De Vlaamse socialistische partij SP.A is omgevormd tot de beweging Vooruit. Het valt op: naarmate de beweging wegloopt van een partij, wil de partij zélf een beweging worden. De Vlaamse socialisten maken het mee en zijn niet de enigen: de band met het maatschappelijke middenveld verschrompelt zienderogen, de link tussen de basis van de socialistische vakbond en de socialistische partij is lang niet meer zo hecht als weleer. Zoals er binnen de geledingen van de christendemocratische vakbond ACV meer en meer sympathie is voor Groen in plaats van voor de CD&V, zo vindt de basis van de socialistische vakbond ABVV meer steun bij de kameraden van het radicaal-linkse PVDA/PTB dan bij de bonzen van de klassieke socialistische partijen.
...

De Vlaamse socialistische partij SP.A is omgevormd tot de beweging Vooruit. Het valt op: naarmate de beweging wegloopt van een partij, wil de partij zélf een beweging worden. De Vlaamse socialisten maken het mee en zijn niet de enigen: de band met het maatschappelijke middenveld verschrompelt zienderogen, de link tussen de basis van de socialistische vakbond en de socialistische partij is lang niet meer zo hecht als weleer. Zoals er binnen de geledingen van de christendemocratische vakbond ACV meer en meer sympathie is voor Groen in plaats van voor de CD&V, zo vindt de basis van de socialistische vakbond ABVV meer steun bij de kameraden van het radicaal-linkse PVDA/PTB dan bij de bonzen van de klassieke socialistische partijen. Dat vertaalt zich ook in de verkiezingsuitslagen: begin jaren zestig behaalde de SP.A nog 30 procent van de stemmen, in 1981 was dat 21 procent, rond de eeuwwisseling 16 procent en twee jaar geleden nog 7 procent. Veel dieper zakken kan niet, hier en daar komt zelfs de kiesdrempel in zicht. Dat besefte ook Conner Rousseau, die in mei 2019 verkozen werd tot Vlaams Parlementslid en toen al verklaarde: 'We moeten vervellen tot een grotere beweging die voor inclusie gaat en dat heel scherp brengt. Dat is de enige weg die we zullen moeten bewandelen, of de laatste zal over vijf jaar het licht moeten uitdoen.' Nauwelijks zes maanden later zou hij John Crombez opvolgen als voorzitter. De hele operatie-Vooruit is niets anders dan een overlevingsstrijd. Bij de lancering van Vooruit verklaarde Rousseau dat hij 'samen van België het beste land ter wereld wil maken'. Nu mag je zeer ambitieus zijn bij het presenteren van een vernieuwend project, maar de geformuleerde doelstellingen moeten wel realistisch zijn, anders valt het heel erg op dat het om pure marketing gaat. De voorzitter werd heel eventjes concreet toen hij zei: 'In het beste land ter wereld is geen kinderarmoede. En als u vindt dat we daarvoor het kindergeld moeten afschaffen en we dat geld beter rechtstreeks investeren in onderwijs, betaalbare kinderopvang en gezonde maaltijden op school, dan willen wij daar met u over spreken.' Een paar maanden geleden zei Rousseau al dat 'sommigen even geen kinderen zouden mogen maken' en stelde hij het recht op ouderschap ter discussie. Dat lokte toen heftige reacties uit. Nu zet hij het kindergeld op de helling om de kinderarmoede de wereld uit te krijgen. Het was niet lang wachten op de reacties van ongelijkheidsexperts Ive Marx (UAntwerpen) en Wim Van Lancker (KU Leuven), die spraken van 'een onvoorstelbaar slecht idee'. Van Lancker tweette: 'Als Conner Rousseau minder in kindergeld en meer in kinderopvang wil investeren, dan zal de kinderarmoede helaas toenemen.' De enige concrete doelstelling die Rousseau suggereerde om van België het 'beste land ter wereld' te maken, werd door de experts dus meteen verworpen. Van Lancker schreef ook nog dat 'goed beleid begint bij goed inzicht in waar het probleem zit'. Daarvoor had Rousseau bijvoorbeeld Armoede en deprivatie bij Belgische kinderen kunnen lezen, een rapport dat in 2018 bij de Koning Boudewijnstichting is verschenen. Een van de twee auteurs was Frank Vandenbroucke, toen hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en ondertussen minister van Volksgezondheid en vicepremier voor Vooruit. De auteurs verzetten zich tegen het idee dat je met één maatregel iets aan de kinderarmoede kunt doen. Ze wijzen er net op dat er een masterplan moet komen dat 'een brede waaier aan domeinen moet behelzen'. Rousseau zou dat rapport moeten kennen als hij over kinderarmoede spreekt. Je kunt het zelfs gratis downloaden van het internet. De voorzitter van een nieuwe beweging moet niet alleen realistische doelstellingen formuleren, hij moet daarbij ook uitgaan van wetenschappelijke inzichten - zeker als die worden aangeleverd door een hooggeprezen coryfee van de beweging. Dat was nu niet het geval. Hopelijk komt Rousseau bijtijds tot het inzicht dat een geloofwaardige herlancering van het socialisme in Vlaanderen toch meer moet inhouden dan een beetje marketing.