Het coronavirus heeft verwoestend uitgehaald. In België zijn bijna 10.000 mensen eraan gestorven. Wie het virus overleefde, heeft in veel gevallen blijvende longschade en moet gepaste zorg krijgen. Zo'n 200.000 mensen extra zullen werkloos zijn. Onze economie zal dit jaar waarschijnlijk met 10 procent krimpen, en we zullen een welvaartsverlies van 50 miljard euro incasseren. Volgens de Nationale Bank zullen de gezinnen 5 miljard euro of 2 procent minder inkomsten hebben. Voor de bedrijven gaat het om 8 miljard of 10 procent inkomensverlies.
...

Het coronavirus heeft verwoestend uitgehaald. In België zijn bijna 10.000 mensen eraan gestorven. Wie het virus overleefde, heeft in veel gevallen blijvende longschade en moet gepaste zorg krijgen. Zo'n 200.000 mensen extra zullen werkloos zijn. Onze economie zal dit jaar waarschijnlijk met 10 procent krimpen, en we zullen een welvaartsverlies van 50 miljard euro incasseren. Volgens de Nationale Bank zullen de gezinnen 5 miljard euro of 2 procent minder inkomsten hebben. Voor de bedrijven gaat het om 8 miljard of 10 procent inkomensverlies. De grootste factuur is voor de overheid. Enerzijds heeft zij veel minder inkomsten. Door de lockdown en de gigantische krimp van onze economie ontvangt ze minder sociale bijdragen, personenbelasting, vennootschapsbelasting en btw. Sommige btw-tarieven zijn verlaagd, zoals dat op non-alcoholische dranken in de zwaar getroffen horeca. Anderzijds zal de overheid veel meer uitgeven. Om de gevolgen van de grootste economische crisis sinds de twee wereldoorlogen te verzachten, kunnen bedrijven op grote schaal gebruikmaken van het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Er werden ook massaal hinder- en compensatiepremies uitbetaald, naast water- en energiepremies - om maar een paar maatregelen te noemen. De meeste economen denken dat de overheid aanvankelijk geen andere keuze had dan de geldkraan open te draaien. 'In een noodsituatie moet je je economische weefsel zo goed mogelijk in stand proberen te houden', zegt hoogleraar economie Gert Peersman (UGent). 'Dat doe je door te voorkomen dat bedrijven failliet gaan. Nogal wat maatregelen, denk aan allerlei vormen van belastinguitstel en compensaties, waren gericht op het ondersteunen van de liquiditeit van bedrijven, zodat die aan hun kortlopende betalingsverplichtingen konden blijven voldoen. Samen met de tijdelijke werkloosheid vormen zij de grootste uitgavenposten.' Hoe hoog zal de factuur van al die maatregelen oplopen? Om daarvan een beeld te krijgen, moeten we kijken naar de verschillende beleidsniveaus, regionaal en federaal. Voor Vlaanderen is het prijskaartje niet zo moeilijk te achterhalen. In de algemene toelichting bij de Vlaamse begroting is per beleidsdomein een raming van de coronamaatregelen opgenomen. Daaruit leren we dat Vlaanderen uitgaat van 716 miljoen minder inkomsten, onder meer door een terugval van de gewestbelasting en door 2,5 miljard extra uitgaven die direct verband houden met de coronacrisis. De compensatiepremie voor ondernemingen die een sterke omzetdaling kenden en de hinderpremie voor ondernemingen die verplicht moesten sluiten, vertegenwoordigen het leeuwendeel: respectievelijk 991 miljoen en 922 miljoen euro (zie tabel). Omdat sommige maatregelen werden verlengd, werd nog eens 250 miljoen extra begroot. Alles samen komen we zo voor Vlaanderen al aan 3,4 miljard euro. Maar dat is niet het hele plaatje. De belangrijkste inkomstenbron van de deelstaten zijn dotaties van de federale overheid. Die worden berekend op basis van de economische groei. Door de verwachte krimp vanwege de coronacrisis houdt de Vlaamse regering rekening met 2,1 miljard euro minder aan federale dotaties dan ze in februari nog voorzag. De brengt de totale kostprijs voor Vlaanderen in 2020 op minstens 5,5 miljard. Omdat de economie zich waarschijnlijk langzaam zal herstellen, zullen de dotaties ook de komende jaren het peil van voor de coronacrisis niet opnieuw bereiken. Met andere woorden: Vlaanderen zal de naweeën van die crisis nog lang