Bob Stouthuysen kan, zoals dat heet, terugblikken op een indrukwekkende carrière. Als topman van Janssen Pharmaceutica bouwde hij samen met de legendarische stichter Paul Janssen het Kempense bedrijf uit tot een wereldspeler. Hij bekleedde belangrijke bestuursmandaten bij de KU Leuven, en schopte het tot voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond (VEV), voorloper van Voka.
...

Bob Stouthuysen kan, zoals dat heet, terugblikken op een indrukwekkende carrière. Als topman van Janssen Pharmaceutica bouwde hij samen met de legendarische stichter Paul Janssen het Kempense bedrijf uit tot een wereldspeler. Hij bekleedde belangrijke bestuursmandaten bij de KU Leuven, en schopte het tot voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond (VEV), voorloper van Voka. Liever evenwel dan achterom te kijken, blikt de bijna negentigjarige resoluut vooruit. De toekomst van de Vlaamse universiteit, dat is het thema waarvoor we naar zijn ruime appartement in hartje Turnhout werden ontboden. Het is niet ons eerste bezoek. Drie jaar geleden luisterden we naar het betoog van de toen al hoogbejaarde baron over de zegeningen van blended learning en Massive Open Online Courses (MOOC). Zijn belangstelling is allesbehalve vrijblijvend. Ook dit keer wil Stouthuysen de politieke en academische onderwijsinstanties wakker schudden. De Vlaamse universiteiten dreigen volgens hem de digitale trein compleet te missen. Stouthuysen maakt dat punt niet alleen in scherpe opiniestukken die met enige regelmaat in de Vlaamse media verschijnen. Als lid van 'de Senaat', een invloedrijk adviesorgaan binnen het Leuvense universiteitsbestuur, produceerde hij de voorbije jaren verschillende rapporten over de onafwendbare doorbraak van digitale kennisoverdracht. Zijn jongste bijdrage, integraal te lezen op Knack.be, heeft hij onbescheiden 'Het Stouthuysenplan' genoemd. Met twaalf forse stellingen onderbouwt de techoptimist de noodzaak van een universitaire revolutie. Waarom slaat u zo'n urgente toon aan? Vlaamse universiteiten staan internationaal nog altijd hoog aangeschreven. Bob Stouthuysen: Hoelang gaan we onszelf nog met dat zelfgenoegzame argument in slaap wiegen? Als onderzoeksinstellingen zijn onze universiteiten inderdaad top, maar op het vlak van kennisoverdracht zijn ze dat allerminst. De academische wereld verandert razendsnel, de digitalisering veroorzaakt een disruptieve schokgolf. In dat licht bekeken blinken onze universiteiten vooral uit door conservatisme. Ze omhelzen veel te traag de nieuwe mogelijkheden die de technologie biedt. Is dat conservatisme typisch Vlaams? Stouthuysen: Nee, de wijze van kennisoverdracht aan de universiteiten is ook buiten Vlaanderen in het afgelopen millennium niet veel veranderd. In de middeleeuwen kwamen studenten samen in een zaal om een docent college te horen geven over een of ander kennisgebied. Dat is nog altijd het plaatje. Het aantal studenten, docenten en gebouwen is weliswaar exponentieel toegenomen, maar de productiviteitsgroei is achterwege gebleven. De oplopende kosten hebben niet geleid tot een navenante kwaliteitsstijging. Dat hebben vooruitstrevende universiteiten zoals Stanford of Harvard al langer begrepen. Ze zetten vol in op de digitale revolutie om de kwaliteit te verhogen met interactief online onderwijs. De efficiëntiewinst is gigantisch. Of er zich nu honderd dan wel één miljoen deelnemers inschrijven, de kosten van zo'n online cursus blijven gelijk. Alleen al daarom moeten de Vlaamse universiteiten de omslag maken. Het is een illusie te denken dat het huidige financieringsmodel nog lang kan standhouden. Waarom? Stouthuysen: Onze maatschappij staat voor enorme uitdagingen. Denk aan de strijd tegen de klimaatopwarming of de vergrijzing, maar ook aan geopolitieke ontwikkelingen die zware investeringen in defensie noodzakelijk maken. Tegen die achtergrond is het onvermijdelijk dat de overheid kritisch zal kijken naar het vele belastinggeld dat naar hoger onderwijs vloeit. Onze universiteiten zullen verplicht worden een nieuw verdienmodel te zoeken. Dat kan toch ook door de inschrijvingsgelden drastisch te verhogen? Stouthuysen: Nee, een van mijn stellingen luidt dat alle geïnteresseerde burgers recht hebben op toegang tot wetenschappelijk, universitair onderwijs van hoge kwaliteit, op kosten van de gemeenschap. De digitale transitie maakt dat perfect mogelijk. Om te beginnen moeten alle cursussen online worden aangeboden. Gratis. Maar voor