Tussen 18 en 25 mei voerde het onderzoeksbureau Kantar voor Knack, Le Vif en nieuwszender LN24 een online enquête uit bij 1021 volwassen Belgen. De eerste versoepelingen van de lockdownmaatregelen waren net ingegaan - u kon weer naar de kapper, de musea gingen opnieuw open - en het aantal dagelijkse overlijdens bleef voor het eerst een hele week onder de grens van vijftig. De ondervraagden toonden zich op dat moment al bij al best tevreden over de lockdown. Net de helft van hen vond de maatregelen zoals die op zaterdag 14 maart ingingen streng genoeg, terwijl ze voor 35 procent nog strenger hadden mogen zijn. Bijna 40 procent van de Belgen vond ook dat de lockdown trager versoepeld had moeten worden dan in die periode het geval was. 20 procent van de ondervraagden - waarvan weliswaar veel meer Franstaligen - antwoordde in de week dat scholen voor het eerst weer leerlingen ontvingen zelfs dat ze hun kinderen liever nog niet naar school stuurden. De Belg vond deze lockdown dus eerder niet streng genoeg dan overdreven streng.
...

Tussen 18 en 25 mei voerde het onderzoeksbureau Kantar voor Knack, Le Vif en nieuwszender LN24 een online enquête uit bij 1021 volwassen Belgen. De eerste versoepelingen van de lockdownmaatregelen waren net ingegaan - u kon weer naar de kapper, de musea gingen opnieuw open - en het aantal dagelijkse overlijdens bleef voor het eerst een hele week onder de grens van vijftig. De ondervraagden toonden zich op dat moment al bij al best tevreden over de lockdown. Net de helft van hen vond de maatregelen zoals die op zaterdag 14 maart ingingen streng genoeg, terwijl ze voor 35 procent nog strenger hadden mogen zijn. Bijna 40 procent van de Belgen vond ook dat de lockdown trager versoepeld had moeten worden dan in die periode het geval was. 20 procent van de ondervraagden - waarvan weliswaar veel meer Franstaligen - antwoordde in de week dat scholen voor het eerst weer leerlingen ontvingen zelfs dat ze hun kinderen liever nog niet naar school stuurden. De Belg vond deze lockdown dus eerder niet streng genoeg dan overdreven streng. Het valt op hoezeer de ondervraagden zich tevreden tonen over de virologen en andere wetenschappers die de voorbije maanden op de voorgrond traden. Kenden veel Belgen voor de coronacrisis alleen griepcommissaris Marc Van Ranst, nu kunnen we allemaal makkelijk drie virologen opsommen. Alle experts - Marc Van Ranst, Steven Van Gucht, Erika Vlieghe, Herman Goossens en Pierre Van Damme - kunnen rekenen op tevredenheidscijfers die hoger liggen dan 60 procent. Steven Van Gucht schiet daar nog eens bovenuit: 80 procent van de ondervraagde Nederlandstaligen is tevreden over zijn aanpak. Van Gucht staat tijdens de persconferentie van het crisiscentrum en Sciensano dagelijks op presidentiële wijze het volk te woord. Daarna komt Marc Van Ranst op twee en Pierre Van Damme op drie. Het contrast met de politici doet pijn aan de ogen. Velen van hen zullen zich misschien afvragen of het wel zo'n goed idee was om wekenlang virologen te laten voorgaan in de televisiestudio's, en zelf wat vaker weg te blijven. Ze kunnen in ieder geval alleen maar dromen van zulke populariteitscijfers. Premier Sophie Wilmès (MR) is de populairste politica van degenen die we in de enquête voorlegden, en blijft met 39,1 procent aan tevredenheid steken op de helft van Steven Van Gucht. Onder Nederlandstaligen is Wilmès zelfs 'maar' even populair als Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA), met 32 procent. Alle andere politici blijven rond de 20 procent hangen. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) krijgt veruit de slechtste punten. Hoewel haar tevredenheidscijfer niet zo heel erg ver af ligt van dat van partijgenoot Philippe De Backer (bevoegd voor beschermingsmateriaal en tests), zeggen veel mensen ontevreden te zijn over De Block: zo'n 61 procent in heel België, en 47 procent onder Nederlandstaligen. Enkel Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V), die veel kritiek kreeg over zijn aanpak van de rust- huizen, komt met een ontevredenheid van 42,8 procent iets of wat in de buurt. De andere Nederlandstalige politici weten onder de grens van 40 procent te blijven. Van alle Belgen die vonden dat er tijdens deze crisis een minister