Het moet een van de mooiste natuurplaatjes van de jongste jaren in Vlaams landbouwgebied geweest zijn: een kilometerslange, brede bloemenberm op beide oevers van een beek die door graanvelden in de Waaslandpolder snijdt. Het was een kleurenpracht van korenbloemen, klaprozen en andere veldbloemen die je niet dikwijls meer ziet. Sommige waarnemers zagen er een schilderij van de Franse impressionist Claude Monet in.

Maar op 18 juni werd het plaatje in enkele uren weggemaaid, in volle bloei. Voor de massa hommels, bijen, zweefvliegen en andere insecten die van heinde en verre door de bloemenberm waren aangetrokken, was het een regelrechte ramp. Het werd een schoolvoorbeeld van wat biologen een 'ecologische val' noemen: een voor dieren aantrekkelijk element in een voor de rest minder aantrekkelijk landschap dat hun einde kan betekenen.

VOOR: de kilometerslange ingezaaide berm in de Waaslandpolder werd een 'ecologische val': een voor dieren aantrekkelijke plek in een minder aantrekkelijk landschap die hun einde kan betekenen. © Ronny De Malsche

Omdat de berm volop aan het bloeien was, was het voor de dieren niet nodig om uit te kijken naar alternatieven. Als ze de plotse aanslag op hun leefmilieu al overleefden, hadden ze geen plan B. Bloemenbermen worden actief gepromoot als een oplossing voor het tanende bestand van bestuivende en andere insecten in ons landschap - diertjes die zelf het voedsel vormen van grotere beestjes. Maar als ze onverstandig beheerd worden, kan het contraproductief worden voor de natuur.

Rotvogels

De zoektocht naar wat er precies met de korenbloemenberm gebeurde, was een lijdensweg. Maar finaal kwam er toch een verklaring. De berm werd ingezaaid als een beheerovereenkomst tussen een landbouwer en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM): een overheidsinstantie die 'de open ruimte leefbaar wil inrichten tot een duurzame open ruimte waar het goed is om te wonen, te werken en te ontspannen'. Plattelandsontwikkeling hoort bij het takenpakket. Beheerovereenkomsten zijn een instrument waarmee de VLM landbouwers over de schreef wil trekken om het landschap aantrekkelijker te maken voor wilde dieren en planten.

Het is een moeizaam proces. In de Waaslandpolder heerst nog meer animositeit tussen boeren en natuurbeschermers dan elders, omdat de almaar uitbreidende Antwerpse haven er druk legt op het landgebruik. Als de haven beschermde natuur inpalmt, moet dat volgens de Europese regelgeving elders gecompenseerd worden door nieuwe natuur te creëren. Dat gebeurt doorgaans op landbouwgrond. Boeren willen eventueel wel plaats ruimen voor de economie, maar niet voor 'die rotvogels'.

'Vorig jaar merkten we voor het eerst echte interesse voor onze beheerovereenkomsten in de Waaslandpolder', vertelt Barbara Gellinck van de dienst beheerovereenkomsten van de VLM. 'Dit jaar startte er de eerste grote beheerovereenkomst. Een landbouwer investeerde in de bloemenberm waarvan sprake, maar ook in enkele graanakkers die in de winter voor vogels beschikbaar zullen blijven en in percelen die zo zijn ingezaaid dat ze geschikt zijn voor akkervogels. Het is pionierswerk in de regio. Andere landbouwers zullen met argusogen volgen hoe het verloopt. Vroeger werd je in landbouwkringen scheef bekeken als je in natuur investeerde, maar landbouwers voelen ook de maatschappelijke druk voor meer natuur. Om de instap te bevorderen, houden we beheerovereenkomsten bewust vrijwillig én beperkt in de tijd.'

NA: de kilometerslange ingezaaide berm in de Waaslandpolder werd een 'ecologische val': een voor dieren aantrekkelijke plek in een minder aantrekkelijk landschap die hun einde kan betekenen. © Ronny De Malsche

Officieel was de korenbloemenberm een beheerovereenkomst voor 'perceelsranden'. De voornaamste functie van het concept is het beschermen van 'kwetsbare landschapselementen' (zoals een waterloop) tegen de impact van landbouwactiviteit. Er werd geen 'bloemenmengsel' ingezaaid, maar een mengsel 'gemengde grasstrook'. 'Dat is bij landbouwers vooralsnog veel populairder dan een bloemenstrook', zegt Gellinck. 'Die laatste is vooral bedoeld om het voedselaanbod voor insecten zoals bijen en vlinders te stimuleren. In 2018 hadden we zo nog maar 31 hectare, dit jaar zitten we al aan 191. Een procedure heeft tijd nodig om te groeien. Daarbovenop gaan we het concept bloemenstrook stimuleren door de voorwaarden voor akkergebieden te versoepelen.'

