Zelfs Science berichtte over de vondst, op 13 september, van drie aan de Afrikaanse varkenspest gestorven everzwijnen in onze provincie Luxemburg. 'Virusuitbraak in Belgische everzwijnen veroorzaakt grote nervositeit', kopte het wetenschappelijke topvakblad. 'Het virus, onschadelijk voor mensen maar moeilijk uit te roeien, vormt een groeiende globale bedreiging voor de varkenskweek', stond eronder te lezen. Science stelde vast dat de Afrikaanse varkenspest vaste voet gekregen heeft in een dozijn Oost-Europese landen en noteerde dat er sinds augustus minstens twintig uitbraken waren vastgesteld in het gigantische China, met zijn enorme varkensmarkt.
...

Zelfs Science berichtte over de vondst, op 13 september, van drie aan de Afrikaanse varkenspest gestorven everzwijnen in onze provincie Luxemburg. 'Virusuitbraak in Belgische everzwijnen veroorzaakt grote nervositeit', kopte het wetenschappelijke topvakblad. 'Het virus, onschadelijk voor mensen maar moeilijk uit te roeien, vormt een groeiende globale bedreiging voor de varkenskweek', stond eronder te lezen. Science stelde vast dat de Afrikaanse varkenspest vaste voet gekregen heeft in een dozijn Oost-Europese landen en noteerde dat er sinds augustus minstens twintig uitbraken waren vastgesteld in het gigantische China, met zijn enorme varkensmarkt. 'De sprong naar België lijkt erop te wijzen dat de ziekte een pandemisch karakter gekregen heeft', besloot het blad. Dat betekent dat we op weg zijn naar een wereldepidemie. Belgische experts zitten op dezelfde golflengte. Ze zijn ervan overtuigd dat de ziekte bij ons endemisch zal worden. Het zal, met andere woorden, niet zomaar om een uitbraak van voorbijgaande aard gaan, die we eventjes moeten uitzweten. We zullen er decennialang mee te maken krijgen. De Afrikaanse varkenspest werd in het begin van de twintigste eeuw ontdekt in Kenia. In 1957 dook ze voor het eerst op in Europa. Het duurde tot in de jaren 1980 voor ze grotendeels kon worden uitgeroeid. Of vanzelf uitstierf, dat kan ook. Er bestaan twee soorten varkenspest, veroorzaakt door verschillende virussen: de Afrikaanse en de klassieke. Als de Afrikaanse ergens vaste voet krijgt, is ze doorgaans een blijver. De klassieke varkenspest manifesteert zich in plotse, dikwijls in de tijd beperkte opstoten. Ze is dodelijker dan de Afrikaanse maar gemakkelijker te bestrijden, onder meer omdat er een vaccin tegen bestaat (dat niet courant gebruikt mag worden, omdat het voor de vleesmarkt moeilijk is om gevaccineerde en besmette varkens van elkaar te onderscheiden). Sinds 2015 is West-Europa officieel vrij van klassieke varkenspest. De revival van de Afrikaanse varkenspest op het Europese continent begon in 2007, toen ze werd vastgesteld in de Kaukasische staat Georgië. Daar was ze waarschijnlijk met een vleestransport uit Israël binnengebracht. Vanuit Georgië ging het snel naar landen als Wit-Rusland en de Baltische staten. In 2014 bereikte de ziekte Polen, waar ze een ravage aanrichtte in de dikwijls nog kleinschalige varkenskweek. Ook Roemenië en Hongarije zijn besmet. Dat het virus Duitsland heeft overgeslagen en ineens in België is opgedoken, vergroot de ongerustheid over zijn verspreidingskracht. In eerste instantie doodt het virus 85 procent van de dieren die het besmet, na verloop van tijd groeit er weerstand tegen. Daardoor kan het lange tijd circuleren in een populatie van varkens en wilde zwijnen. Dat wetenschappers ervan uitgaan dat de Afrikaanse varkenspest niet in te dijken valt, impliceert dat de (dure) noodmaatregelen die nu genomen worden om de uitbraak onder controle te brengen een slag in het water zullen zijn. Ons