Sinds mei 2015 staat de migratiekwestie bovenaan de politieke agenda van veel Europese regeringsleiders en staatshoofden. Hoewel de instroom van vluchtelingen sinds 2017 daalt , blijft dit thema de debatten beheersen.
...

Sinds mei 2015 staat de migratiekwestie bovenaan de politieke agenda van veel Europese regeringsleiders en staatshoofden. Hoewel de instroom van vluchtelingen sinds 2017 daalt , blijft dit thema de debatten beheersen. Intussen maken radicaal-rechtse partijen deel uit van de regeringen in Italië en Oostenrijk. In Duitsland wankelt de verstandhouding tussen de CDU en de CSU onder druk van de minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU), zelfs de regeringscoalitie komt in gevaar. De Duits bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron willen op hun beurt niet weten van nationale noodoplossingen die het bestaan van de Schengenzone in gevaar brengen.Met het oog op de Europese migratietop van volgende week deed Europees president Donald Tusk nog een poging om het migratiebeleid bij te sturen. Hij stelde voor om zogenaamde regional disembarkation centres op te zetten in de buurt van de Europese buitengrenzen. In nauwe samenwerking met de Verenigde Naties en de Internationale Organisatie voor Migratie moet in deze centra het onderscheid worden gemaakt tussen economische vluchtelingen en oorlogsvluchtelingen. In combinatie met versterkte Europese buitengrenzen verlicht dat de migratiedruk en wordt het dodentol op de Middellandse Zee beperkt, zo luidt de redenering. Volgens diplomaten komen onder meer Tunesië en Albanië in aanmerking, zo bericht de Financial Times.De N-VA schaarde zich prompt achter het voorstel van Tusk. 'Ik ben blij dat de geesten eindelijk zijn gerijpt. Het is exact wat ik in 2015 heb gezegd', klopte voorzitter Bart De Wever zichzelf op de borst. De Wever veroorzaakte toen inderdaad flink wat commotie wanneer hij halfweg september van dat jaar pleitte voor hotspots aan versterkte buitengrenzen van de Unie. Maar blijkbaar moet er in die periode wat ruis op de partijlijn hebben gezeten, want staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken zei nog geen twee maanden eerder aan MO-magazine dat screeningcentra geen oplossing bieden voor het migratieprobleem. PartnerlandenDaarbij wierp Francken tal van tegenargumenten op. 'Ik betwijfel ten eerste dat je landen vindt die akkoord gaan met het huisvesten van een Europees asielbureau', zei Francken in het interview. Momenteel heeft de Europese Unie alleszins nog geen enkel akkoord met een Noord-Afrikaanse land gesloten om er ter plaatse screeningcentra op te richten, zo meldde The Guardian donderdag. 'Er ligt momenteel nog geen concreet voorstel op tafel', zo zegt Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos. Vast staat dat geen enkel land zonder enige vergoeding het Europese migratievraagstuk wil oplossen. Zoveel blijkt uit de Turkijedeal. In ruil voor de opvang van honderdduizenden vluchtelingen krijgen de Turken nog steeds heel wat in de plaats. De Europese Unie moet daarvoor een som van zes miljard euro neertellen. Bovendien eiste Ankara dat de toetredingsgesprekken tot de Europese Unie worden opgestart én wil ze een visa-liberalisering voor haar burgers. De Europese Commissie onderzoekt momenteel of Turkije voldoet aan de criteria. De Turkijedeal zorgt voor heel wat spanningen op het politieke toneel. De N-VA wil momenteel niet weten van Turks lidmaatschap, maar de Turkijedeal heeft de migratie naar de Europese Unie wel flink doen slinken. Zolang Turkije niet dwars gaat liggen, zal N-VA die spreidstand kunnen aanhouden. De landen waarin de screeningcentra zouden komen, zullen net zoals de Turken ook hun eisen stellen. Met welke Noord-Afrikaanse landen wil en kán de Europese Unie samenwerken zonder haar waarden te verloochenen? Avramopoulos gaf al eerder te kennen nauwer te willen samenwerken met landen zoals Egypte en Libië, landen die allerminst onbesproken blijven als het op mensenrechten aankomt. Aanzuigeffect?Francken gaat er in hetzelfde interview met MO* vanuit dat de screeningcentra in Noord-Afrika een aanzuigeffect zullen hebben op de omringende landen. Dat blijft nog steeds een pertinente vraag. Gaan niet nog meer mensen zich naar de centra begeven om asiel aan te vragen nu de Middellandse Zee geen geografische hindernis meer vormt? Een toename van de asielaanvragen zou theoretisch kunnen leiden tot een stijging van het aantal erkende vluchtelingen. Het tegenovergestelde effect dan aanvankelijk