In totaal heeft de VLM beheerovereenkomsten afgesloten voor zo'n 11.000 hectare landbouwgrond. Dat cijfer blijft de voorbije jaren min of meer stabiel, omdat sommige concepten (zoals erosiebestrijding) aan belang verminderen. Meer dan 3500 landbouwers hebben minstens één beheerovereenkomst lopen - dat is ongeveer 10 procent van het Vlaamse landbouwersbestand. Een beheerovereenkomst heeft een duurtijd van vijf jaar, maar in 80 procent van de gevallen wordt ze verlengd. De VLM heeft verspreid over Vlaanderen 28 'bedrijfsplanners' in dienst: specialisten die landbouwers bijstaan in de procedure en soms actief rekruteren. 'Ons geld moet de best mogelijke natuurstrook opleveren', stelt Gellinck. 'En we moeten er niet flauw over doen: de subsidies bieden de landbouwers een vorm van inkomenszekerheid.'

Geen geld voor liefdadigheid

Landbouwers krijgen uiteraard een vergoeding voor een beheerovereenkomst - de gemiddelde landbouwer investeert niet spontaan in natuurlijke ontwikkelingen. In totaal pompt de VLM dit jaar ongeveer 15 miljoen euro in beheerovereenkomsten. Voor aanleg en onderhoud van een gemengde grasstrook, zoals de korenbloemenberm, krijgt een boer 1812 euro per hectare. De hele beheerovereenkomst waarin de berm van de Waaslandpolderboer is opgenomen, beslaat 13 hectare en levert meer dan 23.000 euro subsidies per jaar op.

'Maar je mag dat niet interpreteren als boeren die rijk willen worden door te investeren in natuur', waarschuwt landbouwer Kurt Sannen, voorzitter van BioForum, de koepel van bioboeren. 'Aangezien het gemiddelde inkomen van een landbouwer slechts de helft is van wat een gewone werknemer verdient, kun je boeren bezwaarlijk door winst gedreven noemen. Een landbouwer heeft meestal geen inkomensmarge om aan liefdadigheid te doen.'

Beheerovereenkomsten kunnen een broodnodige aanvulling op het inkomen van een boer vormen. 'Het inkomen van akkerbouwers en rundveehouders is sowieso voor een belangrijk deel afhankelijk van Vlaamse en vooral Europese subsidies', stelt Sannen. 'Maar als je niet voldoet aan de vele voorwaarden die het landbouwbeleid oplegt, dreig je ook je subsidies te verliezen. Zo speelde ik eens bijna mijn hele jaarinkomen kwijt omdat ik distels had laten staan in een hoekje van een natuurreservaat waar mijn koeien op grazen. Een stommiteit van een boer op één perceel kan betekenen dat hij een groot deel van zijn inkomen kwijt is.'

Voor aanleg en onderhoud van een gemengde grasstrook, zoals de korenbloemenberm, krijgt een boer 1812 euro per hectare.

Onkruid is ook waar het misliep met de korenbloemenberm. In de beheerovereenkomst staat een clausule die toelaat dat een boer in de context van onkruidbestrijding een 'gemengde grasstrook' uitzonderlijk al vanaf 15 juni kan maaien in plaats van 15 juli (als de bloemen grotendeels zijn uitgebloeid). Meestal gaat het om distels of brandnetels, maar in dit geval ging het over herik: een gele kruisbloemige waarvan de zaden jarenlang slapend in de grond kunnen zitten maar plots ontkiemen als ze naar boven worden gewoeld.

