'Denk je dat mijn God me niet ziet? Binnenkort zal hij me wreken!' In de lente van 2017 zwiert Salah Abdeslam voor de zoveelste keer een verwijt naar het hoofd van zijn bewakers. 31 jaar is hij, en de enige terreurverdachte die de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs heeft overleefd. Hij verblijft in een beveiligde cel van de gevangenis van Fleury-Mérogis, bezuiden Parijs, waar hij onder permanente camerabewaking staat. Hij maakt de bewakers uit voor 'kufar' ('ongelovigen'), bedreigt hen, beledigt hen. 'Ik blijf jullie vervolging ondergaan tot mijn heer mijn ziel tot zich neemt. Ik hoef niets meer van jullie.' Dat soort uitlatingen komen zo vaak voor dat ze in heel wat officiële verslagen staan. De ene dag herhaalt de gevangene een zin die terrorist Mohamed Merah heeft uitgesproken voor de bestorming van het appartement waar hij zich schuilhield in Toulouse in 2012: 'Ik hou van de dood zoals jullie van het leven houden.' De andere dag roept hij dat hij naar Allah zal terugkeren.
...

'Denk je dat mijn God me niet ziet? Binnenkort zal hij me wreken!' In de lente van 2017 zwiert Salah Abdeslam voor de zoveelste keer een verwijt naar het hoofd van zijn bewakers. 31 jaar is hij, en de enige terreurverdachte die de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs heeft overleefd. Hij verblijft in een beveiligde cel van de gevangenis van Fleury-Mérogis, bezuiden Parijs, waar hij onder permanente camerabewaking staat. Hij maakt de bewakers uit voor 'kufar' ('ongelovigen'), bedreigt hen, beledigt hen. 'Ik blijf jullie vervolging ondergaan tot mijn heer mijn ziel tot zich neemt. Ik hoef niets meer van jullie.' Dat soort uitlatingen komen zo vaak voor dat ze in heel wat officiële verslagen staan. De ene dag herhaalt de gevangene een zin die terrorist Mohamed Merah heeft uitgesproken voor de bestorming van het appartement waar hij zich schuilhield in Toulouse in 2012: 'Ik hou van de dood zoals jullie van het leven houden.' De andere dag roept hij dat hij naar Allah zal terugkeren. Zijn obsessie voor de dood blijkt uit het merendeel van de incidenten die sinds zijn overplaatsing naar Frankrijk op 27 april 2016 op papier zijn gezet. Zo vreest hij geregeld dat hij vergiftigd is. Met de zeep of het aangelengde bleekwater dat hij krijgt, maakt hij zijn cel brandschoon, van de stoel en de tafel tot de kapstok. Tegen de bewakers zegt hij dat hij heus wel weet dat ze giftige stoffen op de muren van zijn cel hebben aangebracht. 'Jullie zijn lafaards. Voor het vergif dat jullie in mijn eten doen, zullen jullie boeten.' Tegen het personeel dat hem zijn maaltijden brengt en de producten die hij van op een lijst kan kopen, zegt hij dat hij de tandpasta niet vertrouwt. En het fruit. Zo nu en dan hangt hij een handdoek over de spiegel van zijn cel. Maar sinds 2016 weigert Abdeslam te praten met de mensen die het gerecht naar hem toe stuurt, zoals hoog aangeschreven psychiaters of gevangenisartsen. sAbdeslam is de strengst bewaakte gevangene van Frankrijk. Justitie is niet alleen beducht voor zijn zelfmoord, maar ook voor zijn executie of ontsnapping. 'Er hangt een zware last rond zijn persoon. Hij kan het doelwit zijn van een gewapende actie, hetzij om hem te bevrijden, hetzij om hem te elimineren', verklaart een antiterreurrechter in mei 2019 voor een tuchtcommissie van de gevangenis. Je mag er niet aan denken dat de man die zo weinig zegt, de dood zou kiezen als een manier om zich uit te drukken. Zijn gedrag op de avond van 13 november blijft een mysterie. Heeft hij zich bedacht en zijn bomgordel niet laten afgaan? Of was zijn bomgordel defect, zoals de experts concludeerden? Hoe was de geestestoestand van deze jongeman uit Molenbeek, die voor de aanslagen leefde van uitkeringen en hand-en-spandiensten? Was hij een overtuigde jihadstrijder, of was hij eerder een beïnvloedbare jongen die is overgehaald om mee te doen, maar die op het moment van waarheid is teruggekrabbeld? Binnen de verschillende commando's neemt Salah Abdeslam een uitzonderlijke plaats in. Hij is niet naar Syrië gegaan en is geen onrustwekkend geval voor de inlichtingendiensten. Dat maakt van hem de ideale kandidaat voor de logistieke taken: voertuigen huren, alles kopen wat nodig is om explosieven te maken, en dat zonder aandacht te trekken. Hij lijkt ook een van de