Als voormalige inwoner van een historische stad is het me vaak overkomen. Rondlopen in de barre kou, neus diep in een sjaal verborgen, bijna omvergereden worden door een tram (of erger nog: een paardenkoets) en dan onder de voet worden gelopen door een groep Japanners/Chinezen/Amerikanen/Russen (schrappen wat niet past). Net voor de ergernis het overneemt, kijk je toch even mee in de richting van al die cameraflitsen, paraplu's en selfiesticks. En dan besef je wat je, als gewoontedier, al te vaak vergeet: dat die torens ongelooflijk mooi en oud zijn, dat die kasseien heel onpraktisch maar ook feeëriek zijn, dat de cafés gezellig zijn en het bier lekker, maar dat iedereen zeurt over het weer en de bussen altijd te laat komen.
...

Als voormalige inwoner van een historische stad is het me vaak overkomen. Rondlopen in de barre kou, neus diep in een sjaal verborgen, bijna omvergereden worden door een tram (of erger nog: een paardenkoets) en dan onder de voet worden gelopen door een groep Japanners/Chinezen/Amerikanen/Russen (schrappen wat niet past). Net voor de ergernis het overneemt, kijk je toch even mee in de richting van al die cameraflitsen, paraplu's en selfiesticks. En dan besef je wat je, als gewoontedier, al te vaak vergeet: dat die torens ongelooflijk mooi en oud zijn, dat die kasseien heel onpraktisch maar ook feeëriek zijn, dat de cafés gezellig zijn en het bier lekker, maar dat iedereen zeurt over het weer en de bussen altijd te laat komen. Het is een bekend fenomeen waar sinds kort een naam voor bestaat: allokataplixis, een samentrekking van de oud-Griekse woorden allo (ander) en katapliktiko (zich verbazen). Liam Heneghan, professor milieuwetenschappen aan de DePaul University in Chicago, lanceerde het nieuwe woord in het digitale magazine Aeon. De man gaat elk jaar met een groep studenten op studiereis naar zijn moederland Ierland. Elke keer merkt hij hoe verwonderd ze zijn over kleine dingen: de zoute geur die in Dublin hangt, de alomtegenwoordigheid van schapen, hoe groen het gras er is en hoe geel de boter, de kruistekens die ouderen maken op de bus wanneer ze een kerk passeren. Maar hij ziet ook dat dit geen eenrichtingsverkeer is: toeristen kunnen die verwondering overdragen op de lokale bevolking. Zo schrijft hij over die ene keer dat hij met zijn studenten langs een moeras liep. Een Ier die toevallig voorbijkwam, vond het heerlijk om hun verbazing te zien. En toen ook nog bleek dat een van de studenten een fluitje bij zich droeg, besloot de Ier om, à l'improviste, een paar traditionals te blazen. Zoiets had die man naar eigen zeggen nog nooit gedaan. Een zuiver staaltje allokataplixis: een geschenk dat reizigers geven aan de plaatsen die ze bezoeken. Héél herkenbaar, lacht Carla Borgmans, die al jaren groepsreizen begeleidt bij Joker. 'Zelf geef ik er de voorkeur aan om dagelijkse dingen te zien in het buitenland: scholen, winkels, ziekenhuizen. Als ik mensen op sleeptouw neem, probeer ik hen daar ook warm voor te maken. Wanneer we op reis vertrekken, kijken de deelnemers vooral uit naar de toeristische hoogtepunten, zoals Machu Picchu. Maar na afloop blijven de heel gewone, menselijke ontmoetingen het meeste bij. Ik herinner me nog goed hoe we in Cuba te paard voorbij een dakpannenfabriek reden. Het leek me wel leuk om eens te gaan kijken. De mensen van die fabriek waren zo blij met die groep geïnteresseerde Vlamingen, dat ze ons - en de arbeiders - een rondleiding gaven langs het hele productieproces. Er ontstond een boeiend gesprek over dakpannen hier en daar, de Vlaamse en Cubaanse rokers gingen buiten een pauze nemen ... Zo ontstaat echt contact, en wederzijdse verwondering.' Ook Johan Leyssen, oprichter van reisorganisatie De Prins van Hola Pola, heeft al vaak momenten van allokataplixis gezien. 'Wij organiseren groepsreizen voor gezinnen met kinderen, met net dát doel voor ogen: de blik van ouders en kinderen opengooien en echt contact met locals mogelijk maken.' Maar het is niet altijd makkelijk om de plaatselijke bevolking van die visie te overtuigen, ondervindt Leyssen. 'Lokale gidsen willen toeristen vooral de highlights tonen en begrijpen totaal niet waarom je een doodnormale markt of school zou willen bezoeken. Daarom zijn onze ideale partners mensen uit een gemengd huwelijk: een Vlaming die getrouwd is met een Marokkaan, bijvoorbeeld. Zij zitten constant in dat spanningsveld.' Maar ook in België maakte Leyssen al allokataplixis mee. 'Toen onze Senegalese contactpersoon op bezoek was in België namen we hem mee naar de Grote Markt in Brussel. Plots stond die man daar een foto te maken met zijn rug naar het stadhuis. Blijkbaar had hij een mooi smeedijzeren hek gezien, dat zijn broer in Senegal zou kunnen kopiëren. Toen we hem vroegen wat hij nog wilde doen, antwoordde hij dat hij graag eens een garage en een supermarkt zou zien. Dan sta je inderdaad wel even met andere ogen te kijken.'