Michaël Borremans (57) maakt verleidelijke, op het eerste gezicht realistische schilderijen. Maar zijn virtuoos geschilderde werken hebben steevast een scherpe rand. Hun tegendraadse schoonheid is beklemmend en bevreemdend, zet de kijker op het verkeerde been en haalt de illusie van de schilderkunst onderuit.
...

Michaël Borremans (57) maakt verleidelijke, op het eerste gezicht realistische schilderijen. Maar zijn virtuoos geschilderde werken hebben steevast een scherpe rand. Hun tegendraadse schoonheid is beklemmend en bevreemdend, zet de kijker op het verkeerde been en haalt de illusie van de schilderkunst onderuit. In 2014 lokte zijn overzichtstentoonstelling in Bozar 144.000 bezoekers, een toenmalig record. Borremans verkent graag nieuwe wegen en wil zichzelf niet herhalen. Drie jaar later doken plots sadistische rituelen in zijn werk op. De expo Sixteen Dances was zijn tocht naar het hart van de duisternis. De mensheid danst op de rand van een vulkaan, agressie en geweld hebben de onschuld verdreven. Zijn nieuwe tentoonstelling Coloured Cones is opnieuw helemaal anders, hoewel de virtuoze stijl vintage Borremans blijft. In Zeno X Gallery in Antwerpen hangen elf schilderijen waarop alleen maar satijnen 'kegels' in verschillende kleuren te zien zijn, bizarre stillevens. Voorts zijn er twee kleine schilderijen met eenvoudige maquettes van speelgoedraketten, een portret van iemand in een pilotenpak en een monumentaal schilderij waarop alleen een ruimtepak te zien is. 'Ik ben blij dat het weer iets helemaal anders is', lacht de kunstenaar. 'Stel je voor dat het hetzelfde zou zijn.' We spreken elkaar in zijn vaste galerie Zeno X, waar Borremans de laatste hand legt aan de ophanging van zijn schilderijen. Voor ik een vraag kan stellen, begint de schilder over wat iedereen al maanden bezighoudt: het coronavirus. 'Corona is een ramp voor jonge kunstenaars. Zouden we geen benefiet voor hen opzetten? Ze hebben het echt nodig. Tegelijkertijd vindt door corona een perfecte schifting plaats. Alleen de diehards zullen doorgaan. Maar jonge kunstenaars raakten al zo moeilijk aan de bak. Het is sowieso hondsmoeilijk om van je werk te leven en nu is er totaal geen uitzicht. Aan jonge kunstenaars zou ik de raad geven: ga bij je moeder wonen, dan heb je eten en onderdak. Werk hard en blijf met je kunst bezig, want dat is het belangrijkste. Bij muzikanten is de toestand zo mogelijk nog erger. Zij waren de laatste jaren sowieso al geen grootverdieners.' Bij uw overzicht in Bozar in 2014 werd uw werk getypeerd met omschrijvingen als 'isolement', 'stille wereld' en 'mensen met maskers'. Is Michaël Borremans visionair? Michaël Borremans: Hugo Claus beweerde dat alle kunst visionair is. Maar je mag mijn maskers niet letterlijk interpreteren. Ik heb dat toen als een metafoor bedoeld. Die werken gaan meer over de condition humaine, eenzaamheid en ons conflict met de existentie. Pieter Bruegel de Oude is in dat opzicht een goed voorbeeld. Hoe bedoelt u? Borremans: Bruegel schilderde in zijn tijd en op zijn manier de nietigheid, de aandoenlijkheid en de zwakheden van de mens. En de almacht van de dood. Ik probeer diezelfde thema's aan te raken, op mijn manier en in mijn context. Misschien minder direct. Maar au fond gaat mijn werk daar altijd over. Het coronavirus... Borremans: ... is de nieuwe pest. Het is een waarschuwing. Het toont hoe kwetsbaar we zijn, dat waren we vergeten. We zijn arrogant en voelen ons superieur met onze technologie. Nu zie je hoe snel het gedaan kan zijn. En dit is nog maar een speldenprik, het kan allemaal veel erger worden. Wij leven als menselijke soort niet meer in harmonie met de natuur en dat geeft ons gigantische problemen. Dat is de keerzijde van onze technologische vooruitgang. Biedt corona ook mogelijkheden? Borremans: Op korte termijn zullen we ongetwijfeld medische oplossingen vinden. Voor sommige mensen wordt dat bijna een religie. Maar elke winst zal weer andere problemen met zich mee brengen. Vooruitgang is altijd ook achteruitgang, ik ben daar zeer filosofisch in. (lacht)Heeft het isolement tijdens de lockdown u als kunstenaar beïnvloed? Borremans: Ik hou sowieso van isolement. Toen was het gedwongen. Ik heb er stiekem van genoten. Ik besef dat het ongepast is om dat te zeggen, maar het was toen fantastisch om met de auto te rijden. De straten