De gedachte aan een eeuwige straf na de dood deed me nooit huiveren. Ik geloof niet in een God op een troon die een boek met fouten bijhoudt en uiteindelijk afrekent. Dat verhaal dient om onwetende mensen bang te maken. Daarom sprak Dante's Inferno, het eerste deel in zijn Goddelijke komedie, me jarenlang niet aan. Nochtans geldt het lange gedicht als een hoogtepunt in de wereldliteratuur.
...

De gedachte aan een eeuwige straf na de dood deed me nooit huiveren. Ik geloof niet in een God op een troon die een boek met fouten bijhoudt en uiteindelijk afrekent. Dat verhaal dient om onwetende mensen bang te maken. Daarom sprak Dante's Inferno, het eerste deel in zijn Goddelijke komedie, me jarenlang niet aan. Nochtans geldt het lange gedicht als een hoogtepunt in de wereldliteratuur. Dante vraagt zich af of er een specifieke straf bestaat voor ieders zonden. Voor mij leek die vraag eenvoudig: zonder goddelijke interventie riskeer je alleen een knagend geweten en eventueel sociaal isolement. Maar nu lees ik Dante anders: als een verhaal over de hel die je kan meemaken tijdens je eigen leven. Dat is wat de schrijver vanaf de eerste zin suggereert: halverwege 'ons' leven bevindt hij zich in een donker woud en begint hij een helse tocht om eruit te raken. Toen Dante het werk schreef, had hij zelf onrecht ondergaan. Hij was politiek actief in zijn geboortestad Firenze, tot hij roemloos werd verbannen. In de nasleep had hij zich echter ook incorrect gedragen. Zo loopt het wanneer je je verraden voelt: je slaat terug. Maar voor je het goed beseft, herken je jezelf niet meer. Dante loopt verloren, want zijn vroegere beslissingen blijken vergissingen. In dat duistere bos ziet hij de zon opkomen en hij loopt naar het licht. Maar drie dieren blokkeren zijn weg: een luipaard, een leeuw en een wolvin. Zij staan voor drie soorten zonden: lust, geweld en bedrog. Dan verschijnt de Romeinse dichter Vergilius, die hem redt en hem door de negen cirkels van de onderwereld gidst. Dante mag als levende in de hel rondkijken. Het is een gunst, een goddelijke genade; de schrijver moet nadien aan alle mensen de waarheid vertellen. Aan de ingang van de hel staat een bord dat aanmaant alle hoop achter te laten. Dante verzamelt zijn moed om verder te gaan. Onderweg knoopt hij gesprekken aan met verdoemden; hij converseert met overleden persoonlijke vrienden en met bekende, historische figuren. Van hen leert hij dat mensen zelden doelgericht fouten maken. Het kwade kan uit schijnbaar onbeduidende misstappen volgen, die uit de hand lopen. Dante spreekt bijvoorbeeld met de verdoemde Francesca da Rimini, die haar echtgenoot bedroog met haar geliefde Paolo. Met hem las ze voor het plezier en zonder argwaan over Lancelot en diens verboden liefde voor Guinevere. Tijdens de lectuur ontmoetten hun ogen elkaar en ze werden bleek. Toen lazen ze een passage waarin Lancelot zijn geliefde vurig omhelsde. Daarop kuste Paolo Francesca en 'die dag lazen ze niet verder'. Wie in de hel zit, ondergaat een specifieke straf die betrekking heeft op zijn zonde: dat is het principe van de contrapasso. De zondaar wordt geconfronteerd met zijn eigen verschrikkelijke daden, met zijn onverschilligheid, hebzucht of haat. Een voorbeeld: de meest verwerpelijke zondaars zijn de verraders. Zij die hun familie, hun vaderland of hun weldoeners, God dus, hebben verloochend. Zij zitten elk afzonderlijk, roerloos vastgeklemd in een ijszee. Middenin zit de monsterlijke Satan verkleumd te huilen. Verraders verdienen eeuwige koude en eenzaamheid, omdat ze het vertrouwen van dierbaren beschaamden en ze hun slachtoffers in een kille, liefdeloze wereld deden belanden. Dante's Inferno is geen catalogus van wreedaardige straffen en religieuze vergelding. Het is geen kroniek van een onvermijdelijk hiernamaals. Het is de beschrijving van de hel die hier en nu, in deze donkere wereld, in dit duister tijdvak, ontstaat wanneer mensen dwalen, verglijden in het kwade of zich afkeren van het goede. Zo lees ik Dante. Niet als een boek over goddelijke bestraffing, maar als een genadeloos portret van de hel die de mens voor zichzelf kan creëren. Die hel vrees ik wel degelijk.