'Het is een taaie plant met stengels die bijna een meter lang kunnen worden', legt landbouwer Marc Van Buynder uit, die voor het bedrijf Agro-Smet de maaiwerken voor de betrokken landbouwer uitvoerde - de boer van de beheerovereenkomst zelf wilde niet bij dit verhaal betrokken worden. 'Door het omploegen van de grond voor het inzaaien van het grasmengsel zijn de zaden ontkiemd en tussen de andere planten opgeschoten. Als we die bloemen niet verwijderen voor ze nieuwe zaden maken, dreigen ze de volgende jaren in het graan op te duiken, wat problemen voor de oogst en de verwerking oplevert. We konden dus niet anders. Maar volgend jaar zullen we het probleem niet meer hebben, want de meeste herikzaden uit de bodem zijn nu in principe weg.'

Berucht onkruid

Bioloog en biodiversiteitsexpert Olivier Honnay van de KU Leuven bevestigt dat herik een probleem kan vormen voor landbouwers: 'Vroeger, voor de tijd van de herbiciden, was herik een berucht onkruid op akkers. Als het massaal tussen je tarwe kiemt, heb je een probleem. Het is helaas niet altijd eenvoudig om natuur met landbouw te verzoenen. Zeker omdat korenbloem en klaproos eenjarige akkerkruiden zijn, wat betekent dat je moet wachten tot hun zaad er is voor je ze maait, anders is er het jaar nadien niets meer. De landbouwer zal zijn grasstrook volgend jaar dus opnieuw moeten inzaaien.'

Honnay benadrukt dat je een beheerovereenkomst lang genoeg moet volhouden om te vermijden dat ze een ecologische val voor, bijvoorbeeld, insecten wordt: 'Het geldt zeker voor akkerranden, en nog meer voor akkerranden in de buurt van natuurgebieden, want die kunnen echt een aanzuigeffect op insecten en andere dieren hebben. Akkerranden moeten ook permanent onderhouden worden, want door de invloed van bemesting stimuleren ze de groei van grassen en brandnetels die meer eutrofiëring verdragen dan andere planten. Ik vind dat de beheerovereenkomst een nuttig instrument is, maar het wordt momenteel te diffuus ingezet. Alle boeren kunnen het aanvragen, maar in een monotoon landbouwgebied heeft het geen zin. Het moet gecoördineerd worden gebruikt in landschappen met een hoog natuurpotentieel. Dan pas zal het instrument maximaal renderen.'

Ook in een dik themanummer over akkervogels van het blad Natuur.oriolus (uitgegeven door Natuurpunt) stond kritiek op de beheerovereenkomsten. De voorwaarden voor een populaire want gemakkelijke vorm van maaibeheer ('klepelen') in de beheerovereenkomsten zouden 'bijna zinloos' zijn voor akkervogels. Het 'dure beheer' wordt dan 'meer dan waarschijnlijk een maat voor niets en zelfs een stap achteruit'. Het 'gebruiksgemak heeft voorrang op doeltreffendheid'. In het besluit klonk het dat agrarisch natuurbeheer de belastingbetaler veel geld kost. Maar er wordt 'te veel op geaasd als inkomstenbron voor boeren en te weinig als beheerinstrument voor vogels'.

Als je niet voldoet aan de vele voorwaarden die het landbouwbeleid oplegt, dreig je ook je subsidies te verliezen.

De VLM is zich uiteraard bewust van de problematiek. Ook van de impact van de uitzonderingsclausule voor onkruidbestrijding in het eerste jaar op de biodiversiteit. 'We gaan die regel uit de contracten halen', zegt Barbara Gellinck. 'De landbouwers zullen zich voor een uitzondering tot onze bedrijfsplanners moeten wenden. Zo willen we eventuele misbruiken of te grote invloeden van een ingreep op de biodiversiteit vermijden. Daarnaast streven we naar schaalvergroting. We zouden minstens 7 en het liefst 10 procent van een landbouwgebied waar akkervogels nog kansen hebben moeten kunnen bestrijken met een beheerovereenkomst. In het beste geval kunnen we zo investeren in biodiversiteit op plaatsen waar geen ruimte is voor natuurreservaten.'

Gellinck toont andere percelen in de Waaslandpolder die natuurvriendelijk beheerd worden. Landbouwer Van Buynder vertelt hoe hij op een perceel dat hij bewerkt voor rekening van de koekjesfabriek LU met de zeis herik verwijderd heeft. 'Het is een perceel met planten zoals zonnebloem en de groenbemester phacelia, die magneten zijn voor insecten', legt Gellinck uit. 'LU beheert het op eigen initiatief en specifiek voor de natuurlijke meerwaarde, zonder rechtstreeks voordeel. LU'Harmony heet het concept: 3 procent van een veld wordt gereserveerd voor natuurvriendelijke bloemen.'

