Twee jaar geleden huilde hij tranen met tuiten - Johan Van Herck is niet te stoer om het toe te geven. Zijn Team Belgium was er zo dicht bij, maar Andy Murray bleek te sterk. Groot-Brittannië en niet België pronkte met de Davis Cup. Een volgepakt Flanders Expo droop verslagen af. 'Onze droom spatte keihard uit elkaar, ' vertelt Van Herck over de finale van 2015, 'en op het slechtst denkbare moment brak mijn emotionele weerstand.' De Davis Cup-kapitein stapte net de koninklijke loge in toen de Britten de beker de lucht instaken. 'Het viel als een blok beton op mijn kop: je hebt gefaald, Johan. Een heel jaar had ik naar dat doel toegewerkt, mijn ziel en zaligheid erin gestoken, en het was mislukt. Dat kwam ontzettend hard aan. Koningin Mathilde troostte me: 'Maar meneer, u hebt uw best gedaan.' (lacht) Je droomt ervan, je kunt het bijna aanraken, en dan trekken ze het kleed vanonder je voeten.'
...

Twee jaar geleden huilde hij tranen met tuiten - Johan Van Herck is niet te stoer om het toe te geven. Zijn Team Belgium was er zo dicht bij, maar Andy Murray bleek te sterk. Groot-Brittannië en niet België pronkte met de Davis Cup. Een volgepakt Flanders Expo droop verslagen af. 'Onze droom spatte keihard uit elkaar, ' vertelt Van Herck over de finale van 2015, 'en op het slechtst denkbare moment brak mijn emotionele weerstand.' De Davis Cup-kapitein stapte net de koninklijke loge in toen de Britten de beker de lucht instaken. 'Het viel als een blok beton op mijn kop: je hebt gefaald, Johan. Een heel jaar had ik naar dat doel toegewerkt, mijn ziel en zaligheid erin gestoken, en het was mislukt. Dat kwam ontzettend hard aan. Koningin Mathilde troostte me: 'Maar meneer, u hebt uw best gedaan.' (lacht) Je droomt ervan, je kunt het bijna aanraken, en dan trekken ze het kleed vanonder je voeten.' Van Herck krijgt een ideale gelegenheid om de vieze smaak weg te spoelen: België staat opnieuw in de finale van de Davis Cup. Ditmaal is Frankrijk de tegenstander, de finale wordt van 24 tot 26 november gespeeld in Rijsel. Twee Davis Cup-finales in drie jaar tijd: hoe kan zoiets? Is België plots een toptennisland? 'Nee, maar we zijn wel een groot Davis Cup-land', reageert Van Herck, die 'kapitein' is van de Belgische ploeg - een titel die je mag vertalen als 'bondscoach'. 'Davis Cup-tennis is ander tennis. Je speelt voor je land, niet voor jezelf. Wie zijn match wint, scoort een punt voor het team, wat een groepsdruk doet ontstaan die tennissers niet gewoon zijn. De supporters roeren zich en zorgen voor een voetbalachtige sfeer. De Belgen gaan daar goed mee om, andere spelers brengt het van de wijs. In de Davis Cup stijgen we boven onszelf uit.' Twee jaar geleden zei u in Knack: 'Dit maken we nooit meer mee'. Johan Van Herck: Toen leek dat een realistische inschatting, maar vandaag zou ik zoiets niet meer zeggen. Die typisch Belgische nuchterheid remt je af. Ik wil niet meer 'ons best doen en zien wat er komt'. Op een gegeven moment moet je pal achter je ambitie durven te staan. (ferm) Wij willen de Davis Cup winnen! Dat zei ik in januari al, zoek maar op. En daar blijf ik bij. Is de kans op succes groter dan bij de vorige finale? Van Herck: Veel groter. Er staat geen Andy Murray aan de andere kant van het net, een superspeler die een ploeg in z'n eentje kampioen kan maken. België heeft niemand van dat kaliber, maar de Fransen ook niet. Het worden drie lange en zware dagen, maar dat zijn we gewend. Ons grote wapen is ons groepsgevoel. De ego's spelen niet meer op: we gunnen het elkaar om te schitteren. Die samenhorigheid ontstond niet vanzelf. Er zijn in het verleden incidenten geweest met spelers die hun eigenbelang