Ik ging vorige week luisteren naar de Algerijnse schrijver Boualem Sansal en de Belgische theaterauteur-regisseur Ismael Saidi. Ze spraken over islam en vrijdenken. Sansals laatste boek 2084 is een bestseller in Frankrijk , een fantasie over een land waar onderwerping aan de godsdienst totaal is. Saidi trok volle zalen met zijn voorstelling Jihad over drie jongeren die naar Syrië willen.
...

Ik ging vorige week luisteren naar de Algerijnse schrijver Boualem Sansal en de Belgische theaterauteur-regisseur Ismael Saidi. Ze spraken over islam en vrijdenken. Sansals laatste boek 2084 is een bestseller in Frankrijk , een fantasie over een land waar onderwerping aan de godsdienst totaal is. Saidi trok volle zalen met zijn voorstelling Jihad over drie jongeren die naar Syrië willen. Het was een bijzonder boeiend debat over de plaats van religie in het Midden-Oosten en in de westerse wereld. Beide auteurs wezen op het gemak waarmee fundamentalistische groepen hier aan de gelovige bevolking nieuwe regels kunnen opleggen die vroeger marginaal waren of zelfs helemaal niet bestonden. En die nu steeds meer opgevolgd worden. Dat zijn telkens kleine stapjes op weg naar een radicale en autoritaire godsdienstbeleving, stelde Sansal, die het fenomeen jaren geleden al opmerkte in Sarajevo. Hij ziet er het werk in van uit het buitenland ingevoerde fanatieke predikers, die vaak door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Ik heb die stapsgewijze radicalisering ook zien gebeuren in Brussel. Niet zo heel lang geleden zag je hier bijvoorbeeld veel minder vrouwen met hoofddoeken. Toen die meer en meer opdoken, ergerden mijn Marokkaanse vrienden zich aan wat zij als de eerste tekenen zagen van een toenemende religieuze onverdraagzaamheid. Ismael Saidi ziet net zo een kwalijke evolutie als het over halal-voeding gaat. "Niemand kende dat als ik klein weg", zei hij in het debat. "Wij aten geen varkensvlees, daarmee uit. Maar niemand wist wat halal was." Dat is nu wel even anders: in grote delen van Brussel gaat geen snackbar meer open zonder dat in opvallende letters op de vitrine wordt gemeld dat alle maaltijden halal zijn. Alcohol wordt er niet geserveerd. In sommige would-be pizzeria's is er geen prosciutto meer te krijgen. Aan het Brusselse Anneessensplein is een grote halal-fastfood. Het lijkt een onstuitbare trend: de Franse vestigingen van Quick worden overgenomen door het Amerikaanse Burgerking, maar een 40-tal restaurants zouden blijven bestaan onder de oude benaming en enkel nog halalburgers serveren. In Frankrijk is dat al het geval met een aantal Quicks, die alle varkensvlees uit hun menu gebannen hebben. De traditionele bacon is er vervangen door kalkoen. Die halal-Quicks waren er eerst in Noord-Frankrijk, in de omgeving van Rijsel, maar nu duiken ze ook op in het zuiden, in Marseille, Avignon en Nîmes. En hun aantal zou dus groeien, omdat marketeers weten dat er een markt voor is. Niemand is natuurlijk verplicht om in een halal-Quick te gaan eten, maar eerder dan dit fenomeen weg te relativeren lijkt het me toch de moeite om het juist te analyseren. In de eerste plaats is deze evolutie bijzonder nefast omdat het een kwantitatieve toename betreft van halal-vlees, dat afkomstig is van dieren die niet geslacht worden volgens de regels van het dierenwelzijn zoals die in Belgische wetten vastgelegd zijn. Zo wordt onverdoofd slachten stilaan geen uitzondering meer en nemen religieuze voorschriften langzaam de plaats in van de democratisch gestemde wetten. Daarbij komt dat het hier niet gaat om restaurants die ook aandacht hebben voor alternatieve eetgewoonten, zoals je op menu's bijvoorbeeld meer vegetarische gerechten vindt dan vroeger. Het gaat hier om een regel die is ingegeven door een religieuze overtuiging. Ongelovigen worden verzocht zich aan te passen of weg te blijven. Dat is een uniek verschijnsel in onze samenleving. Nooit eerder hebben wij restaurants gehad die hun bereidingen aanpasten aan religieuze dictaten. Zelfs in duistere tijden toen het gewicht van het katholieke geloof in onze streken nog verpletterend was, zijn er nooit restaurants geweest die fier op hun vitrine hun geloofsaanhang etaleerden en hun spijskaart aanpasten aan religieuze eisen. Het zou ook nooit getolereerd zijn, omdat zelfs de meest overtuigde gelovigen een dergelijke verregaande inmenging van de godsdienst in het privéleven onaanvaardbaar achtten. Maar op de hoek van mijn straat in Vorst is nu zelfs een slager die zichzelf openlijk als Boucherie Islamique etaleert. Waar vroeger eerder kwaliteitsargumenten zouden aangevoerd worden, prijkt nu een religieuze aanprijzing. Niemand lijkt daar nog aanstoot aan te nemen; de infiltratie van de godsdienst wordt stilzwijgend getolereerd. Als het om de islam gaat uiteraard. Want ik ben er zeker van dat er meer verontwaardiging geweest zou zijn mocht de Vlaamse bakker in mijn buurt zijn winkel een 'christelijke bakkerij' genoemd hebben... De ontkerstening van onze samenleving, de sinds decennia scherper afgelijnde scheiding tussen staat en katholieke godsdienst lijkt gepaard te gaan met een omgekeerde beweging vanuit de islam met een toenemende wil tot invloed op het privéleven van zijn gelovigen. Ik denk dat we er goed aan doen dit niet te zien als bijkomstig of toegeven aan een zogenaamd even onschuldige als onvermijdelijke evolutie. Met godsdienstbeleving heeft dit niets vandoen. Integendeel, het gaat erom dat niet de samenleving zich moet aanpassen aan de godsdienst, maar wel omgekeerd. Het Franse management van Quick zou zich daarvan bewust moeten zijn. Godsdienst moet een private beleving blijven.Als we niet waakzaam blijven zal op een dag blijken dat onze hard bevochten strijd tegen de inmenging van religie op het openbare leven te herdoen is. Ik hoop dat we niet terechtkomen in een samenleving waar fanatieke schriftgeleerden bepalen welk soort hamburger er geserveerd mag worden...