Ongezien succes

Her en der hangen leeuweriken in de lucht te zingen - in volle landbouwgebied en niet in natuurgebied, zoals tegenwoordig de regel is. Monitoring van broedvogels in de context van beheerovereenkomsten heeft nog geen toenemende bestanden opgeleverd, maar het feit dat de vogelbestanden er niet lijken af te nemen, kan als een winstpunt worden beschouwd: de populaties van akkervogels zoals leeuweriken, gorzen en kieviten crashen overal.

Voor de bruine kiekendief, een roofvogelsoort waarvoor grote inspanningen geleverd worden, ligt het moeilijker. Dit jaar broeden er voor het eerst sinds lang geen kiekendieven in het Waasland. Helemaal anders ligt het in de regio rond de Moeren in de omgeving van Veurne (West-Vlaanderen) - een paradepaardje van de VLM. In de ruime omgeving daarvan broeden dit jaar een zestigtal koppels bruine kiekendieven, vooral in graanvelden. Het is een ongezien succes.

'Hier zijn we gebiedsgericht aan het werken, waardoor er al op 13 procent van de landbouwoppervlakte een natuurvriendelijke beheerovereenkomst van kracht is', zegt bedrijfsplanner Bram Conings van de VLM. 'We leggen vogelakkers aan met apart ingezaaide stroken luzerne, en we stemmen het maaibeheer af op de mogelijkheden van akkervogels. Om het wat rudimentair te zeggen, kweken we zo veel mogelijk muizen voor kiekendieven en andere roofvogels, terwijl leeuweriken en andere akkervogels mee profiteren van de inspanningen. We zijn er samen met een boel vrijwilligers van vooral de natuurwerkgroep De Kerkuil in geslaagd om zo goed als alle nesten van kiekendieven in landbouwgebied te lokaliseren. Alle betrokken landbouwers worden benaderd om, tegen een vergoeding, mee te werken om de jongen groot te laten worden. We denken dat zoiets de toekomst van de akkervogels is.'

Voor Kurt Sannen van BioForum is het ook de toekomst van de landbouwers: 'Aangezien boeren sterk afhankelijk zijn van subsidies kunnen we hun gedrag sturen. Het is een uitdaging voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), dat Europees in de steigers staat. Willen we grote monoculturen vol pesticiden, megastallen en smakeloze bulkproducten? Dan moeten we verder doen zoals we bezig zijn. Willen we een gevarieerd platteland met ruimte voor natuur en voor meer landbouwers in kleine en middelgrote bedrijven die een breed gamma aan lokale, lekkere en gezonde voedselproducten produceren? Dan moet het GLB over een andere boeg gegooid worden.'

De Schoonste Boerenweide

In samenwerking met onder meer de VLM organiseerde Natuurpunt een wedstrijd voor de Schoonste Boerenweide van Vlaanderen. Er kwamen vijftien inzendingen binnen. 'Er zaten echt prachtige dingen bij', vertelt Annelies Jacobs van Natuurpunt. 'Er zaten weiden tussen waar wij als natuurbeheerders stikjaloers op waren. Alle deelnemers waren trots op hun verwezenlijking, en het waren heus niet allemaal bioboeren. Je voelde wel dat het allemaal mensen waren die vooral met hun hart hun gronden bewerken. Als natuurmens zie je de boerennatuur overal verdwijnen, maar aan deze projecten merk je dat het ook anders kan.'

De winnaar is rundveehouder Tim Bottu uit het Vlaams-Brabantse Melkwezer. De jury was onder de indruk van de manier waarop hij zijn natuurlijke graslanden meenam in zijn bedrijfsvoering. Zijn gras is wat minder efficiënt als veevoer dan echt productiegras, maar het huist wel veertig plantensoorten, waaronder een aantal zeldzame. Er werden ook zeldzame vogels en insecten gespot.

De landbouwer kreeg zijn prijs (een ecologisch verantwoorde weideafrastering ter waarde van 1000 euro) uit handen van Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel (CD&V). Het is de bedoeling dat de wedstrijd elk jaar georganiseerd zal worden.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.