Burgerlijsten deden het niet goed, afgelopen zondag. Gemiddeld haalden ze 2,37% en nergens veroverden ze een zetel. In een zoektocht naar een verklaring voor de slechte score voor deze lijsten zonder vooropgesteld programma, onderstreepten initiatiefnemers zowel op Apache.be als Bruzz.be het gebrek aan media-aandacht, campagnebudget, voorakkoorden en het Imperiali-zetelverdelingssysteem (dat grotere lijsten bevoordeelt). Deze factoren verklaren inderdaad op het eerste zicht waarom burgerlijsten niet konden doorbreken, maar gelden evenzeer voor elke andere lokale lijst (niet-pseudo-nationaal/-lokaal).

Dat burgerlijsten zo slecht scoorden, toont net aan waar we politici voor nodig hebben.

En in vergelijking met de slechte score van die andere lokale lijsten, deden burgerlijsten het nog minder goed. In die gemeenten waar burgerlijsten opkwamen veroverden lokale lijsten samen 9 zetels. En neen, ook op deze succesvolle lokale lijsten stonden niet altijd uittredende mandatarissen (die we natuurlijk minder vaak op burgerlijsten terugzien).

Bovengenoemde verklaringen zijn met andere woorden onbevredigend, aangezien ook andere lokale lijsten hier in dezelfde mate mee geconfronteerd worden. Daarom moeten we op zoek gaan naar waar burgerlijst van lokale lijsten verschillen.

Iedereen participatie, niemand participeert

Zowel burgerlijsten als andere lokale lijsten azen eigenlijk op hetzelfde doelpubliek: mensen die hun gading niet vinden binnen de traditionele partijen. Maar daar waar lokale lijsten hun kiezers een partij-onafhankelijk programma voorschotelen (niet zelden met de nadruk op inspraak), kenmerken burgerlijsten zich door de afwezigheid van een visie op concrete beleidspunten. Dat maakt burgerlijsten vooral interessant voor die kiezer die niet gewoon meer inspraak wil, maar ook effectief voor de tijd van een legislatuur zelf mee willen besturen.

De slechte score van burgerlijsten toont aan dat weinig burgers hier vragende partij voor zijn. En dat hoeft niet te verbazen. De meesten vinden het al vervelend om, in naam van de democratie, één keer in hun leven te gaan bijzitten, laat staan dat ze bereid zijn zich wekelijks in te werken in lokale dossiers. Vandaag schreeuwt iedereen om participatie, meer weinigen voelen zich geroepen te participeren.

Burgers betrekken, betere beslissingen?

Burgerlijst-kiezers hoeven in theorie niet per se zelf betrokken te willen worden. Ook al is dit minder waarschijnlijk, zou je ook op een burgerlijst kunnen stemmen omdat je simpelweg het principe dat andere burgers beleid voeren genegen bent. Principieel kan je het proces onderschrijven (het feit dat burgers samen beleid maken, ongeacht de beleidsuitkomst) en/of de uitkomst (besturende burgers leveren betere beslissingen). Het is echter moeilijk om aan te nemen dat iemand die zelf niet wil participeren, louter omwille van een genegenheid voor het participatieve proces burgerlijst stemt. Als het proces op zich je zo waardevol lijkt (los van de uitkomst), dan participeer je toch mee? Op die manier belanden we opnieuw bij de beperktheid van die groep kiezers, die systematisch willen participeren.

Je kan als niet-participerende burger ook voor een burgerlijst opteren, als je van mening bent dat het betrekken van andere burgers (los van het proces) altijd tot betere beslissingen leidt. Ook hier hoeft het niet te verbazen dat dit om een dun gezaaide groep kiezers gaat. Velen zijn van mening dat burgers meer betrokken moeten worden. Omdat dit procesmatig relevant is, of tot betere beslissingen leidt. Maar dat burgerparticipatie in elke context steeds tot beter beleid leidt, is moeilijk aan te nemen.

Kijk naar Antwerpen. Daar vindt zondag de 5de editie van de Burgerbegroting plaats, waar voor de heraanleg van een straat, nieuwe fietsenstallingen of tuingevels gekozen zal worden. Afgezien van andere verdiensten van dit traject, is het moeilijk te beargumenteren dat districtsraadleden deze beslissingen zelf niet genomen zouden kunnen hebben. Meer nog, als we bijvoorbeeld kijken naar Gent, kunnen we besluiten dat we (soms) juist moedige politici nodig hebben om draagvlak te creëren. Een draagvlak voor het circulatieplan was er immers niet. Maar ondertussen valt het op hoe - door de koppige invoering ervan door politici - de principes van het plan mainstream zijn geworden, tot ver buiten de grenzen van de Arteveldestad.

De politici zijn dood, leve de politici!

Uiteraard maken niet alle kiezers die op zoek zijn naar meer inspraak één van bovenstaande rationele inschattingen. Maar voor de niet-rationele kiezers stak het discours van de burgerlijst er de afgelopen campagne niet bovenuit. Aangezien elke lijst zo sterk mogelijk op een burgerlijst probeerde te lijken werd het gras van voor de voeten van de echte believers weggemaaid. Het is in de eerste plaats de verdienste van die laatstgenoemden, maar het zorgde er wel voor dat ondoordachte kiezers geen verschil zagen tussen een 'burgerlijst' en een 'stadslijst' of 'burgerbeweging'. Blanco stemmen of niet opdagen werd dan nog de meest aantrekkelijke optie voor de niet-rationele kiezer, op zoek naar meer inspraak.

Het falen van burgerlijsten onderstreept de actuele relevantie van de historische voedingsbodem van onze representatieve democratie.

Wat vertellen die electorale moeilijkheden voor burgerlijsten ons nu over onze democratie? Ondanks de vele 'burgerbewegingen', zien we vooralsnog weinig echte burgerlijsten. Enige voorzichtigheid met grote conclusies is dus geboden. In dat opzicht kijk ik uit naar het initiatief dat burgerlijsten momenteel nemen om zich gezamenlijk te organiseren voor de (Vlaamse?) verkiezingen van 2019, waar factoren als Imperiali of voorakkoorden niet spelen. Maar op basis van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen hebben we niets om aan te nemen dat enkel die externe factoren burgerlijsten ervan weerhouden goed te scoren.

Weinigen willen zelf systematisch met politiek bezig zijn of zijn van mening dat gewone burgers systematisch betere bestuurders zijn dan politici. Op die manier onderstreept het falen van burgerlijsten de actuele relevantie van de historische voedingsbodem van onze representatieve democratie: we hebben politici nodig om het voor ons doen. Ondertussen is het besef wel gegroeid dat politici ook burgers nodig hebben, meer dan enkel kiezers. En die weg werd geplaveid door vooruitstrevende idealisten, voor wie enkel een volledige heraanleg afdoende is. In dat opzicht kunnen burgerlijst, ongeacht hun electorale score, nog heel wat kunnen betekenen een representatieve democratie in beweging.