boven het ploegbelang stelden, maar dat ligt achter ons. Hebt u het nu over Xavier Malisse? Van Herck: Met hem heb ik maar één keer gewerkt voor hij afzwaaide. Nee, het gaat over de huidige groep. De pers wist er niets van, maar het heeft af en toe gebotst over wie wanneer zou spelen en waarom. Eerlijke, moeilijke discussies die toen pijn deden, maar waar we nu de vruchten van plukken. Iedereen weet waar hij aan toe is. Tennissers zijn per definitie individualisten. Het ligt niet voor de hand daar een groep mee te smeden. Van Herck: Weet je wat de déclic was? Ik heb de pretentie laten varen dat ik het allemaal wel wist. Veel Davis Cup-kapiteins benaderen het als een nationale ploeg. De spelers worden geselecteerd en van dan af moeten ze zich houden aan de wetten van de bondscoach. Ik zag de domheid van die benadering in. Mijn spelers hebben een eigen entourage die hen veel beter kent dan ik. Die persoonlijke coaches, conditietrainers en fysiotherapeuten betrek ik zo veel mogelijk bij Team Belgium. Waarom zou je spelers willens nillens uit hun comfortzone duwen? Dat het tussen de tennissers klikt, is toeval, daar heb ik geen verdienste aan. Er ontstond tussen hen een wijgevoel met een nationalistisch laagje. Wij zijn trots om Belg te zijn, en dat verstoppen we niet. Wat betekent het om Belg te zijn? Van Herck: Dat kan ik moeilijk onder woorden brengen. Trots zijn op waar je vandaan komt. Trots op je mensen en op het feit dat jij hen mag vertegenwoordigen. Energie halen uit een trainingspak waar de nationale vlag op staat. Graag frieten eten. (lacht) Het enige waar we nog niet aan meedoen, is het volkslied. Mijn spelers zijn geen zangers. Dé sensatie bij elke Davis Cup-ontmoeting is Steve Darcis. Waarom wordt hij zoveel beter als hij Davis Cup speelt? Van Herck:Steve is een ploegspeler pur sang. Een team, een natie, samen iets bereiken: dat betekent iets voor hem. Darcis staat 67e op de wereldranglijst, maar in de Davis Cup verloor hij amper 9 matchen van de 31 die hij al speelde. Dit voorjaar klopte hij in Duitsland Alexander Zverev, de nummer drie van de wereld. Het was een van de grootste Belgische sportstunts van 2017. In de Davis Cup behoort Darcis bij de wereldtop. Eigenlijk is de vraag: waarom haalt hij dat niveau niet in het reguliere circuit? Ik ken het antwoord niet, Steve evenmin. De Franse kranten bedachten in hun voorbeschouwingen alvast een nieuwe bijnaam: le joueur miracle. Van Herck: Dat zal ik hem zeker zeggen. Steve is gevoelig voor zulke dingen. De Fransen staan onder een enorme druk. Een finale thuis, tegen het kleine België: natuurlijk eist het land een overwinning. Het is niet evident om daarmee om te gaan. De sfeer in de Franse pers is behoorlijk negatief. Een paar oude coryfeeën zijn aan het stoken. Van Herck: Vooral Henri Leconte gaat fel tekeer. Hoe hij praat over de Franse tennissers van vandaag... Laat ze maar doen. Hoe meer de Fransen ruziën, hoe beter. Darcis had familiale zorgen? Van Herck: Die zijn gelukkig achter de rug. Zijn dochtertje heeft een hartoperatie ondergaan. Mentaal valt zoiets moeilijk te behappen, en het heeft zijn seizoen zeker gehinderd. Het is allemaal goed uitgedraaid. Steve kan zich weer concentreren op zijn tennis. In 2013 leek zijn carrière voorbij door een aanslepende schouderblessure. Van Herck: Nooit heb ik iemand zo veel pijn zien lijden. Steve, die normaal barst van de energie, zat daar maar te zitten op de sofa, de kaken opeengeklemd van de pijn. Dat heeft toen een grote indruk op mij gemaakt. Vraag me niet hoe hij het heeft klaargespeeld, maar dat hij dat overwon maakt van hem nu le joueur miracle. Darcis heeft zwarte sneeuw gezien, en