begeleiding door docenten of assistenten en het afleggen van examens moet er wel worden betaald. Daarnaast kunnen universiteiten inkomsten putten uit levenslang leren, een boomende markt met een enorme toekomst. Door de razendsnelle evolutie van wetenschap en technologie ontstaan er voortdurend nieuwe banen en moeten werknemers zich permanent bij- of omscholen. In Amerika is lifelong learning nu al big business, universiteiten maar ook privébedrijven investeren zwaar in digitale, grenzeloze kennisoverdracht. MOOC-platformen zoals Coursera of edX kennen een wereldwijd succes. Als de Vlaamse universiteiten niet snel wakker schieten, gaat die hele markt aan hun neus voorbij. Is die digitalisering geen overroepen hype? Stouthuysen: Het is zoals met alle nieuwe dingen: er zijn believers en non-believers. Onder de docenten zitten zowel digifoben als digifielen. Een van mijn kleindochters heeft enkele jaren geleden in Gent rechten gestudeerd. Kunt u geloven dat in de bacheloropleiding twee docenten veilig achter hun katheder les stonden te geven, zonder zelfs maar een geschreven cursus mee te brengen? En die brave studenten maar pennen of typen op hun laptop. De digifobie heeft ook met gemakzucht te maken. Als docenten hun cursussen systematisch online moeten zetten, kan iedereen zich vergewissen van de kwaliteit. Zijn ze mee met de ontwikkelingen in hun vakgebied, of verkopen ze oude koek? Daar zijn heel wat Vlaamse professoren dus bang voor. Wie zijn de Vlaamse digifielen? Stouthuysen: Ik heb veel respect voor Marion Debruyne, de decaan van de Vlerick Business School. Onder haar impuls heeft Vlerick de allereerste MBA-opleiding gelanceerd die volledig online kan worden gevolgd. Alle lessen worden in het Engels en op afstand gegeven, zodat deelnemers zich niet meer naar de campus hoeven te verplaatsen. Vlerick gaat er agressief de Europese markt mee op, in plaats van te wachten tot de concurrenten zich in Vlaanderen aanbieden. Er zijn nog voorbeelden, zoals de Leuvense emeritus hoogleraar Paul Sergeant die met zijn online cursussen hartchirurgie de hele wereld bestrijkt. Het blijven echter witte merels. Er is geen enkele universiteit die online onderwijs als doelstelling heeft. Digitale kennisoverdracht speelt zich af op een internationale markt waar Engels de lingua franca is. Heeft het Nederlands dan nog een toekomst als academische taal? Stouthuysen: Ja en nee, en dat zeg ik met spijt in het hart. Ik heb altijd gestreden voor het Nederlands als cultuurtaal. Weet u dat ik nog boeken heb geschreven tegen de verengelsing van het bedrijfsleven? Want waarom zeggen we stakeholder terwijl belanghebbende precies hetzelfde betekent? Dat ergerde me, zeker omdat ik vaststelde dat heel wat sprekers niet eens het onderscheid kenden tussen stake- en shareholder. Ik heb toen veel tijd gestoken in het samenstellen van een lexicon met volwaardige alternatieven voor Amerikaans en Engels jargon, zowel in het Nederlands als in het Frans. Het heeft niet veel geholpen. Stouthuysen: Helaas, het is een achterhoedegevecht gebleken. Voor het hoger onderwijs hebben we geen keuze meer. We moeten de wettelijke beperkingen opgeven en meer ruimte geven aan Engels. Zoals dat nu al het geval is voor wetenschappelijk onderzoek, wat mee verklaart waarom onze universiteiten wereldtop zijn qua research. U denkt toch niet dat er bij IMEC in het Nederlands wordt gecommuniceerd? Kennisoverdracht is natuurlijk een heel andere discipline. Een docent moet wel mee zijn met de recentste ontwikkelingen in zijn kennisgebied, maar zijn echte opdracht bestaat erin die kennis volgens de modernste methodes door te geven. En ja, dat zal steeds vaker in het Engels gebeuren, op voorwaarde uiteraard dat docenten de taal echt beheersen. Let wel, dit geldt voor studierichtingen die leiden naar internationaal georiënteerde carrières, zoals nagenoeg alle banen in de privésector. Nederlands blijft de onderwijstaal voor studierichtingen die op taalgenoten zijn gericht, zoals arts, apotheker, leerkracht of advocaat. U noemt de digitalisering een zegen voor de democratisering van het hoger onderwijs. Leg dat eens uit. Stouthuysen: Digitale kennisoverdracht maakt universiteiten veel toegankelijker. Studenten hoeven niet meer op kot, hoeven geen peperdure cursussen te kopen, en kunnen hun studie combineren met werken. Waarop wachten politieke partijen om die transitie voluit te steunen? Dit is een reuzenstap naar sociale rechtvaardigheid. Ik kom zelf uit