De 'Grote Peiling' van onder andere Het Laatste Nieuws, VTM en Le Soir van vrijdag zorgt voor de nodige politieke zenuwachtigheid. Want reeds voor de tweede maal na de verkiezingen van mei 2019 zit er een duidelijke tendens in die meer dan alarmerend is voor de traditionele partijen.

Deze peiling bewijst bovendien nog maar eens dat Vlaanderen een heel ander electoraal imago heeft dan de twee andere deelstaten van deze moeilijk te besturen federatie.

Een nieuw kiesstelsel ?

Het huidige kiessysteem met provinciale kiesomschrijvingen en een kiesdrempel van vijf procent heeft niet geleid tot minder partijen in het parlement. Nog nooit hebben zoveel politieke partijen post gevat in het parlementair halfrond.

De recente peiling geeft in Vlaanderen een nooit gezien beeld weer. Twee partijen halen meer dan 20 procent en liefst vijf situeren zich rond de 10 procent. Al even opvallend is dat de N-VA en het Vlaams Belang samen een meerderheid in zetels zouden behalen in het Vlaams Parlement. Met andere woorden, het vertrouwen van de kiezer in de traditionele partijen is in sterk dalende lijn.

Stel dat we de kiesdrempel zouden verhogen tot 10 procent, zoals in Turkije. Dat land is niet het grootste democratische voorbeeld, maar wel een land met een ruim gefinancierd EU-associatieakkoord en een kandidaat-lidstaat voor de Unie. Met een kiesdrempel van 10 procent komen er langs Vlaamse kant nog vier partijen in het parlement, in plaats van zeven vandaag. De liberalen, de socialisten en de communisten zouden dan niet meer vertegenwoordigd zijn. Dat zou ook meer zetels opleveren voor de andere vier partijen. Daardoor zou het vormen van een coalitie gemakkelijker worden. In het Waalse Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het CDH eraan. Maar de vijf andere partijen blijven er overeind.

Stel dat we het Britse kiesstelsel zouden invoeren, met districten en de regel van 'First Past The Post'. Op een bevolking van ongeveer 6,5 miljoen inwoners zou Vlaanderen met 118 zetels in het desbetreffende parlement dan zowat 55.000 inwoners tellen per kiesdistrict. Tenminste als die verdeling gelijk zou zijn over het gehele gebied. Op basis van de recente peiling en de uitslag van 26 mei moeten we concluderen dat de N-VA en het Vlaams Belang aardig wat zetels zouden behalen. CD&V zou het goed doen in West Vlaanderen, de liberalen in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in de brede omgeving van Lokeren en Groen in het Gentse. Maar het merendeel van de zetels zou voor de N-VA zijn. Dit systeem zou leiden tot fusiegesprekken en een minder versnipperd partijlandschap. Tussen haakjes, de Britse kiezer heeft in 2011, bij referendum, met 68 procent beslist om dit kiesdistrictensysteem te behouden.

Maar bij ons is er niet onmiddellijk een meerderheid te vinden om ons kiessysteem te wijzigen. De Vlaamse traditionele partijen hebben er alle belang bij dat er niets wijzigt.

Formatie

Zouden we de resultaten van de kerstpeiling nemen, kan er niet bestuurd worden met liefst 58,1 procent van de stemmen in Vlaanderen. Want er zijn allerhande veto's tegen het Vlaams Belang, de N-VA en de PVDA. Langs Franstalige kant beperkt zich dat tot de 16 procent van de PTB. Met andere woorden, er is alleen een federale regering mogelijk met een ruime Franstalige meerderheid en een Vlaamse minderheid. De vraag is of dat anno 2020 nog kan in een land waar zowat twee derde van de welvaart uit Vlaanderen komt.

In de peiling zakt trouwens de aanhang van de drie partijen uit Paars-Groen in deze peiling tot 29,5 procent (van 34,1 procent in mei en van 32,7 procent in de peiling van september). De redding zou dan moeten komen van het CD&V. Maar ook voor deze partij lopen de peilingen zeker niet beter dan de al slechte uitslag van mei 2019. Minister Pieter De Crem (CD&V) ziet alvast alleen maar een regeringsdeelname zitten als er een Vlaamse meerderheid van zetels is. Dat is in Paars-Groen, ook met het CD&V, niet het geval.

