De covid-19-pandemie plaatst de hele samenleving voor een enorme uitdaging. Ook universiteiten en hogescholen hebben eerst op zeer korte tijd hun werking bijna volledig moeten omschakelen, en moeten nu al vele maanden lang het voortzetten van hun kernopdrachten onderwijs, onderzoek en dienstverlening zien te combineren met het toepassen van alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen (die naar gelang het actuele pandemieniveau kunnen veranderen).

Duizenden professoren, onderzoekers, assistenten, medewerkers, ...zijn in de afgelopen maanden druk in de weer geweest om er in moeilijke omstandigheden toch het beste van te maken en hun universiteit of hogeschool up and running te houden. Online waar het kon, on campus waar het mocht. Tienduizenden studenten hebben zich in de afgelopen maanden evengoed ingezet om er in moeilijke omstandigheden toch het beste van te maken. Met veel inzet en energie, veerkracht en creativiteit slagen we er met zijn allen samen in om in deze barre tijden veel dingen goed te doen.

De coronacrisis vraagt (te) veel van studenten.

Maar dit neemt niet weg dat al deze inspanningen bijzonder veel vragen van studenten en personeel. We merken dat de aanhoudende crisis voor steeds meer mensen op allerlei vlakken steeds zwaarder begint te wegen - ook, en niet het minst, op mentaal vlak. Specifiek wat studenten betreft, is het tekenend hoe het aantal studenten toeneemt dat om hulp of erkenning roept, hoe die roep steeds luider en duidelijker weerklinkt in open brieven en sociale media, en hoe daarvoor ook steeds meer gehoor en instemming gevonden wordt bij medestudenten en in de nabije omgeving: ouders, hulpverleners, personeel in universiteiten en hogescholen, enz.

Universiteiten en hogescholen op de eerste rij

Universiteiten en hogescholen zijn ideaal geplaatst om mee over het mentaal welzijn van hun studenten te waken en dat via gerichte initiatieven en op een laagdrempelige manier te bevorderen. Ze hebben daartoe een decretale opdracht en kunnen er via het door de overheid verstrekte budget voor de sociale voorzieningen of uit eigen fondsen middelen voor inzetten. En dat dóen ze ook. Zo heeft elke hogeronderwijsinstelling eigen studentenpsychologen in dienst, of leidt ze haar studenten toe naar externe psychologen waarmee ze nauw samenwerkt. Naast individuele consults en begeleiding worden tips gedeeld, infosessies georganiseerd, groepstrainingen aangeboden, enz.

De vraag naar psychologische zorg en begeleiding van studenten kende in de voorbije jaren al een gestage stijging. Door de coronacrisis is deze vraag nog veel sterker toegenomen. De teams van studentenpsychologen hebben zich zo goed mogelijk aan die toenemende vraag aangepast, o.a. door het aanpassen en uitbreiden van het eigen aanbod; het inschakelen van externe psychologen, trainers, stagiairs en jobstudenten; het opzetten van initiatieven gericht op welzijn en preventie; het initiëren en begeleiden van peer support (studenten ondersteunen studenten); enz.

Universiteiten en hogescholen hebben veelal bijkomend geïnvesteerd in deze initiatieven. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakte in 2020 specifiek voor het hoger onderwijs extra middelen vrij voor het lenigen van acute coronanoden, die deels ook hiervoor konden worden ingezet maar die tegelijk ook vele andere kosten en uitgaven moesten helpen dekken: financiële ondersteuning van studenten, veiligheidsmaatregelen zoals de aankoop van mondmaskers of de herinrichting van lokalen, de huur van externe examenlocaties, de versnelde digitalisering van het onderwijs, enz.

Het systeem stuit op zijn limieten

De vele nieuwe initiatieven en investeringen daarin ten spijt, botst de psychologische begeleiding en ondersteuning onmiskenbaar tegen haar grenzen aan: wachttijden nemen toe; studenten moeten sneller extern doorverwezen worden en daar bovendien vaak opnieuw een wachttijd doorlopen vooraleer ze daadwerkelijk geholpen kunnen worden; minder acuut ogende hulpvragen worden noodgedwongen uitgesteld; groepssessies moeten individuele noden mee helpen opvangen hoewel ze daar soms minder voor geëigend zijn; externe hulp moet worden ingeschakeld ofschoon die minder goed vertrouwd is met de typische leefwereld van de studenten en de werking van de universiteit of de hogeschool; intervisie en vorming, en training en professionalisering van lesgevers en medewerkers moeten op de lange baan geschoven worden; er komen signalen dat de mentale gezondheid van de teamleden zelf steeds meer op de proef wordt gesteld; enz.