hij is dankbaar voor elke minuut op het veld. Wat erbij komt, is bonus. Weinigen kunnen zo diep gaan als hij. Steve zou voor een overwinning door een muur lopen. Darcis geniet van het publiek. David Goffin is meer een ijspegel. Van Herck: Het zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Van mij vergen ze ook een heel andere aanpak. Wanneer Steve speelt, ga ik volop mee in de emotie. Opspringen, gebalde vuisten, joelen. Ik praat voortdurend met Darcis, en als de tijd rijp is probeer ik het publiek op zijn hand te krijgen. Bij David moet je zulke dingen net niet doen. Hij ergert zich aan uiterlijk vertoon. Hoe kalmer, hoe beter. Steve moet je af en toe wakkerschudden, je moet de Hulk in hem losmaken. Tegen Duitsland werd zijn lichaamstaal negatief. 'Stop met zagen en speel je tennis', beet ik hem toe. Heel cru. Hij schrok, maar het heeft wél gewerkt. Mijn mooiste coachingmoment met Goffin was tijdens de Davis Cupfinale in Gent. Hij stond 2-0 achter tegen Kyle Edmund, een match die we móésten winnen. David nam een plaspauze, en ik ging achter hem aan. Een grappig beeld: twee mannen aan de urinoirs. Goffin is allesbehalve een babbelaar, maar hij bleef maar praten. Ik dacht: wie zo uit zijn normale doen is, moet ik op adem laten komen. Toen hij weer de baan op wilde, hield ik hem tegen: 'Nu ga jij laten zien waarom jij de nummer 15 van de wereld bent, en hij de nummer 90. Speel jouw tennis en het komt goed.' Hij won de volgende drie sets. In de Davis Cup staat de kapitein vlak naast het terrein. Ideaal om het publiek en de umpire te bespelen. Van Herck: Alle beetjes helpen. (lacht) Lleyton Hewitt, de Australische kapitein, gaat daar ver in. In de halve finale kreeg je soms de indruk dat het tussen hem en mij ging, dat wat de tennissers deden maar bijkomstig was. In de matchen van Goffin liet ik me niet provoceren, maar als Darcis tenniste ging ik er helemaal in mee.Het was deels geluk, deels buikgevoel, maar dat ik al een paar keer mee de kentering heb ingezet, geeft de spelers veel vertrouwen. Alsof ik een toverstaf bezit. De enigen bij wie het wat moeilijk is om goed te doen, is ons dubbelteam. Met Ruben Bemelmans kun je fel in de clinch gaan, Joris De Loore reageert daar niet zo goed op. Dan is het schipperen. David Goffin verraste in de Masters, waar hij de finale verloor van Grigor Dimitrov. Is hij de beste Belgische tennisman ooit? Van Herck: Zonder twijfel. David staat in de top tien en speelde twee keer de kwartfinale van een grandslam. De enige die in zijn buurt kwam, was de allerbeste Xavier Malisse, maar ik schat Goffin hoger in. Hij is zeker constanter. Met zijn kleine, schriele lijf is hij een tennisanachronisme. Zijn wedstrijden zijn David tegen Goliath, maar net als in de Bijbel wint David wel. Van Herck: Hoe hij van zijn gestalte een wapen heeft gemaakt, dat is toch fantastisch? De anderen zijn allemaal reuzen die veel harder op een bal kunnen meppen, maar Goffin verslaat ze met zijn timing, zijn arendsblik, zijn indrukwekkende benenspel en zijn fenomenale reflexen. Hij gaat in tegen de wetten van de sport. Twintig jaar geleden bestonden er ook al tennissers van 1,95 meter, maar dat waren houten klazen die je liet struikelen over hun onhandigheid. Vandaag bewegen de mannetjesputters wél goed, en toch schrikt dat Goffin niet af. Zeer knap. Er is een tijd geweest dat hij de bonus van de underdog had, maar niemand onderschat Goffin nog. Nick Kyrgios, dé bad boy van het tennis, benadert hem met het grootste respect. Dat doet zo'n Kyrgios alleen omdat hij weet: verdorie, die speler kan iets. David heeft ons allemaal verrast. Wie beweert dat hij in de vijftienjarige Goffin