PS-voorzitter Paul Magnette vindt dat Paars-Groen moet starten, aangevuld met het CD&V. Minister David Clarinval (MR) vindt dat ook, maar stelt er bij dat de nota-Magnette grondig moet herschreven worden. Bovendien zeggen deze beide Waalse politici duidelijk dat het óf Paars-Groen is óf nieuwe verkiezingen. De recente peiling brengt Open VLD en het CD&V in nog een moeilijkere positie om te kiezen voor Paars-Groen.

Nieuwe verkiezingen?

In de laatste peiling gaat de PS er ook op achteruit, namelijk met twee zetels. De winst is voor de PTB.

Met andere woorden, de PS is niet zeker van een overwinning bij vervroegde verkiezingen en slaagt er niet in om de PTB naar beneden te duwen. Voor de PVDA/PTB zien nieuwe verkiezingen er belovend uit. Voor de MR ligt dat anders. De MR stijgt licht en de concurrentie op rechts met de PP, Modrikamen en Destexhe zijn weg.

In Vlaanderen zou vooral het Vlaams Belang winnen bij nieuwe verkiezingen.

De cruciale vraag is of er een meerderheid te vinden is in de Kamer van Volksvertegenwoordigers om de stekker eruit te trekken. Die stemmen moeten dan komen van de N-VA, PS en/of MR. En... als er nieuwe verkiezingen zouden komen, blijven we met een regering in lopende zaken die dateert van twee verkiezingen daarvoor.

Conclusie

Deze kerstpeiling heeft de politieke zenuwachtigheid aardig verhoogd. De duidelijke scheidingslijn tussen het centrumrechts stemmende Vlaanderen versus het links stemmende Brussel en Wallonië van 26 mei wordt meer dan bevestigd. Dat beeld wordt geïllustreerd door de gezamenlijke waarde van de drie traditionele partijen. Die zijn in het Waalse gebied goed voor 53,1 procent van de stemmen en in Vlaanderen nog maar voor 30,2 procent.

Wat gaat er eerst zijn: de paaspeiling, een federale regenboogregering of nieuwe federale verkiezingen?