land heeft al 800.000 euro uitgetrokken als schadevergoeding voor de preventieve liquidatie van 6000 kerngezonde Waalse varkens om de buitenlandse markten gerust te stellen. Dode everzwijnen uit besmette gebieden transporteren en vernietigen kost honderdduizenden euro's. In Vlaanderen is er beslist dat varkensboeren een vergoeding kunnen krijgen als ze extra maatregelen nemen om de besmetting van hun dieren te vermijden. Zo kunnen ze wildroosters plaatsen of dubbele omheiningen en speciale sassen voor hun stallen om elk contact met everzwijnen te vermijden. Boerenorganisaties deinzen er niet voor terug om onaanvaardbare maatregelen te eisen, zoals de vergiftiging van everzwijnen. Alsof je zoiets zou kunnen doen zonder talloze andere dieren, ook zeldzame, te treffen. Ook Waalse jagers eisen een schadevergoeding, omdat hun gevraagd is dode zwijnen te verwijderen: ze vragen tot 300 euro per dier om de kosten te dekken. Dat is cynisch, omdat zijzelf de meest voor de hand liggende bron van de virale infectie zijn. Nogal wat jagers gaan everzwijnen schieten in Oost-Europa, waar het jachttoerisme bloeit én de varkenspest hevig woedt: het virus kan in een bloedspatje of een modderspoor een grote reis maken. Het is een publiek geheim dat er op jachtdomeinen in Wallonië everzwijnen (soms gekweekt in Oost-Europa) worden uitgezet om het lokale jachtplezier te vergroten. Er circuleren tarieven van 500 tot 2000 euro per dag om er op de dieren te kunnen schieten - het bedrag hangt af van de kans om een groot exemplaar te treffen. Om de jagers wat uit de wind te zetten, houdt de Waalse minister van Landbouw, Natuur en Bos, René Collin (CDH), het gemakshalve op een ingewikkelder scenario: dat het virus mogelijk is binnengebracht door een Oost-Europese vrachtwagenchauffeur die op een parking langs een autoweg in de buurt van het besmette gebied een boterham met salami verorberde en een restje achterliet. Als dat met het virus besmet was - het Afrikaanse varkenspestvirus kan meer dan een half jaar in bewerkt vlees overleven - en een everzwijn het opat, kan de besmetting in gang gezet zijn. Everzwijnen kunnen het virus door licht direct contact aan elkaar doorgeven. Zelfs insecten zoals vliegen en muggen kunnen het overdragen. Door de hoge overlevingsgraad en de grote besmettelijkheid van het virus zijn er veel mogelijke infectiebronnen. Even is er met een beschuldigende vinger naar het Belgische leger gewezen, nadat twee dode everzwijnen in een legerkamp in de besmette zone waren aangetroffen - er zijn Belgische troepen actief in de besmette Baltische staten. Experts waarschuwen tegen het inzetten op landbouwbedrijven van Oost-Europese seizoensarbeiders, die dikwijls worsten en fijne vleeswaren uit hun geboortestreek meebrengen. Ze wijzen er ook op dat er varkensboeren zijn die jagen, soms zelfs als toerist in andere landen. De boerenorganisaties en de vertegenwoordigers van de vleesverwerkende sector hebben zich burgerlijke partij gesteld in het varkenspestdossier, 'aangezien de uitbraak van de Afrikaanse varkenspest voor grote en langdurige schade zorgt'. Ze willen een 'zeer grondig onderzoek naar de oorzaak van het uitbreken', hoewel de kans dat de oorspronkelijke bron gevonden wordt bijna nihil is. 'Het illustreert dat dit trieste verhaal veel meer om geld draait dan om het beheersen van een crisis', zegt een insider schamper. Als reactie op de besmetting namen andere landen onmiddellijk maatregelen om de import van Belgische varkens stil te leggen - volgens kwatongen vooral om hun eigen markt te bevorderen. Hoewel de uitbraak zich momenteel in Wallonië situeert, is de Belgische varkenskweek vooral een Vlaamse aangelegenheid. De sector telt 4000 bedrijven en 6 miljoen varkens, waarvan driekwart voor de export is bestemd. 