minder geradicaliseerde mannen van de groep te zijn. Een paar weken voor de aanslagen bezoekt hij nog een casino. Zijn vriendin, die verbijsterd was over het dubbelleven van de man die ze al sinds haar kindertijd kende, zegt dat het hem zelfs niet lukte om zijn gebeden bijtijds op te zeggen. En dat hij de laatste tijd nog meer alcohol dronk. Eind 2014 sprak hij wel degelijk met haar over vertrekken naar Syrië, maar daar besteedde zij niet al te veel aandacht aan, aangezien hij 'zijn halve leven in de nachtclub had doorgebracht'. Op het moment van afscheid (met als voorwendsel dat hij ging skiën), vlak voor de aanslagen, huilt hij. De andere leden van het commando kloppen zich op dat moment bij hun echtgenotes op de borst. De vrouwen feliciteren hen, omdat hun mannen straks martelaars zijn. Op 14 november, de dag na de aanslag, breekt Abdeslam opnieuw, in de auto die hem terug naar Brussel brengt. 'Hij huilde en schreeuwde terwijl hij vertelde wat er was gebeurd', vertelt Hamza Attou, een goede vriend die hem in allerijl in Parijs is komen ophalen. Maar hij dreigt ook de auto op te blazen als zijn vriend hem weigert te helpen. Zijn arrestatie in Brussel, na een vlucht van honderdzesentwintig dagen, is dé mogelijkheid voor het gerecht om meer inzicht in zijn rol te krijgen. Wanneer de Belgische rechercheurs op 15 maart 2016 voor het flatgebouw in Vorst staan, houdt Abdeslam zich met twee medeplichtigen schuil in een appartement. Er breekt een schietpartij uit, maar het is niet Salah Abdeslam die schiet. Hij vlucht onmiddellijk weg over de daken, samen met het derde lid van de cel. Hun wapens laten ze achter. Een vluchtpoging die zelfs zijn medeplichtigen verbaast. 'Alleen Allah weet waarom ze zo gereageerd hebben. We weten niet waarom ze weggegaan zijn, waarom ze hun wapens hebben achtergelaten', zegt zelfs Ibrahim El Bakraoui, een van de leiders van het commando, in een audiobericht naar Oussama Atar, het brein achter de aanslagen. Een medeplichtige zegt dat Salah Abdeslam goed kon koken. Oorspronkelijk moest Abdeslam op 13 november 2015 samen met drie andere terroristen zijn bomgordel laten afgaan in het Stade de France. Maar hij deed het niet, zette zijn drie passagiers af aan Saint-Denis en vertrok opnieuw met de auto. Hij reed op goed geluk rond, zette de auto aan de kant, nam de metro en gooide zijn bomgordel neer bij een aantal vuilnisbakken in een straat in Montrouge. Ook al heeft Abdeslam één enkele keer in een Belgisch verhoor na zijn arrestatie gezegd dat hij 'had teruggekrabbeld' omdat hij 'niet het profiel had' om zichzelf op te blazen, blijft de meest aanneembare hypothese dat er een mechanisch defect aan zijn bomgordel was. Zelf schrijft hij in een tekst die gevonden is op een computer in een van zijn schuilplaatsen: 'Ik was graag een van de shahid (martelaars, nvdr) geweest, maar Allah heeft er anders over beslist. Dank aan Allah dat hij me heeft gered van die ongelovigen, en ik kon me bij de rest van mijn broeders voegen omdat er een defect aan mijn gordel was.' Als Abdeslam verhoord wordt, spreekt hij doorgaans geen woord. Alleen tijdens een verhoor in maart 2018 staat hij erop een van zijn vermoedelijke handlangers vrij te spreken. Een maand later barst hij tegen een Franse rechter meteen los in een tot dan toe ongeziene verklaring: 'Vierentwintig uur op vierentwintig bewaakt worden, bevalt me niet goed. [...] Ik ben op zoek naar een advocaat die me kan verdedigen, een correcte advocaat. [...] Ik ben Abdeslam Salah en ik vorm geen gevaar. Ik vraag zelfs mijn voorwaardelijke vrijlating aan, om vrij te zijn tot aan mijn proces. [...] Ik ben geen lafaard, maar ik denk dat jullie dat wel zijn.' De zeldzame andere keren dat hij praat, herhaalt hij dezelfde reeks verwijten: 'Ik getuig, ik verklaar dat er buiten Allah geen god is die het aanbidden waard is. [...] Ik uit mijn afkeuring ten opzichte van deze regering die onrechtvaardig en in koelen bloede vrouwen en kinderen doodt, of het nu in het Midden-Oosten of in Afrika is. [...] Jullie land zal onveilig blijven zolang jullie vasthouden aan jullie vijandigheid en aanvallen ten opzichte van moslims. Ook aan de slachtoffers wil ik zeggen: zet jullie woede opzij en denk even na. Frankrijk zou dit soort conflicten niet kennen als het alleen zijn eigen stoep zou schoonvegen.' Welke