Geweld rapporteren is een morele verplichting. Maar wat erna? Wat doen we, een keer het geweld op de tafel werd gelegd? Wat kunnen we de slachtoffers beloven? Kunnen we hen garanderen dat ze niet meer te maken zullen krijgen met geweld? Zullen ze erkend worden als slachtoffers?

Dokters van de Wereld peilde van mei tot en met juli van dit jaar in onze humanitaire hub naar ervaringen met geweld door de Belgische politie. Van de 440 bevraagde personen verklaarde 25% geconfronteerd te zijn geweest met geweld door de Belgische politie. 53 procent daarvan (59 personen) gingen vervolgens akkoord om langdurig geïnterviewd te worden. Na correcties eindigden we met een steekproef van 51 valide getuigenissen. Zij rapporteerden over in totaal 101 fysieke of psychologische geweldplegingen.

'Ongeveer een maand geleden werd ik door een agent gevat op een parking. Met een telescopische wapenstok sloeg hij op mijn oor. Het heeft nog een week gebloed. Ik hoorde vrijwel niets meer op dat oor. Toen ze me meenamen, was ik duizelig en maar half bij bewustzijn. Ik werd meegenomen naar een commissariaat iets verderop, waar ze mijn geld, mijn telefoon, mijn busticket en enkele documenten uit Egypte afpakten. De agent die me op de parking sloeg, zei me: 'Als ik je nog eens tegenkom op die parking om naar Londen te reizen, vermoord ik je.'

Uit Getuigenis van een minderjarige jongen.

Met dit rapport wil Dokters van De Wereld meedenken over oplossingen voor een probleem dat al jaren een realiteit is. Een verdoken realiteit die zich afspeelt in schemerzone van wie clandestien leeft in dit land. Een realiteit die naar boven komt drijven op verloren momenten, als de verpleegkundige de bloeduitstortingen verzorgt van een Soedanese jongen en vraagt hoe die blauwe plekken er kwamen.

Voor de migranten en vluchtelingen is psychologisch en fysiek geweld een realiteit waar ze zichzelf 'en cours de route' naar Europa stapsgewijs mee verzoend hebben.

De agent sloeg met een wapenstok op mijn oor. Het heeft nog een week gebloed.

Een groot deel van hen werd doorheen hun reis geconfronteerd met fysiek en psychologisch geweld. Het idee om zich hiertegen te verzetten, komt niet langer bij hen op: ze gaan ervan uit dat ze de facto geen rechten hebben en zijn er intussen zelf van overtuigd dat ze als mens een quantité négligable zijn.

Sowieso zijn ze over de hele lijn te bang om een klacht in te dienen: meer dan de helft van de mensen die aangaf geconfronteerd te zijn geweest met geweld was zelfs te bang om zijn verhaal anoniem te doen bij de onderzoeksteams van Dokters van de Wereld, laat staan dat ze zelf het initiatief durven nemen om een klacht in te dienen. Dit rapport is er dan ook in eerste instantie voor de transitmigranten zelf: met dit rapport willen we hen een stem geven. Ook aan zij die niet durven spreken.

Daarnaast willen we dat dit rapport leidt tot structurele veranderingen op het terrein. Het rapport bevat niet enkel vaststellingen, maar ook aanbevelingen en concrete oplossingen. Daarom is dit rapport ook bestemd voor politici op alle niveaus, het Comité P (het controleorgaan van de Politie), de federale en lokale politie zelf.

Niet alleen de migranten, maar ook de lokale en federale politiediensten worden al maanden onder een onhoudbare druk gezet en zijn zelf de speelbal van een dure, zinloze en schadelijke jacht op migranten.

Eén element willen we benadrukken: de verantwoordelijkheid van de overheid. Niet alleen de migranten, maar ook de lokale en federale politiediensten worden al maanden onder een onhoudbare druk gezet en zijn zelf de speelbal van een dure, zinloze en schadelijke jacht op migranten. Het politieke discours, zowel op federaal als lokaal niveau, heeft langzaam maar zeker geleid tot een erosie van de menselijkheid van migranten.

Het is een discours dat uiteindelijk ook een impact heeft gehad op het gedrag van sommige politieagenten. De lokale politie heeft trouwens zelf een aantal keer dit probleem gesignaleerd aan hun minister, evenwel zonder succes. We delen dan ook het gevoel van de politie niet gehoord te worden en hopen dat hier met dit rapport verandering in komt.

Dit rapport onthult een realiteit die tot hiertoe verborgen bleef: een aanzienlijk deel van de transmigranten in ons land wordt geconfronteerd met buitensporig fysiek en psychologisch geweld. 1 op 3 van deze slachtoffers is bovendien minderjarig.