'De varkenssector is uit zijn voegen gebarsten en is voor een groot deel afhankelijk van een onvoorspelbare buitenlandse markt', zegt een expert. 'Dan moet je natuurlijk niet schrikken als je op zo'n economisch gemotiveerde crisis stuit.' Sommigen pleiten ervoor, voorlopig discreet, om de Afrikaanse varkenspest als een hefboom te gebruiken om de varkenssector te saneren. 'Die sector is vervuilend en gaat gepaard met veel dierenleed', zegt een insider. 'Een debat erover zou nuttig zijn, ook gezien de maatschappelijke discussie over een diervriendelijker veeteelt en over de vraag of we minder vlees moeten eten, bijvoorbeeld om de klimaatopwarming te bestrijden. Bovendien wordt er nu massaal gezond en goed vlees vernietigd dat klimaatneutraal geproduceerd wordt.' De insider heeft het over de opgedreven strijd tegen het wilde reservoir van het virus: het everzwijn. Momenteel zijn er in de afgebakende zone van de uitbraak in Luxemburg, die 63.000 hectare groot is (wat overeenkomt met bijna een kwart van de provincie Antwerpen), zo'n 160 gestorven besmette everzwijnen gevonden. De everzwijnenpopulatie in het gebied wordt op 2500 exemplaren geraamd. Het is de bedoeling dat die allemaal worden doodgeschoten en vernietigd: een helse en, zo vrezen experts, onrealistische taak. De jagerslobby in België (en Nederland) maakt dankbaar gebruik van de situatie om meer middelen en mogelijkheden te eisen. Jagers willen 's nachts op de zwijnen kunnen jagen en daarbij nachtvizieren en geluiddempers inzetten, en eventueel ook efficiëntere wapens. Begin deze maand ontkende het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V), die bevoegd is voor de wapenwet, nog dat er zo'n vraag was binnengekomen, laat staan dat het daarop zou ingaan. Maar nu heeft het een formeel verzoek gekregen van Waals minister René Collin en verwacht het een vergelijkbaar verzoek van Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V). 'Wij hebben een gunstig advies gegeven, met aanbevelingen voor een veilig gebruik, om in uitzonderlijke omstandigheden nachtkijkers en geluiddempers te laten gebruiken door de boswachters van het Département de la Nature et des Forêts in Wallonië', laat het kabinet weten. 'We denken er daarnaast over na om in dit kader het gebruik van nachtkijkers en geluiddempers voor bepaalde personen mogelijk te maken. Dat zou wel een wetswijziging vereisen. We bekijken of, en in welke mate, we dit kunnen realiseren, rekening houdend met de vereisten van openbare veiligheid.' Over de vraag of het wenselijk is dat jagers over die speciale middelen kunnen beschikken, zijn experts het oneens. 'Je kunt zoiets toch niet overlaten aan een groep hobbyisten?!' sneert er één. 'Laat boswachters of speciaal getrainde mensen van het leger of de politie dat werk doen. Anders zijn de veiligheidsrisico's te hoog.' De belangen van jagers en varkensboeren zijn ook tegenstrijdig. Varkensboeren willen alle zwijnen weg, maar jagers willen erop kunnen blijven schieten: zo zullen ze bijvoorbeeld, ondanks de eventuele uitbreiding van hun middelen, zeugen laten leven om het voortbestaan van de populatie te verzekeren. In Vlaanderen wordt de jacht op het everzwijn al opgedreven, officieel om de 'overlast' door schade aan velden en tuinen in te perken. In de provincie Limburg zijn voor het einde van het jaar 12 'drukjachten' gepland: daarbij jaagt een rij jagers met honden de everzwijnen op in de richting van een rij jagers met geweren. Dat kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden, maar