voelen. Hetzelfde geldt zeker ook voor de andere deelstaten, die er financieel nog een stuk slechter voor staan. De crisis zet vooral Wallonië het mes op de keel. De federale regering nam, samen met de zogenoemde superkern (de topministers plus de partijen die de minderheidsregering steunen), op haar beurt een breed pakket coronamaatregelen. Toen Knack premier Sophie Wilmès (MR) vroeg om een overzicht van die maatregelen en de bedragen die ervoor waren begroot, liet haar woordvoerster weten dat dat niet meteen beschikbaar was. Op de vraag tegen wanneer we het overzicht mochten verwachten, kwam geen antwoord. Ook vakministers durfden zich vorige week eerst nog niet uit te spreken over de kostprijs van de maatregelen op hun beleidsdomein. Minister van Economie Nathalie Muylle (CD&V) kon alleen meedelen wat het massale gebruik van de tijdelijke werkloosheid zou kosten. 'Voor andere maatregelen hebben we nog geen berekeningen', klonk het. In de Commissie Financiën en Begroting hield minister van Begroting David Clarinval (MR) eind vorige week dan toch een uiteenzetting over de federale coronamaatregelen en hun weerslag op de inkomsten en uitgaven. Volgens zijn cijfers zal de tijdelijke werkloosheid 3,2 miljard euro kosten. Het corona-ouderschapsverlof, waardoor ouders met kinderen jongen dan 12 jaar werk en opvang beter kunnen combineren, zou 97 miljoen kosten (zie tabel). Alles samen heeft de coronacrisis ons land dus al 38 miljard euro gekost. Dat weerhoudt bijvoorbeeld PS-voorzitter Paul Magnette er niet van te blijven aansturen op een omvangrijk herstelprogramma, dat in totaal 37,5 miljard euro zou kosten. En dan zijn er nog maatregelen die in het parlement door wisselende gelegenheidscoalities werden goedgekeurd, en die soms zelfs niets meer met de coronacrisis te maken hebben. Denk aan de extra pensioencheque voor mijnwerkers, die dit jaar 190 miljoen bedraagt. Het economische weefsel vrijwaren, om het herstel zo vlot mogelijk te laten verlopen, is één zaak. Economen zeggen het vrijwel unisono: hoe groot ons begrotingstekort en onze staatsschuld ook zijn, eenmalige steunmaatregelen hoeven geen financiële ramp te betekenen. Maar een euro kun je natuurlijk maar één keer uitgeven; dat moet dus verstandig en efficiënt gebeuren. 'Onze pensioenen niet hervormen, zal ons jaarlijks 8 miljard euro extra kosten: dat is veel erger dan één injectie in de economie', zegt Etienne De Callataÿ, hoofdeconoom bij Orcadia Asset Management en lid van de Pensioencommissie. 'Maar vandaag krijg je de indruk dat de overheid onbeperkte middelen heeft. Dat klopt natuurlijk niet. We kunnen geen 100.000 euro geven aan elke Belg. We moeten keuzes maken. Kijk naar bagageafhandelaar Swiss Port, die ze failliet hebben laten gaan.' Dat betekent ook, nu de economie stilaan weer op gang komt, dat het tijd is voor toekomstgericht beleid. Koopkrachtversterkende maatregelen, hoe verleidelijk ook voor politici die in deze politiek onzekere tijden constant naar de gunst van de kiezer blijven dingen, behoren daar niet toe. 'Er is in België gemiddeld geen koopkrachtprobleem', zegt Gert Peersman. 'De Belgen hebben tijdens de crisis juist veel spaargeld opzijgezet. Dat geld activeren zou het goedkoopste relanceplan zijn. Maar daarvoor is vertrouwen nodig in de toekomst, en dat vergt daadkrachtig beleid en structurele hervormingen, met name om de pensioenen betaalbaar te houden.' Etienne de Callataÿ waarschuwt ook voor om het even welke relance. 'We moeten onze economie een totaal andere richting geven. En dus moet de overheid geen vervuilende activiteiten gaan ondersteunen. Waarom zou ze bijvoorbeeld aandeelhouder worden van Brussels Arlines? Minder vliegtuigen in de lucht zijn in feite goed nieuws. Daarom hou ik ook niet van het woord "relance": dat impliceert dat we terug moeten naar de toestand van voor de crisis. Dit is het uitgelezen moment om een strategische omslag te maken naar een groene economie. Ik zie nog liever een overheid die niets doet dan een overheid die probeert om het economische landschap van gisteren te redden.'