waren helemaal leeg. Uniek en spookachtig tegelijk. Door de lockdown is deze tentoonstelling bijna een halfjaar uitgesteld. Heeft dat een invloed gehad? Borremans: Ja, de tentoonstelling zag er oorspronkelijk anders uit. Als ze in mei was geopend, zouden die coloured cones er nauwelijks in zijn voorgekomen. Dat zijn mijn coronawerken, het is de hoofdmoot van de expo. Ik heb die nog wat context gegeven en gecombineerd met werken die in diezelfde periode tot stand kwamen. Alleen maar 'kegels' tonen, zou ik een beetje te eng hebben gevonden. Het leek me ook correct om die andere werken te tonen. Waar komt uw fascinatie voor die 'satijnen kegels' vandaan? Borremans: De kegels zijn mijn nieuwe modellen. Ik heb een omkering gemaakt. Vroeger schilderde ik menselijke figuren. Pas op, ik schilder de mens als soort, nooit als individu. Ik schilder een afbeelding van een mens, niet naar de natuur maar als iets kunstmatigs. In mijn portretten zitten altijd verwijzingen naar de manier waarop de mens in onze kunstgeschiedenis wordt afgebeeld. Ik schilder geen natuur, ik schilder cultuur. (lacht)Nu draai ik dat om. Er komt in de reeks Coloured Cones geen mens voor. Ik wilde die kegels of mutsen als portretten konterfeiten terwijl het totaal abstracte, levenloze voorwerpen zijn. Door de stof - satijn en de voeringstof van jassen - zo'n prominente plaats te geven en zo te schilderen, leg ik indirect het verband met de traditie van de portretschilderkunst in de westerse kunstgeschiedenis: eeuwenlang werd in die portretten enorm veel aandacht besteed aan de stoffen. Gaandeweg vond ik dat die kegels personages werden. De laatste schilderijen heb ik zelfs een echte naam gegeven. De meeste werken hebben titels als Five Cones en Black Cone, maar de laatste twee die ik heb gemaakt, heten The Pope en Dodgy Bob. (lacht) The Pope is een verwijzing naar het portret van paus Innocentius X uit 1650 van Velazquez. Ik heb in The Pope hetzelfde kleurenpalet gebruikt: rood voor het satijn, wit voor de voorgrond. Dodgy Bob is iemand die ik in Engeland heb gekend: die kegel deed me aan hem denken. Bestaan de kegels echt? Als model? Borremans: Zeker. Ik heb er een tiental. Ik heb ze door drie verschillende mensen laten maken, zodat er genoeg variatie in zit. Ze zijn tussen de dertig en veertig centimeter hoog. Ik denk dat ik er nog andere dingen mee ga doen, iets sculpturaals misschien. Het thema is interessant en de vormen fascineren me door hun abstractie, hoewel ik niet goed kan uitleggen waarom. Eigenlijk zijn het figuren, zelfs mensen? Borremans: Ik zeg niet dat ik ze bezield heb, maar ik heb ze afgebeeld alsof ze bezield zouden zijn. Uiteindelijk zijn het dode dingen. Maar je mag het niet zien als een afbeelding, eventueel wel als een metafoor. Schilderkunst die iets afbeeldt, die een representatie biedt van een werkelijkheid, is niet interessant. Een portret of een landschap naar de natuur schilderen, was ooit interessant maar nu niet meer. Wie dat nog doet, is hopeloos ouderwets. De coloured cones doen aan het werk van Giorgio Morandi denken. Borremans: Ah ja, die heeft stillevens met flessen en kruiken geschilderd. Het is onvermijdelijk dat je daaraan denkt. De vorm van de kegels herinnert aan uw vroegere schilderijen waarin dansende mensen zwarte puntmutsen dragen: verwijzingen naar de Heilige Week in Spanje, maar evengoed naar de inquisitie en zelfs de Ku Klux Klan in de Verenigde Staten. Borremans: Die associaties zijn interessant. Je kunt er ook een hoed in zien, of de muts van een kabouter. Daarom zijn de kegels ook van stof en niet van karton gemaakt. De stof doet denken aan portretkunst en priestergewaden. Zo kunnen er allerlei referenties in sluipen. In uw vroegere werk bedekte en verhulde u ook al objecten. Het is alsof schilderkunst niets onthult, alleen maar het mysterie vergroot. Is het dat wat u aantrekt? Borremans: Ik hou niet zo van het woord mysterie. Mij gaat het vooral om het falen, het falen om iets te laten zien. De onmogelijkheid om ten gronde te communiceren tout court. Schilderkunst schiet tekort. (aarzelt) Je moet het ook niet aan de schilderkunst toedichten om dingen te onthullen. Ik probeer in een schilderij iets te laten voelen zonder dat het te uitleggerig wordt. Een kunstwerk moet een soort trigger zijn, meer niet. Ik vind het heel vervelend om mijn werk