De cultuursector is enorm geïmpacteerd door de corona-schok. Zo heeft Sam Vloemans, founding father van het collectief Cargo Mas, alle voorstellingen geannuleerd. Zo ging het concert in de Singer, Rijkevorsel, niet door, terwijl dat moment nochtans zorgvuldig ingepland was als onderdeel van hun albumrelease 'Cargo Mas I'. Dé kers op de taart na een jarenlange voorbereiding. Dan volgde de officiële beslissing dat zomerconcerten niet konden doorgaan: dat was heftig, maar gezien de omstandigheden de enige juiste beslissing.

De cultuurwereld bestaat uit verschillende soorten spelers. Zo heb je de grotere huizen, die hun werknemers op tijdelijke werkloosheid zetten en steunpremies aanvragen. Die hebben het niet makkelijk, maar vinden hun weg naar de uitgeworpen reddingsboeien.

Daartegenover staan de freelancers en vooral de artiesten en individuele kunstenaars die het extreem moeilijk hebben. Je kan het vergelijken met de sluiting van Ford Genk: heel wat arbeiders moesten op zoek naar ander werk, maar de sluiting had ook een groot effect op de vele duizenden toeleveranciers. De verschillende overheden hebben daadkrachtig opgetreden met de diverse steunmaatregelen, maar jammer genoeg vallen er velen zonder vangnet.

Het lokale cultuurbeleid draagt bij aan de inkomsten van artiesten: via het uitbetalen van de uitkoopsommen na het programmeren van hun producties in onze cultuur- en gemeenschapscentra. Dit fragiele ecosysteem ligt nu plat. Het zou de regel moeten zijn dat cultuur en gemeenschapscentra de uitkoopsommen of een gedeelte uitbetalen, zelfs voor producties die niet konden doorgaan. Dit is vergelijkbaar met de Vlaamse visie op subsidies, ook deze blijven verzekerd.

Gelukkig zijn er goede voorbeelden: GC Hoogstraten heeft beslist om 75 procent van de uitkoopsom toch uit te betalen. Zo krijgen artiesten een deel van hun verloren inkomsten. Enkele voorstellingen konden ook verplaatst worden. Alles naar volgend seizoen boeken is echter onmogelijk, het programma lag al vast, de brochures opgemaakt en gedrukt.

Lokale besturen kunnen van elkaar leren door creativiteit aan de dag te leggen om ons cultuurleven te bewaren. In Oostende werd bijvoorbeeld een digitaal platform ontwikkeld waar bands muziek brengen tot in je kot; GC Beringen lanceerde 'Kunst achter het raam', waarmee kunstenaars het straatbeeld opfleuren én de kans krijgen hun werken te tonen aan het publiek. En er was ook het eerste 'Artist Unlimited Festival', waarbij je voor 10 euro de hele dag concerten via livestream kon volgen.

Cultureel noodfonds enkel voor gesubsidieerde organisaties? Dat kan niet de bedoeling zijn.

Bazooka

De lokale overheden moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen. Maar dat geldt voor ook de Vlaamse en federale regering. Individuele kunstenaars vallen, door hun manier van flexwerken, te vaak uit de boot bij de Vlaamse of federale corona-steunmaatregelen. Voor sommigen betekent dat helemaal geen compensaties, terwijl de sector, en zeker de live-sector, het bijzonder hard te verduren krijgt.

Zij ondervonden al heel snel de pijnlijke impact van de lockdown en hebben bovendien weinig perspectief op wanneer er enigszins terug normale tijden voor hen aanbreken. Wanneer kunnen ze terug performen, of wanneer is hun publiek daar klaar voor? Dan hoeft het niet te verbazen dat er dramatische situaties zijn. Dit gaat veel verder dan even een inkomst mislopen. Het is een absolute ramp en voor sommigen loert het faillissement om de hoek.

We kijken daarom met veel verwachting naar het aangekondigde noodfonds, goed voor een bedrag van 200 miljoen euro. Dat fonds moet de mazen van het net dichten. De administraties en de kabinetten zitten in een finale fase van uitwerking. Het zou evenwel geen goed idee zijn deze te beperken tot enkel de gesubsidieerde sector. Organisaties die het al jarenlang stellen zonder subsidies en hierdoor soms met heel veel moeite het kopje boven water houden, worden zo dubbel gestraft. Dat kan niet de bedoeling zijn.

De overheden hebben terecht een bazooka van maatregelen ingezet. In een volgende fase moeten we ons focussen op diegene die tot op heden geen steun konden krijgen. Onze cultuur wordt geroemd in binnen- en buitenland. Laat ons er samen voor zorgen dat ook zij deze crisis overleven.