De gespecialiseerde teams van de universiteiten en hogescholen ervaren geen tekorten in hun aanbod: het palet aan initiatieven is op zich breed en kwaliteitsvol genoeg om op de vragen en noden van studenten te kunnen ingaan. Alleen ontbreekt het aan mensen en middelen om dit aanbod open te stellen voor alle studenten die daar nood aan hebben.

Oproep

De covid-19-pandemie toont scherp aan dat beduidend meer geïnvesteerd moet worden in het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheid van studenten. Universiteiten en hogescholen zijn ideaal geplaatst om de nodige zorg en begeleiding op zich te nemen en beschikken op dat vlak al over een kwaliteitsvol en divers aanbod. Zij hebben evenwel niet de mensen en middelen die nodig zijn om dit aanbod open te stellen voor alle studenten die daar nood aan hebben.

Eenmalige investeringen, zoals minister Weyts in 2020 gedaan heeft, zijn uiteraard meer dan welkom. Deze bieden evenwel maar een tijdelijke oplossing. De coronacrisis heeft het belang van mentale gezondheid op een ongeziene manier in de schijnwerpers geplaatst; het (hopelijk spoedige) einde van de pandemie mag niet het einde betekenen van de terechte en broodnodige aandacht voor mentale gezondheid. Dit momentum moet dan ook aangegrepen worden om structureel en duurzaam te investeren in mentale zorg en ondersteuning.

We kijken daarvoor niet enkel in de richting van de Vlaamse minister van Onderwijs, maar naar alle excellenties en overheden in ons land die hiervoor bevoegd zijn. De staatsinrichting en bevoegdheidsverdeling zou niet bepalend mogen zijn voor de mate waarin het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheid van studenten, en van jongeren in het algemeen, ondersteund en versterkt kan worden.