altijd weer te moeten uitleggen. Alsof het schilderij op zich niet goed genoeg is en het beeld niet volstaat. Iedereen mag met zijn achtergrond en kennis die schilderijen interpreteren en betekenis geven, ik moet daar toch geen handleiding bij geven? Maar we hebben daar een traditie in: wat heeft de kunstenaar hier willen zeggen? Bij een tentoonstelling hoort nu eenmaal een begeleidende tekst. Zo'n tekst kan voor mij dan ook nooit goed zijn. Woorden schieten tekort, anders had ik het werk niet geschilderd. U bent geen nine-to-fiveschilder, maar schildert in vlagen. Er zijn pieken en dalen. Was dat met deze reeks anders? Borremans: Coloured Cones was niet gepland als reeks, hoewel de schilderijen wel in één grote geut zijn ontstaan. Als ik met iets zit, kan ik niet stoppen met werken. Coloured Cones was slopend om te maken. Het is het moeilijkste wat ik al geschilderd heb, juist omdat het zo eenvoudig is. Ik blokkeerde vaak. Er hangen in Zeno X een tiental kegels, maar ik heb er wel dertig geschilderd. De eerste maanden lukte het maar niet. Ik wist dat het zou komen, maar ik kreeg het niet goed. Tot er een doorbraak was. Schilderen is soms om gek van te worden. De aarzeling vooraleer je begint, de angst om te falen. Veel schilderijen maak ik twee à drie keer opnieuw. Schilderen is niet voor doetjes. Maar als het lukt, loop ik op een wolk. Waarom bent u niet tevreden over een schilderij? Een gebrek aan kwaliteit? Borremans: Soms is het goed geschilderd, maar dat betekent nog niet dat je een goed schilderij hebt. Je hoeft niet goed te kunnen schilderen om een goed schilderij te maken. Er zijn schilders die heel onhandig schilderen maar wel prachtige schilderijen maken. En vice versa. Een schilderij moet kloppen, het moet 'catchy' zijn. Het moet slagen in een soort overdracht. Er hangt in de tentoonstelling een klein paneelschilderijtje waarin twee kledingstukken - een soort ruimtepak en een overall - op de grond liggen. Dat is dus wat er overschiet van een mens: een stoffelijk omhulsel. Borremans: Dat is uw interpretatie. Eigenlijk is het veel trivialer. Die pakken lagen op de vloer van mijn atelier en ik zag daar meteen een schilderij in. Ik heb er twee versies van gemaakt: een klein - dat was de try-out en die is gelukt - en een gigantisch groot schilderij, dat mislukt is. Het zal wel degelijk werken op groot formaat, hoor, maar ik krijg het niet goed. Ik zit dan twee weken te werken aan iets... Bon, dat gebeurt wel meer. (lacht)Er zijn ook twee werkjes met maquettes van eenvoudige raketten. Wat is de band met de coloured cones? Borremans: Dat zijn twee raketjes die een medewerker op mijn aanwijzingen in karton en hout heeft gemaakt. Daarna heb ik die als model gebruikt en geschilderd in dezelfde periode als de coloured cones. Voor mij heeft het een band met de rest door de kegelvorm. Ook de mensen op de andere schilderijen dragen een ruimtepak met zo'n puntige muts of hebben een raketpak aan. Ik weet niet altijd waarom ik iets doe of schilder. Dat zijn intuïtieve beslissingen. Ik vind dat niet erg. Kijk: dat ene portret heet Cone Head, het andere schilderij heet The W en die man lijkt wel de bestuurder van zo'n raketje. Als kijker maak je maar de associaties die je wilt maken. Ik heb nog andere ruimtetuigen gemaakt in de vorm van sculpturen en overwogen om die in de tentoonstelling op te nemen, maar ik wilde het niet te druk of te ingewikkeld maken. Het moet ook geen winkel worden, ik wilde het sereen en zuiver houden. Het gaat bovendien om projecten waar ik nog aan werk of die ik wil uitbreiden. Ik zit altijd op vijf sporen tegelijk te werken. Daarom is het soms moeilijk om te kiezen. Hebben die raketten iets te maken met een fascinatie voor ruimtevaart uit uw jeugd? Borremans: Absoluut niet. Het is eerder een metafoor om de menselijke ambities en de hele technologie wat belachelijk te maken. Daarom schilder ik een menselijke raket. Ik had ook het begrip rocket science in het achterhoofd: dat is hoogtechnologische wetenschap. Er zit ook slapstick in: denk aan het circus waar de raketman en de menselijke kanonskogel weggeschoten werden en op een soort kartonnen maan belandden. Ik wil wel een signaal geven: laten we vooral maar nederig blijven en onze band met de natuur herstellen. Dat is een van onze grootste uitdagingen. Maar ik vrees dat het hopeloos is.