een bevoorrecht milieu. Na de retorica mocht ik eerst drie maanden flierefluiten en daarna op kot in Leuven, met nog wat zakgeld erbovenop. Heel wat klasgenoten moesten meteen solliciteren voor een bediendejob. Niet dat ze minder slim waren, er was geen geld voor studies. Dat is lang geleden, een dikke zeventig jaar intussen. Maar ik heb dat contrast altijd onrechtvaardig gevonden. Dankzij de digitalisering kunnen we een ware omslag maken. De universiteit leidt dan naar een echte meritocratie, waar succes niet afhangt van de portefeuille van de ouders. Het Stouthuysenplan wil een einde maken aan het Vlaamse monopoliedecreet dat aan vijf erkende universiteiten het alleenrecht op het afleveren van universitaire diploma's garandeert. Dat komt neer op een liberalisering en privatisering van het universitair onderwijs. Precedenten zijn weinig bemoedigend, denk maar aan de filialen van buitenlandse nepuniversiteiten die waardeloze MBA-diploma's uitreikten. Hoe valt het doorbreken van dat monopolie met uw democratische en meritocratische idealen te rijmen? Stouthuysen: Ongelukken zoals dat van die waardeloze MBA-diploma's vallen perfect te vermijden, dat is louter een zaak van efficiënte kwaliteitscontrole door de overheid. Bekijk het zo: het belang van een universitair diploma, afgeleverd door enkele monopoliehoudende instellingen, is de voorbije jaren al fel verminderd. Die evolutie zal alleen maar sneller gaan. Een universitaire titel blijft wel relevant in enkele specifieke sectoren waar wettelijke toegangscriteria gelden, zoals de medische wereld en de advocatuur. Maar daarbuiten? Bij de overheid wordt er nog naar gekeken, maar in de privésector is een diploma nu al goeddeels irrelevant geworden. Bewezen competenties, bereidheid tot levenslang leren: dat weegt veel zwaarder. De Vlaamse universiteiten blijven niet bij de pakken zitten. De KU Leuven heeft al enkele MOOC's online gezet en experimenteert met online examens en evaluaties. Ziet u het niet te somber in? Stouthuysen: Ik zeg niet dat er niks gebeurt, maar het gaat allemaal veel te traag. Als lid van de Leuvense Senaat ben ik de voorbije jaren blijven pleiten voor digitalisering. Investeer in education design, was een van mijn adviezen. Heel wat docenten willen hun cursussen wel online zetten, maar missen de nodige knowhow. Dat is waar education design het verschil maakt: cursussen op een aantrekkelijke manier met alle nodige interactieve tools klaarstomen voor het internet. In Amerika is dat booming business, er zijn tientallen start-ups mee bezig. Helaas, in Leuven zien ze de urgentie er niet van in. Bent u niet erg streng voor uw eigen alma mater? Stouthuysen: Dat is zeker niet mijn bedoeling. Ik ben natuurlijk het meest vertrouwd met de Leuvense huishouding, maar het probleem doet zich voor in heel Vlaanderen. Niet alleen bij de universiteiten, mijn stellingen gelden voor het hoger onderwijs in zijn geheel. Vandaar ook mijn oproep om een minister van Hoger Onderwijs te benoemen. Ook het Europees Parlement en de Europese Commissie moeten dringend wakker schieten en prioriteit geven aan de digitalisering van het hoger onderwijs. Anders raken we weer hopeloos achterop bij de Amerikanen, zoals is gebeurd bij de ontwikkeling van het internet en de sociale media. Het is toch godgeklaagd dat de Europese Unie meneer Zuckerberg op de blote knieën moet smeken om alstublieft haar privacyregels te respecteren! Er zijn weinig negentigjarigen die zich zo druk maken over de toekomst, laat staan de toekomst van het hoger onderwijs. Waar haalt u die drive vandaan? Stouthuysen: Ik heb me mijn hele carrière met strategie beziggehouden. Die luxe heb ik zelf afgedwongen. Ik heb met mijn team bij Janssen meer dan twintig buitenlandse bedrijven opgericht. Als je dat niet goed managet, verdrink je in de praktische beslommeringen. Maximaal delegeren was mijn geheim, zodat ik mijn hoofd kon vrijmaken om aan de toekomst te denken. Hoopt u de digitalisering van de Vlaamse universiteiten nog mee te maken? Stouthuysen: Het zal snel moeten gaan, al geef ik mezelf toch nog een jaar of twee. Bewegen doe ik niet meer, ook al bezweren dokters me dat ik meer moet wandelen. Ik leef volgens het adagium van Winston Churchill. No sports, antwoordde die wanneer hem werd gevraagd naar zijn geheim om op hoge leeftijd lucide te blijven. Ik lees elke dag drie kranten, en ben verslaafd aan de actualiteit op de radio en televisie. Mental sports, daarmee blijf ik in conditie.