Nu is het aan de autoriteiten, onze beleidsmakers, de verschillende commissariaten maar ook aan ons, de ngo's én de gewone burger om zich te beraadslagen: hoe ver kan land gaan met een beleid dat eenzijdig gericht is op repressie en ontrading? Hoe is het kunnen komen tot deze uitwassen?

En vooral: hoe kunnen we er de komende tijd voor zorgen dat deze realiteit fictie wordt? De tijd is gekomen voor een fundamenteel moreel debat over hoe we omgaan met transmigratie in ons land.

Geweld rapporteren is een morele verplichting. Maar wat erna? Wat doen we, een keer het geweld op de tafel werd gelegd? Wat kunnen we de slachtoffers beloven? Kunnen we hen garanderen dat ze niet meer te maken zullen krijgen met geweld? Zullen ze erkend worden als slachtoffers?Dokters van de Wereld peilde van mei tot en met juli van dit jaar in onze humanitaire hub naar ervaringen met geweld door de Belgische politie. Van de 440 bevraagde personen verklaarde 25% geconfronteerd te zijn geweest met geweld door de Belgische politie. 53 procent daarvan (59 personen) gingen vervolgens akkoord om langdurig geïnterviewd te worden. Na correcties eindigden we met een steekproef van 51 valide getuigenissen. Zij rapporteerden over in totaal 101 fysieke of psychologische geweldplegingen.Met dit rapport wil Dokters van De Wereld meedenken over oplossingen voor een probleem dat al jaren een realiteit is. Een verdoken realiteit die zich afspeelt in schemerzone van wie clandestien leeft in dit land. Een realiteit die naar boven komt drijven op verloren momenten, als de verpleegkundige de bloeduitstortingen verzorgt van een Soedanese jongen en vraagt hoe die blauwe plekken er kwamen. Voor de migranten en vluchtelingen is psychologisch en fysiek geweld een realiteit waar ze zichzelf 'en cours de route' naar Europa stapsgewijs mee verzoend hebben. Een groot deel van hen werd doorheen hun reis geconfronteerd met fysiek en psychologisch geweld. Het idee om zich hiertegen te verzetten, komt niet langer bij hen op: ze gaan ervan uit dat ze de facto geen rechten hebben en zijn er intussen zelf van overtuigd dat ze als mens een quantité négligable zijn. Sowieso zijn ze over de hele lijn te bang om een klacht in te dienen: meer dan de helft van de mensen die aangaf geconfronteerd te zijn geweest met geweld was zelfs te bang om zijn verhaal anoniem te doen bij de onderzoeksteams van Dokters van de Wereld, laat staan dat ze zelf het initiatief durven nemen om een klacht in te dienen. Dit rapport is er dan ook in eerste instantie voor de transitmigranten zelf: met dit rapport willen we hen een stem geven. Ook aan zij die niet durven spreken.Daarnaast willen we dat dit rapport leidt tot structurele veranderingen op het terrein. Het rapport bevat niet enkel vaststellingen, maar ook aanbevelingen en concrete oplossingen. Daarom is dit rapport ook bestemd voor politici op alle niveaus, het Comité P (het controleorgaan van de Politie), de federale en lokale politie zelf.Eén element willen we benadrukken: de verantwoordelijkheid van de overheid. Niet alleen de migranten, maar ook de lokale en federale politiediensten worden al maanden onder een onhoudbare druk gezet en zijn zelf de speelbal van een dure, zinloze en schadelijke jacht op migranten. Het politieke discours, zowel op federaal als lokaal niveau, heeft langzaam maar zeker geleid tot een erosie van de menselijkheid van migranten. Het is een discours dat uiteindelijk ook een impact heeft gehad op het gedrag van sommige politieagenten. De lokale politie heeft trouwens zelf een aantal keer dit probleem gesignaleerd aan hun minister, evenwel zonder succes. We delen dan ook het gevoel van de politie niet gehoord te worden en hopen dat hier met dit rapport verandering in komt.Dit rapport onthult een realiteit die tot hiertoe verborgen bleef: een aanzienlijk deel van de transmigranten in ons land wordt geconfronteerd met buitensporig fysiek en psychologisch geweld. 1 op 3 van deze slachtoffers is bovendien minderjarig. Nu is het aan de autoriteiten, onze beleidsmakers, de verschillende commissariaten maar ook aan ons, de ngo's én de gewone burger om zich te beraadslagen: hoe ver kan land gaan met een beleid dat eenzijdig gericht is op repressie en ontrading? Hoe is het kunnen komen tot deze uitwassen?En vooral: hoe kunnen we er de komende tijd voor zorgen dat deze realiteit fictie wordt? De tijd is gekomen voor een fundamenteel moreel debat over hoe we omgaan met transmigratie in ons land.