De cultuursector is enorm geïmpacteerd door de corona-schok. Zo heeft Sam Vloemans, founding father van het collectief Cargo Mas, alle voorstellingen geannuleerd. Zo ging het concert in de Singer, Rijkevorsel, niet door, terwijl dat moment nochtans zorgvuldig ingepland was als onderdeel van hun albumrelease 'Cargo Mas I'. Dé kers op de taart na een jarenlange voorbereiding. Dan volgde de officiële beslissing dat zomerconcerten niet konden doorgaan: dat was heftig, maar gezien de omstandigheden de enige juiste beslissing.De cultuurwereld bestaat uit verschillende soorten spelers. Zo heb je de grotere huizen, die hun werknemers op tijdelijke werkloosheid zetten en steunpremies aanvragen. Die hebben het niet makkelijk, maar vinden hun weg naar de uitgeworpen reddingsboeien. Daartegenover staan de freelancers en vooral de artiesten en individuele kunstenaars die het extreem moeilijk hebben. Je kan het vergelijken met de sluiting van Ford Genk: heel wat arbeiders moesten op zoek naar ander werk, maar de sluiting had ook een groot effect op de vele duizenden toeleveranciers. De verschillende overheden hebben daadkrachtig opgetreden met de diverse steunmaatregelen, maar jammer genoeg vallen er velen zonder vangnet. Het lokale cultuurbeleid draagt bij aan de inkomsten van artiesten: via het uitbetalen van de uitkoopsommen na het programmeren van hun producties in onze cultuur- en gemeenschapscentra. Dit fragiele ecosysteem ligt nu plat. Het zou de regel moeten zijn dat cultuur en gemeenschapscentra de uitkoopsommen of een gedeelte uitbetalen, zelfs voor producties die niet konden doorgaan. Dit is vergelijkbaar met de Vlaamse visie op subsidies, ook deze blijven verzekerd. Gelukkig zijn er goede voorbeelden: GC Hoogstraten heeft beslist om 75 procent van de uitkoopsom toch uit te betalen. Zo krijgen artiesten een deel van hun verloren inkomsten. Enkele voorstellingen konden ook verplaatst worden. Alles naar volgend seizoen boeken is echter onmogelijk, het programma lag al vast, de brochures opgemaakt en gedrukt. Lokale besturen kunnen van elkaar leren door creativiteit aan de dag te leggen om ons cultuurleven te bewaren. In Oostende werd bijvoorbeeld een digitaal platform ontwikkeld waar bands muziek brengen tot in je kot; GC Beringen lanceerde 'Kunst achter het raam', waarmee kunstenaars het straatbeeld opfleuren én de kans krijgen hun werken te tonen aan het publiek. En er was ook het eerste 'Artist Unlimited Festival', waarbij je voor 10 euro de hele dag concerten via livestream kon volgen. De lokale overheden moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen. Maar dat geldt voor ook de Vlaamse en federale regering. Individuele kunstenaars vallen, door hun manier van flexwerken, te vaak uit de boot bij de Vlaamse of federale corona-steunmaatregelen. Voor sommigen betekent dat helemaal geen compensaties, terwijl de sector, en zeker de live-sector, het bijzonder hard te verduren krijgt.Zij ondervonden al heel snel de pijnlijke impact van de lockdown en hebben bovendien weinig perspectief op wanneer er enigszins terug normale tijden voor hen aanbreken. Wanneer kunnen ze terug performen, of wanneer is hun publiek daar klaar voor? Dan hoeft het niet te verbazen dat er dramatische situaties zijn. Dit gaat veel verder dan even een inkomst mislopen. Het is een absolute ramp en voor sommigen loert het faillissement om de hoek.We kijken daarom met veel verwachting naar het aangekondigde noodfonds, goed voor een bedrag van 200 miljoen euro. Dat fonds moet de mazen van het net dichten. De administraties en de kabinetten zitten in een finale fase van uitwerking. Het zou evenwel geen goed idee zijn deze te beperken tot enkel de gesubsidieerde sector. Organisaties die het al jarenlang stellen zonder subsidies en hierdoor soms met heel veel moeite het kopje boven water houden, worden zo dubbel gestraft. Dat kan niet de bedoeling zijn. De overheden hebben terecht een bazooka van maatregelen ingezet. In een volgende fase moeten we ons focussen op diegene die tot op heden geen steun konden krijgen. Onze cultuur wordt geroemd in binnen- en buitenland. Laat ons er samen voor zorgen dat ook zij deze crisis overleven.