beoogd. Verschil met 2015 is wel dat de migratieroutes in Afrika beter zouden worden gecontroleerd. Een stijging van het aantal asielaanvragen zal bovendien leiden tot administratieve overbelasting, tenminste als de Unie niet leert uit haar fouten. Op het hoogtepunt van de opvangcrisis in 2016 konden de Italiaanse en Griekse opvangcentra de talrijke asielaanvragen niet verwerken. De beloofde Europese administratieve steun bleef grotendeels uit, met lange wachtrijen en geïmproviseerde vluchtelingenkampen tot gevolg. TerugkeerbeleidNog in 2015 vroeg Francken zich af wat er moet gebeuren met de asielzoekers die in de Noord-Afrikaanse screeningcentra worden afgewezen. 'Zij zullen niet zomaar terugkeren naar het land waarvan ze gevlucht zijn. Dat geloof ik nooit', aldus de staatssecretaris. Een terechte opmerking. Waarom zouden mensen die in eerste instantie hun woonplaats verlaten even later zomaar vrijwillig terugkeren? In de Europese Unie zien we dat afgewezen asielzoekers die het bevel hebben gekregen om het grondgebied te verlaten vaak ondergronds gaan.Is het mogelijk om tegen de juiste voorwaarden de Noord-Afrikaanse landen te steunen bij een degelijk repatriëringsbeleid? Dat bleek voor de Europese lidstaten de afgelopen drie jaar alvast geen sinecure. En zonder een solide terugkeerbeleid dreigen er rondom de screeningcentra vluchtelingenkampen te ontstaan. Er is voorlopig bovendien geen garantie dat die vluchtelingen wegens een gebrek aan perspectief toch niet de overtocht wagen naar het Europese continent. Migratie-expert Alexander Bettis zei deze week aan Knack dat de migratieroute nu al verschuift naar Spanje en Portugal. Het spreidingsplan faaltDaarnaast erkent Francken in het interview met MO*-magazine dat er een Europees spreidingsplan moet komen voor asielzoekers die in de screeningcentra de vluchtelingenstatus krijgen toegewezen. Probleem is echter dat zo'n spreidingsplan in het verleden nooit heeft gewerkt. In september 2015 keurden de Europese lidstaten een verplicht spreidingsmechanisme goed om 120.000 vluchtelingen vanuit Italië en Griekenland eerlijk te verdelen. Ook toen maakten de autoriteiten al een soort van voorselectie. Had iemand een nationaliteit waarvan het gemiddeld erkenningspercentage meer dan 75 procent bedroeg, dan werd die in principe naar een andere Europese lidstaat verplaatst. Maar in de politiek durven principes en praktijk danig van elkaar verschillen, zeker als het over migratie gaat. Er kwam van dat Europese spreidingsplan weinig in huis. Slechts twee landen, Malta en Ierland, zijn hun verplichtingen ondertussen nagekomen terwijl de Visegradlanden (Hongarije, Slovakije, Tsjechië en Polen) weigeren om aan het programma deel te nemen. De zesduizend euro die een lidstaat per opgevangen vluchteling vanuit het Europese budget krijgt, blijkt niet op te wegen tegen de electorale winst van een kritisch migratiediscours. Ook nu zullen de Visegradlanden een gedwongen solidariteitsmechanisme niet slikken, zelfs al liggen de screeningcentra buiten de Europese Unie. Donderdag lieten ze weten dat ze niet op de informele migratietop zullen verschijnen die zondag in Brussel plaatsvindt. Het is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat CD&V-voorzitter Wouter Beke verklaart voorstander te zijn van het plan én tegelijkertijd oproept tot volledige Europese solidariteit. Die combinatie komt er simpelweg niet. De Wever op zijn beurt ziet wel het probleem. Als mogelijke oplossing stelt de N-VA-voorzitter voor dat de Visegradgroep in ruil meer inspanningen levert op financieel vlak. Vraag is natuurlijk of Frankrijk, Duitsland en Spanje ermee akkoord gaan dat solidariteit kan worden afgekocht. Veel zal ervan afhangen hoe groot de druk van (uiterst) rechts op de publieke opinie weegt. Kortom, veel vragen blijven onbeantwoord. De regeringspartijen hebben zich dan wel unaniem achter het voorstel geschaard, de modaliteiten van het plan-Tusk blijven onduidelijk. Duidelijk is wel dat de vragen die Francken zelf in 2015 opwierp enorm relevant blijven. Zonder duidelijke antwoorden lijkt het plan van Tusk gedoemd om te mislukken. De bocht van Francken - in tegenstelling tot 2015 pleit hij nu wel voor screeningcentra op Noord-Afrikaanse bodem - doet vermoeden dat hij intussen toch oplossingen heeft gevonden voor zijn vragen. Hetzelfde geldt voor de regeringspartijen die zich achter het voorstel van de Europese president hebben geschaard. Wat die oplossingen zijn, blijft voorlopig koffiedik kijken.