Een levenslange gevangenisstraf wordt alleen uitgesproken bij ernstige feiten. Door de straf af te schaffen, zou je toch ook de ernst van de feiten in twijfel trekken? (Sylvain Verbeeck, Zonhoven)

Tom Daems: Levenslang hoeft niet afgeschaft te worden. Het zou eerder een symbolische daad zijn, want in de praktijk kunnen mensen ook in landen zonder levenslange straf tot hun dood in de cel belanden: door hen na hun straf preventief op te sluiten als ze een gevaar vormen voor de samenleving, bijvoorbeeld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens pleit niet voor de afschaffing van levenslang, al heeft het wel veel aandacht voor het recht op hoop: iedereen moet de kans krijgen om zijn dossier na verloop van tijd weer voor te leggen, en er moet tijdens de detentie ook aan eventuele reïntegratie worden gewerkt.
...

Tom Daems: Levenslang hoeft niet afgeschaft te worden. Het zou eerder een symbolische daad zijn, want in de praktijk kunnen mensen ook in landen zonder levenslange straf tot hun dood in de cel belanden: door hen na hun straf preventief op te sluiten als ze een gevaar vormen voor de samenleving, bijvoorbeeld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens pleit niet voor de afschaffing van levenslang, al heeft het wel veel aandacht voor het recht op hoop: iedereen moet de kans krijgen om zijn dossier na verloop van tijd weer voor te leggen, en er moet tijdens de detentie ook aan eventuele reïntegratie worden gewerkt. Daems: Dat verschilt van zaak tot zaak. Maar uit de enquête die voor het tv-programma Pano werd afgenomen bij levenslang gestraften, blijkt inderdaad dat er te weinig psychologische ondersteuning is. Er wordt vooral gefocust op de beginperiode, eventuele crisismomenten en het einde van de celstraf. Daar is zeker nog ruimte voor verbetering: onder meer door detentieplanning, zoals voorzien in de basiswet voor het gevangeniswezen, ook werkelijk in te voeren. Maar de psychologische en praktische ondersteuning achteraf, na de voorwaardelijke vrijlating, zijn minstens even belangrijk. Daems: Helaas valt het risico op recidive nooit voor honderd procent uit te sluiten en uiteraard is elk slachtoffer er één te veel. Als je een nulrisico wilt, zijn de enige alternatieven de doodstraf of de effectieve opsluiting tot de dood. Maar beide opties zijn in onze Europese context onmogelijk, en maar goed ook. Van aansprakelijkheid van de overheid bij recidive is natuurlijk geen sprake. Anders zou niemand nog vervroegd vrijkomen. Daems: In de Europese context is dat geen optie meer. Trouwens: de laatste Belgische executie in vredestijd dateert al van 1863. De klassieke argumenten voor de doodstraf kloppen ook niet. Sommige slachtoffers of nabestaanden kunnen na een doodstraf inderdaad de bladzijde omdraaien, maar andere worstelen met vragen en noden en kiezen liever voor bemiddeling met de dader. En de doodstraf is ook geen besparing, zo blijkt uit Amerikaanse cijfers. Daders zitten vaak jaren op death row, wat zeer veel geld kost. Ook de procedurekosten liggen veel hoger. En ten slotte is die hoop bij veroordeelden zeer belangrijk: het biedt hen perspectief om te bouwen aan een nieuw leven. Daems: In ons land is al herstelbemiddeling mogelijk tussen gestraften en nabestaanden, wat een positieve ervaring kan zijn voor beide partijen. Uiteraard krijg je het slachtoffer met zo'n gesprek niet terug. Maar het biedt wel de kans om feiten een plaats te geven. Dat herstel mag dus zeker een prominentere plaats krijgen. En ja, daar kunnen ook de media een rol in spelen, door - zoals in de Pano-reportage - een genuanceerder beeld te schetsen van criminaliteit en straf.