houding kunnen we van hem verwachten in het assisenhof in Parijs? Toen hij in februari 2018 in Brussel terechtstond voor de schietpartij die voor zijn laatste schuilplaats is losgebarsten, heeft Salah Abdeslam geen woord meer gezegd nadat hij verklaard had de rechtmatigheid van het rechtssysteem niet te erkennen: 'Berecht me, doe wat jullie willen met mij, ik vertrouw enkel mijn heer, ik ben niet bang voor jullie, voor jullie bond- en deelgenoten.' In zijn grijze kostuum, met zijn lange haren, glad achterover gekamd tot in zijn nek en een dikke baard antwoordt hij op geen enkele vraag meer, zelfs niet als hij zijn identiteit moet bevestigen. Hij weigert zelfs op te staan als de voorzitster dat vraagt: 'Ik ben moe, ik heb niet geslapen.' 'Waarom wilde u bij dit proces zijn, als u het woord niet wilt nemen?' vraagt de magistraat. 'Ze hebben me gezegd dat ik moest komen, en dus ben ik gekomen.' Het is een zin waarvan men zich afvraagt of hij niet ook zijn leven samenvat. In december 2017 had hij nochtans zijn wil om voor de rechtbank te verschijnen uitgesproken. Met het oog op het proces had hij zelfs aan advocaat Sven Mary gevraagd om zijn verdediging op zich te nemen, terwijl hij maanden en maanden geen advocaat had gewild. Abdeslam komt uiteindelijk enkel de eerste dag opdagen en weigert de andere zittingen bij te wonen. Zijn stilzwijgen was een boodschap. 'Hij wist dat alle schijnwerpers op hem gericht zouden zijn, hij heeft ervoor gekozen niet te praten en zo zijn zwijgen tentoon te stellen', verklaarde professor Michaël Dantinne, lid van het Luikse Onderzoekscentrum naar Terrorisme en Radicalisering. 'Achter zijn houding zit een wil om van status te veranderen, om omhoog te klimmen in de hiërarchie van jihadisten, maar ook om twijfel te zaaien over zijn radicaliteit.' Hij mag dan niets zeggen, schrijven heeft Abdeslam wél veel gedaan, soms in een vaag fonetisch Arabisch, maar vaker in het Frans. Aan zijn zus schrijft hij in een onderschepte brief: 'Het is vast niet makkelijk voor jou om van je twee broers gescheiden te zijn. Bovendien behandelt de hele wereld ons als terroristen. Weet dat wij enkel het ongelovige volk hebben geterroriseerd, want Frankrijk is een land dat tegen de islam strijdt.' Hij ontvangt ook heel wat post van geradicaliseerde jonge vrouwen, die hun brieven doorspekken met stuntelige religieuze referenties. Al hun bezoekaanvragen zijn geweigerd. Ook de omstreden Franse komiek en acteur Dieudonné heeft in september 2017 een brief naar de gevangene geschreven. Hij vroeg daarin naar een ontmoeting, als voorbereiding op een boek. 'We hopen meer inzicht te krijgen in het immense verzet dat u vanbinnen voelt, en waar de maatschappij doof voor is', schrijft hij. Ook zijn bezoek werd geweigerd. Alleen de familie van Salah Abdeslam heeft toestemming om hem te komen bezoeken. Lange tijd waren ook de bezoeken van advocaten zeldzaam. Zijn oude raadgevers, de Belg Sven Mary en de Fransman Frank Berton, hebben de handdoek in de ring geworpen. 'Om iemand te kunnen verdedigen,' zei die laatste in 2016 in het Franse weekblad l'Obs, 'moet je met twee zijn: de advocaat en de beschuldigde. Salah Abdeslam werkt niet langer mee. Vanaf het moment waarop [..] deze man ervoor koos zich in zwijgen te hullen, hield mijn rol op.' In 2018 krijgt Abdeslam door hoe belangrijk het is om verdedigd te worden. Hij doet een beroep op de Parijse advocate Olivia Ronen, 31 jaar, die eerder al jihadisten heeft bijgestaan. Ze ontmoet hem in de bezoekruimte voor advocaten in de beveiligde vleugel van Fleury-Mérogis. De terrorist benoemt haar tot zijn advocate in september 2019, zonder dat zij daar enige ruchtbaarheid aan geeft. Haar naam werd pas afgelopen juni bekendgemaakt. Nu wacht de advocate op de zitting om het woord te nemen. Ze lijkt zich een uitspraak eigen te maken van de grote strafpleiter Thierry Lévy, in wiens kabinet ze in haar beginjaren gewerkt heeft: 'Iedereen heeft recht op verdediging, altijd en overal. Dat is juist. Maar vergeet niet dat je alleen een mens van vlees en bloed kunt verdedigen, en dus geen abstract individu op wie je een algemeen label kunt plakken. Die grens is heel vaag. Ze brengt ons vaak in een moeilijke en delicate positie.' Het is nu aan de advocate om het woord te nemen in naam van de man die weigert te praten.