De gemeente Boom in de provincie Antwerpen was ooit wereldberoemd om zijn baksteenproductie. Uit de kleiputten die al gevormd zouden zijn ongeveer 25 miljoen jaar geleden hebben de sedimenten eeuw na eeuw een geologisch product gevormd dat vermoedelijk in de dertiende eeuw tot een ambachtelijke ontginning leidde. Die kwam echter pas in de tweede helft van de 19e eeuw goed op gang. De Britse auteur R.L. Stevenson, bekend door zijn roman "Treasure Island" maakte in die periode (1876) een reis door de Rupelstreek en merkte het verschil tussen de landelijke linkeroever van de rivier en het troosteloze uitzicht van de rechterkant waar de verstikkende rook van de steenbakkerijen hem haast het zicht belemmerde en zijn reukorganen teisterden.
...

De gemeente Boom in de provincie Antwerpen was ooit wereldberoemd om zijn baksteenproductie. Uit de kleiputten die al gevormd zouden zijn ongeveer 25 miljoen jaar geleden hebben de sedimenten eeuw na eeuw een geologisch product gevormd dat vermoedelijk in de dertiende eeuw tot een ambachtelijke ontginning leidde. Die kwam echter pas in de tweede helft van de 19e eeuw goed op gang. De Britse auteur R.L. Stevenson, bekend door zijn roman "Treasure Island" maakte in die periode (1876) een reis door de Rupelstreek en merkte het verschil tussen de landelijke linkeroever van de rivier en het troosteloze uitzicht van de rechterkant waar de verstikkende rook van de steenbakkerijen hem haast het zicht belemmerde en zijn reukorganen teisterden.De crisis van einde 1960 betekende ook de doodsteek van de fabrieken en de bevolking die al jarenlang haar krachten aan deze industrie had geleend. Eerst ambachtelijk door het manueel vormen en drogen van de grijze klei waar mannen en vrouwen mentaal en vooral fysiek aan ten ondergingen en later uitgebuit door genadeloze industriële exploitatie. De kleibaronnen speelden de uitgemolkte kleiputten die werden doorgespeeld aan malafide bedrijven die er hun schadelijk afval in deponeerden en een ecologische ramp veroorzaakten. Kortom Boom en dan vooral de wijk Noeveren werd van een welvarende ambachtelijke industrie beroofd. De vroegere werkplaatsen werden aan hun lot overgelaten en tot ruïnes herleid. Alles wat nog bruikbaar was werd door de vroegere eigenaars af- en uitgebroken en ten gelde gemaakt. Wat overbleef werd door weer en wind geteisterd en wordt nu krampachtig als industrieel erfgoed gekoesterd.Kunstenaar Camiel Van Breedam (Boom, 1936) groeide op tussen de steenbakkerijen en zag, met de jaren, hoe deze ambachtelijke industrie, stap voor stap, ontmenselijkte en langzaam uitstierf. Hij werd geen loodgieter zoals zijn vader maar trok naar de kunstschool in Gent waar hij werd opgeleid door onder meer Oktaaf Landuyt. Al snel evolueerde hij van schilder- naar assemblagekunst. Een van zijn vroege werken was een geschilderde achtergrond met daarop een fietsketting die als een slang over het doek kroop. Het was het begin van een oeuvre dat zich zou ontwikkelen tot een vaste waarde in de Belgische kunstwereld. Parallel met Vic Gentils vormden zij een uniek fenomeen in de Belgische kunstwereld, dat van assemblagekunstenaars die met gevonden materialen composities creëerden die tot een niet figuratieve wereld behoren. Gentils gebruikte onder meer piano onderdelen of wrakhout maar altijd met een esthetische inslag terwijl Van Breedam met elementen die hij onder meer op de terreinen van de oude steenbakkerijen vond een verhaal wilde vertellen dat ook esthetisch maar vooral sociaal getint was. Ook hij schuwde in bepaalde gevallen de monumentaliteit niet, integendeel, we hoeven ons maar te herinneren aan het grootse ensemble ter ere van de uitgemoorde indianenstammen dat niet alleen indrukwekkend was maar van een sculpturale kracht die iedereen die het werk zag imponeerde. Van Breedam slaagde er ook in om in kleinere werken eenzelfde kracht en maatschappelijke bekommernis te vatten. Dat was en is nog altijd zijn kracht : in zijn oeuvre kritisch en humaan de ongelijkheid in deze (zijn) wereld aan te klagen: via de esthetiek naar de humanistiek.Op zijn huidige tentoonstelling heeft hij een keuze gemaakt, meestal uit vroeger werk ontstaan in de jaren '60 en '80 van de vorige eeuw. Het is geen overzicht maar een keuze uit werken die gerelateerd zijn aan de oude steenbakkerijen en hun teloorgang. Soms verhalend, soms geïnspireerd maar ook gedreven en in vele gevallen steunend op de regels van de esthetiek. Dat is vooral te merken op zijn meest recente achter glas ingeraamde kleinere assemblages waarbij hij artefacten samen bracht die ook deel uitmaakten van een of ander element uit de fabrieken. Van Breedam is enerzijds de gevoelige estheet en anderzijds de sociale rebel die hij sinds zijn jeugd is gebleven.Tentoonstelling : "De jachtvelden langsheen de Rupel" met werken van Camiel Van Breedam. Machinehal van de herbestemde steenbakkerij Peeters-Van Mechelen, Hoevenen 261, Boom. Nog tot 14 oktober.