een wereldtopper zag, liegt. Bij de Waalse bond lag hij elke winter in de balans: blijven we hem steunen of niet? We hebben in België de neiging om te overanalyseren, vind ik. Eigenlijk moet je tegen zo'n talent zeggen: met jou gaan we door, no matter what. In sport moet je jezelf voortdurend bewijzen, maar we laten je niet vallen als het één jaar wat minder is. Het beste moet nog komen voor Goffin. Hij zal nog klimmen op de ranking. Roger Federer, Stan Wawrinka en Novak Djokovic gaan geen tien jaar meer mee. Wanneer zij afzwaaien, moet de piek van David nog komen. Hij is nog altijd maar 26. Had de appreciatie groter mogen zijn? In een wereldsport als tennis balanceert Goffin al een aantal jaren op de rand van de top tien. Hij had al eens Sportman van het Jaar mogen worden. Van Herck: Vind ik ook. David verdient meer respect voor wat hij doet. Zijn probleem is dat we hem vergelijken met Kim Clijsters en Justine Henin, die ooit op één stonden. Maar een nummer één maken we nooit meer mee. Te weinig mensen beseffen hoe goed ons tennis er momenteel voorstaat, zeker bij de mannen. David staat in de top tien, Steve Darcis en Ruben Bemelmans in de top honderd, Joris De Loore, Kimmer Coppejans en Arthur De Greef hebben de kwaliteiten voor de top honderd en zijn door omstandigheden teruggezakt. Dat is weelde, en er komt nog talent aan. Ik kan het weten: mijn dagelijks werk is het begeleiden van de 15-plustalenten van de Vlaamse tennisbond. We moeten de Davis Cupfinale gebruiken om het tennis weer op de voorgrond te krijgen. Het 'Kim en Justine'-effect is uitgewerkt. Onze sport heeft een nieuwe trekker nodig. Op basis van zijn prestaties kan David de vaandeldrager zijn, maar zijn verhaal wordt te weinig naar waarde geschat. Wat antwoordt u de critici die zeggen dat de Davis Cup niet zoveel voorstelt? Van Herck: Ik hou van de Davis Cup. Het is een geweldige competitie, een fantastisch evenement ook. Een topspeler bekijkt het misschien anders. De kalender is zwaar bezet, waardoor velen afhaken, maar ik maak me sterk dat het eigenlijk niet zo'n enorm verschil maakt. Stel dat Zwitserland volgend jaar uitpakt met Roger Federer en Stan Wawrinka. Een superkoppel, maar ik ben ervan overtuigd dat de Belgen het hen bijzonder moeilijk zouden maken. De Davis Cup zet de wetten van het tennis weleens op z'n kop. Misschien verklaart dat mee waarom sommige toppers zich er liever niet aan branden. Het is typisch Belgisch om elke prestatie van een landgenoot te minimaliseren. In 2015 begreep ik het nog dat men zei: 'Jullie staan in de finale omdat de loting meeviel en de topspelers afhaakten.' Klopt, maar toen waren we in elke ronde torenhoog favoriet, en dan moet je het nog altijd afmaken. Dit jaar snijdt zulke kritiek geen hout. We schakelden Duitsland en Australië uit: een zwaardere loting kun je niet hebben. De finale wordt gespeeld in het voetbalstadion van Rijsel. De Belgen verloren daar op het EK voetbal van Wales. Van Herck: Dan hebben we daar dus iets recht te zetten. In 2014 was ik ook al in Rijsel voor de finale van de Davis Cup (Frankrijk verloor van Zwitserland, nvdr.). Ik nam een foto van de beker en deelde die in de WhatsApp-groep: 'One day this will be ours, guys!' Ik was het al vergeten, maar Steve Darcis haalde de foto weer boven toen we wisten dat we naar Rijsel moesten. 'Dit is ons lot', zei hij. (lacht) Een imposant stadion, maar ik vermoed dat de Fransen evenzeer onder de indruk zullen zijn. Eerlijk: ik hou geen rekening met een nederlaag. Ons team is zo goed dat zelfvertrouwen op zijn plaats is. En lukt het toch niet, dan proberen we het volgend jaar opnieuw. Met deze ploeg gaan we nog finales spelen.