De fase tussen werk en zerk beroert ons allen: zullen we kunnen genieten van een welverdiend pensioen? Gouverneur Pierre Wunsch van de Nationale Bank beschrijft ons wettelijk pensioenstelsel als 'een van de belangrijkste pijlers van het Belgische sociaal model' en noemt het 'van essentieel belang' dat we het 'zowel betaalbaar als toereikend houden'. Beide thema's zijn brandend actueel.
...

De fase tussen werk en zerk beroert ons allen: zullen we kunnen genieten van een welverdiend pensioen? Gouverneur Pierre Wunsch van de Nationale Bank beschrijft ons wettelijk pensioenstelsel als 'een van de belangrijkste pijlers van het Belgische sociaal model' en noemt het 'van essentieel belang' dat we het 'zowel betaalbaar als toereikend houden'. Beide thema's zijn brandend actueel. De levensvatbaarheid van onze pensioenen komt in het gedrang aangezien ze worden gefinancierd volgens het repartitiesysteem: de bijdragen ingehouden op de lonen van de actieven van vandaag worden herverdeeld onder de gepensioneerden van vandaag. En wat wil de demografische evolutie? Er gaan nu massaal veel babyboomers met pensioen, terwijl de bevolking op arbeidsleeftijd vanaf volgend jaar daalt. U hoeft geen Nobelprijs Economie te hebben gekregen om te beseffen dat de betaalbaarheid van onze pensioenen daardoor onder zware druk komt. We wisten al lang dat dit er zat aan te komen. Daarom werd in 2001 door de regering-Verhofstadt het Zilverfonds opgericht, dat de toekomstige pensioenen moest financieren. Het fonds zou worden gespijsd met begrotingsoverschotten, maar die kwamen er helaas niet. Het Zilverfonds bleek een lege doos. In 2013 werd onder de regering-Di Rupo een commissie 'Pensioenhervorming 2020-2040' met twaalf experts opgericht. Zij leverden in 2014 een lijvig rapport af: 'Bij ongewijzigd beleid is het pensioensysteem financieel niet houdbaar, strookt het niet meer met evoluties in de samenleving en rijzen er problemen inzake sociale kwaliteit', zo luidde de conclusie. De experts pleitten voor een grondige pensioenhervorming. Kern was een pensioensysteem op punten: iedereen verzamelt tijdens zijn loopbaan punten, afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en de duur van de loopbaan. Een mooi systeem, alleen werd het slecht verkocht: de mensen willen niet weten hoeveel punten ze later hebben, wel hoeveel geld ze zullen krijgen. Frank Vandenbroucke, van 1999 tot 2004 en dus tijdens de oprichting van het Zilverfonds minister van Pensioenen, putte zich als woordvoerder van de Commissie uit om de voorgestelde hervormingen aan de man te brengen. De regering-Michel schreef in haar regeerakkoord dat ze het rapport van de Commissie zou gebruiken als 'wetenschappelijke basis' voor de pensioenhervormingen. Eerder deze maand keek Vandenbroucke, ondertussen professor aan de Universiteit Amsterdam, voor een select publiek van Franse en Belgische pensioenexperts terug op wat daarvan is terechtgekomen: 'Veel te weinig.' Onder de regering-Michel werd de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken van 65 jaar naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Daarna verzande alles in een discussie over de zware beroepen, die eerder met pensioen zouden mogen gaan. Vandenbroucke wijt het falen aan 'het gebrek aan politiek leiderschap' onder de regering-Michel en 'het ontbreken van een consensus op het sociaal overleg'. Want daar had deze regering ook een handje van: als ze er zelf niet uitraakte, bijvoorbeeld over de lijst met zware beroepen, schoof ze het dossier door naar het overleg tussen de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers waar het nooit tot een akkoord zou komen. Ondertussen woedt de discussie over dat andere moeilijk punt van onze pensioenen: hoe houden we ze 'toereikend'? Zowat alle politieke partijen willen de laagste pensioenen optrekken tot 1500 euro, al verstaat iedereen daar iets anders onder. Hoe die verhoging gefinancierd moet worden, blijft de grote vraag. Bovendien wordt de discussie zo weer verengd, terwijl het debat zou moeten gaan over een grondige hervorming van onze pensioenen, die niet alleen toereikend, maar ook eenvoudiger, transparanter, rechtvaardiger en betaalbaar moeten worden. Sinds het begin van de eeuwwisseling zijn de hervormingen van onze pensioenen een aaneenrijging van gemiste kansen en flagrante mislukkingen. Gelooft iemand echt dat de volgende federale regering, waarvan de vorming zo moeilijk verloopt, wel voldoende leiderschap zal hebben om de noodzakelijke hervorming van ons pensioenstelsel door te voeren?