De 'Grote Peiling' van onder andere Het Laatste Nieuws, VTM en Le Soir van vrijdag zorgt voor de nodige politieke zenuwachtigheid. Want reeds voor de tweede maal na de verkiezingen van mei 2019 zit er een duidelijke tendens in die meer dan alarmerend is voor de traditionele partijen. Deze peiling bewijst bovendien nog maar eens dat Vlaanderen een heel ander electoraal imago heeft dan de twee andere deelstaten van deze moeilijk te besturen federatie. Het huidige kiessysteem met provinciale kiesomschrijvingen en een kiesdrempel van vijf procent heeft niet geleid tot minder partijen in het parlement. Nog nooit hebben zoveel politieke partijen post gevat in het parlementair halfrond. De recente peiling geeft in Vlaanderen een nooit gezien beeld weer. Twee partijen halen meer dan 20 procent en liefst vijf situeren zich rond de 10 procent. Al even opvallend is dat de N-VA en het Vlaams Belang samen een meerderheid in zetels zouden behalen in het Vlaams Parlement. Met andere woorden, het vertrouwen van de kiezer in de traditionele partijen is in sterk dalende lijn. Stel dat we de kiesdrempel zouden verhogen tot 10 procent, zoals in Turkije. Dat land is niet het grootste democratische voorbeeld, maar wel een land met een ruim gefinancierd EU-associatieakkoord en een kandidaat-lidstaat voor de Unie. Met een kiesdrempel van 10 procent komen er langs Vlaamse kant nog vier partijen in het parlement, in plaats van zeven vandaag. De liberalen, de socialisten en de communisten zouden dan niet meer vertegenwoordigd zijn. Dat zou ook meer zetels opleveren voor de andere vier partijen. Daardoor zou het vormen van een coalitie gemakkelijker worden. In het Waalse Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het CDH eraan. Maar de vijf andere partijen blijven er overeind. Stel dat we het Britse kiesstelsel zouden invoeren, met districten en de regel van 'First Past The Post'. Op een bevolking van ongeveer 6,5 miljoen inwoners zou Vlaanderen met 118 zetels in het desbetreffende parlement dan zowat 55.000 inwoners tellen per kiesdistrict. Tenminste als die verdeling gelijk zou zijn over het gehele gebied. Op basis van de recente peiling en de uitslag van 26 mei moeten we concluderen dat de N-VA en het Vlaams Belang aardig wat zetels zouden behalen. CD&V zou het goed doen in West Vlaanderen, de liberalen in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in de brede omgeving van Lokeren en Groen in het Gentse. Maar het merendeel van de zetels zou voor de N-VA zijn. Dit systeem zou leiden tot fusiegesprekken en een minder versnipperd partijlandschap. Tussen haakjes, de Britse kiezer heeft in 2011, bij referendum, met 68 procent beslist om dit kiesdistrictensysteem te behouden.Maar bij ons is er niet onmiddellijk een meerderheid te vinden om ons kiessysteem te wijzigen. De Vlaamse traditionele partijen hebben er alle belang bij dat er niets wijzigt.Zouden we de resultaten van de kerstpeiling nemen, kan er niet bestuurd worden met liefst 58,1 procent van de stemmen in Vlaanderen. Want er zijn allerhande veto's tegen het Vlaams Belang, de N-VA en de PVDA. Langs Franstalige kant beperkt zich dat tot de 16 procent van de PTB. Met andere woorden, er is alleen een federale regering mogelijk met een ruime Franstalige meerderheid en een Vlaamse minderheid. De vraag is of dat anno 2020 nog kan in een land waar zowat twee derde van de welvaart uit Vlaanderen komt. In de peiling zakt trouwens de aanhang van de drie partijen uit Paars-Groen in deze peiling tot 29,5 procent (van 34,1 procent in mei en van 32,7 procent in de peiling van september). De redding zou dan moeten komen van het CD&V. Maar ook voor deze partij lopen de peilingen zeker niet beter dan de al slechte uitslag van mei 2019. Minister Pieter De Crem (CD&V) ziet alvast alleen maar een regeringsdeelname zitten als er een Vlaamse meerderheid van zetels is. Dat is in Paars-Groen, ook met het CD&V, niet het geval.PS-voorzitter Paul Magnette vindt dat Paars-Groen moet starten, aangevuld met het CD&V. Minister David Clarinval (MR) vindt dat ook, maar stelt er bij dat de nota-Magnette grondig moet herschreven worden. Bovendien zeggen deze beide Waalse politici duidelijk dat het óf Paars-Groen is óf nieuwe verkiezingen. De recente peiling brengt Open VLD en het CD&V in nog een moeilijkere positie om te kiezen voor Paars-Groen. In de laatste peiling gaat de PS er ook op achteruit, namelijk met twee zetels. De winst is voor de PTB. Met andere woorden, de PS is niet zeker van een overwinning bij vervroegde verkiezingen en slaagt er niet in om de PTB naar beneden te duwen. Voor de PVDA/PTB zien nieuwe verkiezingen er belovend uit. Voor de MR ligt dat anders. De MR stijgt licht en de concurrentie op rechts met de PP, Modrikamen en Destexhe zijn weg.In Vlaanderen zou vooral het Vlaams Belang winnen bij nieuwe verkiezingen.De cruciale vraag is of er een meerderheid te vinden is in de Kamer van Volksvertegenwoordigers om de stekker eruit te trekken. Die stemmen moeten dan komen van de N-VA, PS en/of MR. En... als er nieuwe verkiezingen zouden komen, blijven we met een regering in lopende zaken die dateert van twee verkiezingen daarvoor. Deze kerstpeiling heeft de politieke zenuwachtigheid aardig verhoogd. De duidelijke scheidingslijn tussen het centrumrechts stemmende Vlaanderen versus het links stemmende Brussel en Wallonië van 26 mei wordt meer dan bevestigd. Dat beeld wordt geïllustreerd door de gezamenlijke waarde van de drie traditionele partijen. Die zijn in het Waalse gebied goed voor 53,1 procent van de stemmen en in Vlaanderen nog maar voor 30,2 procent. Wat gaat er eerst zijn: de paaspeiling, een federale regenboogregering of nieuwe federale verkiezingen?