezondheidswinst die volgens de VSL-principes berekend werd. Als je de waarde van een individueel leven hoog genoeg legt, zijn grootschalige maatregelen tegen het coronavirus in alle omstandigheden economisch verdedigbaar. De economie is dan een zorg voor later. Je wordt pas een cynicus, of een nostalgicus naar toen er nog geen vuiltje aan de lucht was, als je de hoge waarde van een leven ter discussie gaat stellen.