het helpt dat een fervente jager een sleutelpositie heeft bij het coördinerende Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse administratie. In principe is er op het everzwijn uitsluitend 'zitjacht' mogelijk: daarbij verstopt een jager zich op een kansel (een hoge zitplaats, bijvoorbeeld in een boom), waaronder meestal voeder wordt gelegd om dieren te lokken. Maar omdat het de jongste jaren beukennootjes en eikels regent, zijn de zwijnen niet zo gevoelig meer voor extra voeding. Ook in de maismonoculturen, waarmee onder meer kweekvarkens worden gevoed, vinden ze een gigantisch voedselaanbod (en voldoende bescherming). Het concept van de opgevoerde jacht gaat uit van het principe: hoe minder zwijnen er zijn, hoe minder risico er is op een besmetting met het virus. Maar het gaat voorbij aan een gegeven waarvoor (vooral niet-jagende) experts waarschuwen: jacht versterkt de verspreiding van het virus, omdat everzwijnen zich over grotere afstanden gaan verplaatsen en zo meer met andere dieren in contact komen. Frankrijk, misschien wel het meest jachtvriendelijke land van West-Europa, heeft daarom de jacht op everzwijnen in de buurt van de Belgische grens verboden. In Nederland is dan weer beslist, net zoals bij ons, om ze op te voeren: de Nederlanders lijken er nog altijd van uit te te gaan dat ze de Afrikaanse varkenspest buiten hun grenzen zullen kunnen houden. Enkele drukjachten zullen plaatsvinden in het militaire domein van Leopoldsburg. Daar huist het enige koppel wolven van Vlaanderen. Volgens experts zou de everzwijnenjacht de wolven niet hinderen, alleen al omdat ze ondertussen gewend zijn aan het geknal dat met legeroefeningen gepaard gaat. Misschien zijn ze op termijn een deel van de oplossing voor de uit haar voegen barstende everzwijnenpopulatie. Ook het virus zal ongetwijfeld zijn werk doen - in Estland heeft het de zwijnenpopulatie al met een derde verminderd. Het is een harde natuurwet dat er in sterk groeiende dierenpopulaties ziektes opduiken die een vorm van populatiecontrole impliceren. Hoeveel everzwijnen zijn er in Vlaanderen? Niemand lijkt het te weten. Experts ramen het bestand, met een natte vinger, op 2000 dieren. Daarvan zullen er dit jaar ongeveer 1000 worden afgeschoten. Dat lijkt veel - tot je weet dat everzwijnenpopulaties een grote herstelcapaciteit hebben. Het dier is pas in 2006 aan zijn verovering van Vlaanderen begonnen, maar het gaat razendsnel. Momenteel beslaat zijn verspreidingsareaal Limburg en een deel van Antwerpen en Vlaams-Brabant. Er is een kleine populatie in de buurt van het Vloethemveld in het West-Vlaamse Zedelgem, nabij het gebied met de hoogste dichtheid van varkenskwekers in ons land. Ze is een relict van dieren die waarschijnlijk zijn uitgezet voor de jacht. Sommige experts pleiten er samen met de boerenorganisaties voor om die populatie te liquideren - dat is in 2013 al eens geprobeerd, zonder succes. Minister Schauvliege zou niet geantwoord hebben op een recente vraag om het Vloethemveld everzwijnvrij te maken, maar haar kabinet reageert met de opmerking dat 'het ANB de consensus rond een nultolerantie mee onderschreven heeft en dit engagement dus moet uitvoeren'. De volgende weken zal de everzwijnenproblematiek in Vlaanderen in verhoogd tempo op de politieke agenda komen. De gouverneurs van Antwerpen en Limburg vergaderen erover met alle burgemeesters en verantwoordelijken van de 'wildbeheereenheden' (de plaatselijke jagersorganisaties). De jacht op het everzwijn zal verder opgevoerd worden, ook al zal dat het virus volgens experts niet afremmen. En de varkenssector? Daarover wordt in alle talen gezwegen.