De covid-19-pandemie plaatst de hele samenleving voor een enorme uitdaging. Ook universiteiten en hogescholen hebben eerst op zeer korte tijd hun werking bijna volledig moeten omschakelen, en moeten nu al vele maanden lang het voortzetten van hun kernopdrachten onderwijs, onderzoek en dienstverlening zien te combineren met het toepassen van alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen (die naar gelang het actuele pandemieniveau kunnen veranderen).Duizenden professoren, onderzoekers, assistenten, medewerkers, ...zijn in de afgelopen maanden druk in de weer geweest om er in moeilijke omstandigheden toch het beste van te maken en hun universiteit of hogeschool up and running te houden. Online waar het kon, on campus waar het mocht. Tienduizenden studenten hebben zich in de afgelopen maanden evengoed ingezet om er in moeilijke omstandigheden toch het beste van te maken. Met veel inzet en energie, veerkracht en creativiteit slagen we er met zijn allen samen in om in deze barre tijden veel dingen goed te doen.Maar dit neemt niet weg dat al deze inspanningen bijzonder veel vragen van studenten en personeel. We merken dat de aanhoudende crisis voor steeds meer mensen op allerlei vlakken steeds zwaarder begint te wegen - ook, en niet het minst, op mentaal vlak. Specifiek wat studenten betreft, is het tekenend hoe het aantal studenten toeneemt dat om hulp of erkenning roept, hoe die roep steeds luider en duidelijker weerklinkt in open brieven en sociale media, en hoe daarvoor ook steeds meer gehoor en instemming gevonden wordt bij medestudenten en in de nabije omgeving: ouders, hulpverleners, personeel in universiteiten en hogescholen, enz.Universiteiten en hogescholen zijn ideaal geplaatst om mee over het mentaal welzijn van hun studenten te waken en dat via gerichte initiatieven en op een laagdrempelige manier te bevorderen. Ze hebben daartoe een decretale opdracht en kunnen er via het door de overheid verstrekte budget voor de sociale voorzieningen of uit eigen fondsen middelen voor inzetten. En dat dóen ze ook. Zo heeft elke hogeronderwijsinstelling eigen studentenpsychologen in dienst, of leidt ze haar studenten toe naar externe psychologen waarmee ze nauw samenwerkt. Naast individuele consults en begeleiding worden tips gedeeld, infosessies georganiseerd, groepstrainingen aangeboden, enz.De vraag naar psychologische zorg en begeleiding van studenten kende in de voorbije jaren al een gestage stijging. Door de coronacrisis is deze vraag nog veel sterker toegenomen. De teams van studentenpsychologen hebben zich zo goed mogelijk aan die toenemende vraag aangepast, o.a. door het aanpassen en uitbreiden van het eigen aanbod; het inschakelen van externe psychologen, trainers, stagiairs en jobstudenten; het opzetten van initiatieven gericht op welzijn en preventie; het initiëren en begeleiden van peer support (studenten ondersteunen studenten); enz.Universiteiten en hogescholen hebben veelal bijkomend geïnvesteerd in deze initiatieven. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakte in 2020 specifiek voor het hoger onderwijs extra middelen vrij voor het lenigen van acute coronanoden, die deels ook hiervoor konden worden ingezet maar die tegelijk ook vele andere kosten en uitgaven moesten helpen dekken: financiële ondersteuning van studenten, veiligheidsmaatregelen zoals de aankoop van mondmaskers of de herinrichting van lokalen, de huur van externe examenlocaties, de versnelde digitalisering van het onderwijs, enz.De vele nieuwe initiatieven en investeringen daarin ten spijt, botst de psychologische begeleiding en ondersteuning onmiskenbaar tegen haar grenzen aan: wachttijden nemen toe; studenten moeten sneller extern doorverwezen worden en daar bovendien vaak opnieuw een wachttijd doorlopen vooraleer ze daadwerkelijk geholpen kunnen worden; minder acuut ogende hulpvragen worden noodgedwongen uitgesteld; groepssessies moeten individuele noden mee helpen opvangen hoewel ze daar soms minder voor geëigend zijn; externe hulp moet worden ingeschakeld ofschoon die minder goed vertrouwd is met de typische leefwereld van de studenten en de werking van de universiteit of de hogeschool; intervisie en vorming, en training en professionalisering van lesgevers en medewerkers moeten op de lange baan geschoven worden; er komen signalen dat de mentale gezondheid van de teamleden zelf steeds meer op de proef wordt gesteld; enz. De gespecialiseerde teams van de universiteiten en hogescholen ervaren geen tekorten in hun aanbod: het palet aan initiatieven is op zich breed en kwaliteitsvol genoeg om op de vragen en noden van studenten te kunnen ingaan. Alleen ontbreekt het aan mensen en middelen om dit aanbod open te stellen voor alle studenten die daar nood aan hebben.De covid-19-pandemie toont scherp aan dat beduidend meer geïnvesteerd moet worden in het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheid van studenten. Universiteiten en hogescholen zijn ideaal geplaatst om de nodige zorg en begeleiding op zich te nemen en beschikken op dat vlak al over een kwaliteitsvol en divers aanbod. Zij hebben evenwel niet de mensen en middelen die nodig zijn om dit aanbod open te stellen voor alle studenten die daar nood aan hebben.Eenmalige investeringen, zoals minister Weyts in 2020 gedaan heeft, zijn uiteraard meer dan welkom. Deze bieden evenwel maar een tijdelijke oplossing. De coronacrisis heeft het belang van mentale gezondheid op een ongeziene manier in de schijnwerpers geplaatst; het (hopelijk spoedige) einde van de pandemie mag niet het einde betekenen van de terechte en broodnodige aandacht voor mentale gezondheid. Dit momentum moet dan ook aangegrepen worden om structureel en duurzaam te investeren in mentale zorg en ondersteuning.We kijken daarvoor niet enkel in de richting van de Vlaamse minister van Onderwijs, maar naar alle excellenties en overheden in ons land die hiervoor bevoegd zijn. De staatsinrichting en bevoegdheidsverdeling zou niet bepalend mogen zijn voor de mate waarin het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheid van studenten, en van jongeren in het algemeen, ondersteund en versterkt kan worden.