had moeten opstappen - 57,5 procent van de ondervraagden - hadden er twee op de drie graag De Block zien vertrekken. Bij deze cijfers moet worden opgemerkt dat het aantal mensen dat de betreffende expert of politicus niet zegt te kennen, hierin niet is verrekend. Voor politici ligt dat altijd redelijk laag, hoewel voor net geen 20 procent van de ondervraagden De Backer onbekend is, en dat ook voor minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) toch bijna 10 procent is. Zo'n 28 procent van de Nederlandstaligen zei microbioloog Herman Goossens niet te kennen, en ook voor viroloog Pierre Van Damme was dat 20 procent. Ondertussen kent 97 procent van hen dan weer wel Steven Van Gucht. Maggie De Block en ook Sophie Wilmès zitten in een minderheidsregering die zich voor de coronacrisis in lopende zaken bevond. Dat was niet hun keuze, maar het gevolg van aanslepende regeringsonderhandelingen. In maart werd er daarom een poging gedaan om een noodregering op de been te brengen die zou worden uitgebreid met de N-VA, de socialisten en eventueel de groenen. N-VA-voorzitter Bart De Wever liep zich zelfs al even warm om - in het landsbelang - het premierschap op te nemen. Gevraagd naar of u meer of minder vertrouwen zou hebben gehad in zo'n regering met De Wever aan het hoofd, bent u duidelijk: niet echt. Slechts 22 procent van de ondervraagden zou meer vertrouwen hebben gehad in een regering-De Wever, terwijl meer dan de helft het omgekeerde antwoordt. In Franstalig België is het vertrouwen weinig verrassend minder groot, maar ook van de Nederlandstaligen antwoordt 39,1 procent 'minder vertrouwen' en slechts 31,3 procent 'meer'. Nee, de Belgen willen echt meer van experts horen. Slechts 14,4 procent van hen vond het een goed idee dat politici de adviezen van wetenschappers soms naast zich neerlegden. Het is algemeen bekend dat zij geen voorstanders waren van de sluiting van de scholen, en dat zij vonden dat de versoepelingen van de lockdown in het begin sneller gingen dan goed was. Iets meer dan 57 procent van de mensen heeft liever dat politici de wetenschappelijke adviezen altijd opvolgen. Bijna 83 procent van de ondervraagden hoopt dat politici ook na deze crisis vaker naar experts zullen luisteren, terwijl dat voor amper 3,6 procent van de mensen niet hoeft.Naast de roep om meer expertise, is er één inschatting die tijdens de lockdown werd gemaakt en waar de Belgen zwaar aan tilden. Bijna 70 procent van hen vindt dat de regering - trouwens wel op advies van experts - te lang heeft gewacht om het gebruik van mondmaskers te stimuleren. Pas tijdens de eerste versoepelingen werd het grote publiek aangeraden, en op het openbaar vervoer zelfs verplicht, om mondmaskers te dragen als afstand houden onmogelijk was. Daarvoor ging alle aandacht in verband met mondmaskers naar het zorgend personeel, terwijl de Belg er toen liever zelf al eentje had gedragen. Kantar stelde ook een aantal vragen over de politieke crisis en de aanslepende regeringsonderhandelingen aan de deelnemers van de enquête. Maar liefst 41 procent van de ondervraagden wil dat er na deze coronacrisis nieuwe verkiezingen worden georganiseerd. Voor 30 procent hoeft dat dan weer niet. Het alternatief van een regering van experts kan zelfs op een nog groter enthousiasme rekenen. Meer dan de helft van de ondervraagden heeft een voorkeur voor zo'n deskundigenregering als politici er tijdens de onderhandelingen niet meer uit raken. Er zijn geen significante verschillen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen over deze stellingen. Zij verschillen wel enigzins van mening over hoe de regeringsonderhandelingen er ongeveer moeten uitzien. Terwijl 42 procent van de Nederlandstaligen het zinvol zou vinden als de N-VA en de PS een (zoveelste) poging ondernemen om een federale regering te vormen, hoeft dat voor bijna 35 procent van de Franstaligen eigenlijk niet meer. Ongeveer 41 procent van de Nederlandstaligen vindt het ook noodzakelijk dat de N-VA deel uitmaakt van de volgende regering, en dat die dus over een Vlaamse meerderheid beschikt. Men zou verwachten dat Franstaligen daar minder van wakker liggen, en in die zin is het misschien nog verrassend dat toch bijna 20 procent van hen dat evenzeer noodzakelijk vindt.