Zeker naar Belgische normen zitten we, een kleine vier weken na de verkiezingen, nog in het comfortabele begin van de formatie. Het volk komt niet op straat, er zijn nog geen 541 dagen geteld, het Guinness Book of Records heeft nog niet gebeld. De informateurs ploegen voort in deugddoende stilte, in de tweede verlenging. En in de regio's zijn de twee grote politieke partijen, de N-VA en de PS, bezig met een nieuwe studieronde. Het is niet zeker dat we op 11 juli de naam van de nieuwe minister-president van Vlaanderen zullen kennen. Maar je kunt niet eindeloos doen alsof een gemakkelijke puzzel eigenlijk heel moeilijk is.
...

Zeker naar Belgische normen zitten we, een kleine vier weken na de verkiezingen, nog in het comfortabele begin van de formatie. Het volk komt niet op straat, er zijn nog geen 541 dagen geteld, het Guinness Book of Records heeft nog niet gebeld. De informateurs ploegen voort in deugddoende stilte, in de tweede verlenging. En in de regio's zijn de twee grote politieke partijen, de N-VA en de PS, bezig met een nieuwe studieronde. Het is niet zeker dat we op 11 juli de naam van de nieuwe minister-president van Vlaanderen zullen kennen. Maar je kunt niet eindeloos doen alsof een gemakkelijke puzzel eigenlijk heel moeilijk is. Federaal ligt het veel complexer. Met duivels plezier wordt de jongste weken op de gelijkenissen gewezen tussen de gezworen vijanden N-VA en PS - noem het Belgische ironie. Beide partijen zijn aan zet in hun eigen landsdeel, omdat ze allebei de grootste zijn gebleven. Maar ze zijn allebei ook aan het bekomen van een pandoering vanjewelste. De N-VA likt haar wonden na een van de zwaarste Vlaamse verkiezingsnederlagen na de Tweede Wereldoorlog. De PS heeft haar slechtste resultaat behaald sinds de invoering van het algemeen stemrecht. Dat is dus sinds de Eerste Wereldoorlog. Bart De Wever en Elio Di Rupo doen hun uiterste best om die historische nederlagen zo snel mogelijk te doen vergeten, allebei op een gelijkaardige manier. Ook na de afstraffing gedragen de N-VA en de PS zich als natuurlijke machtspartijen, alsof het na al die jaren vanzelfsprekend is dat zij het voor het zeggen hebben. Niets aan het handje. Bij de Franstalige socialisten zit de zelfgenoegzaamheid van de macht al decennia ingebakken. De veel jongere N-VA, op 26 mei nu ook door de kiezer ontmaskerd als het rechts van de rijken, is haar anti-establishmentimago voorgoed kwijtgespeeld. Toch zijn er ook twee belangrijke verschillen tussen de manoeuvres van beide partijen. Ten eerste gaan ze op regionaal niveau anders om met de gesprekken met hun radicalere neefjes, Vlaams Belang en de communisten van de PTB/PVDA - of doen ze toch alsof. Terwijl de gesprekken tussen de PS en de PTB/PVDA meteen onder het vriespunt zakten, deed Bart De Wever er alles aan om toch maar de indruk te wekken dat een coalitie met Vlaams Belang op het Vlaamse niveau niet uit te sluiten viel. Raoul Hedebouw (PTB) had het al snel over de 'arrogantie' van de PS, en weigerde een derde gesprek. Di Rupo zei dat de PTB 'haar kiezers laat vallen', 'haar verantwoordelijkheid weigert te nemen' en sprak zelfs over 'desertie'. De Wever had wél een derde gesprek met Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken, waarin volgens De Standaard zelfs over beleidslijnen zou zijn gepraat. Wie niet in intentieprocessen wil vervallen, kan alleen maar vaststellen dat hij erin slaagt om minstens op het regionale niveau langer naar de winnaar van de verkiezingen te luisteren. Ten tweede heeft de N-VA de afgelopen weken minder last van opstootjes en warrige communicatie dan de PS. Zeker vorige week leken Elio Di Rupo en zijn kroonprins Paul Magnette elkaar soms tegen te spreken, waarbij de tweede zich voorspelbaar hard tegen de N-VA opstelt en de eerste de deur al sneller op een kier laat staan. Bij de N-VA blijft Bart De Wever bijna volledig onder de oppervlakte en mag Theo Francken de camera's opzoeken. Dat zorgt voor minder chaos en minder interne tegenspraak. De PS, de geoliede machine waarvan De Wever in 2010 nog zo onder de indruk was, sputtert, terwijl de N-VA vooralsnog weinig steken laat vallen. Toch moet de echte krachtmeting nog komen. Onvermijdelijk komt het moment waarop De Wever en Di Rupo elkaar in de ogen moeten kijken. Er ligt wisselgeld op tafel. Het strengere migratiebeleid waar de N-VA op aanstuurt is ook in Wallonië aanvaardbaar, misschien zelfs heimelijk gewenst. De linksere socio-economische koers waarvoor de PS zal strijden, zou een kwetsbare flank van de N-VA in Vlaanderen afdekken. Bovendien is de PS de ideale partner om de staat te hervormen. Maar dan moet de N-VA zich in het moeras willen begeven van een dure en finaal altijd weinig elegante staatshervorming. In 2010 konden De Wever en Di Rupo elkaar niet vinden. In 2019 zijn er geen redenen waarom het gemakkelijker zou gaan, integendeel. Het doet de kans op een federale regenboogcoalitie zonder de N-VA aanzienlijk stijgen.