In discussies zoals die over de radicaalrechtse organisatie Schild & Vrienden (S&V) negeren we nogal vaak ons eigen potentieel om te radicaliseren, zegt criminoloog Christophe Busch. De algemeen directeur van de Kazerne Dossin, het Mechelse museum en documentatiecentrum over Holocaust en mensenrechten, zag in de S&V-rel de mechaniek van de spiegelradicalisering aan het werk. 'In hun reactie op iets waar ze zeer hard tegen zijn, schuiven mensen op in de tegenoverstelde maar even extreme richting. Zo zie je linkse mensen in hun woede over S&V elke rechtse medemens als fascist bestempelen. En zo wordt, meestal zonder dat we dat willen, de maatschappij in haar geheel extremer.'

Het is cruciaal dat je extremistische leiders niet demoniseert, want dat versterkt hun aanzien.

Dat is de beruchte polarisering. Die vindt u niet noodzakelijk een slechte zaak, schrijft u op Knack.be.

Christophe Busch: Je moet een onderscheid maken tussen politieke polarisatie en sociale of relationele polarisatie. Over mensenrechten wil ik bijvoorbeeld gerust hevig polariseren. Ik zal bijvoorbeeld forse kritiek leveren op ons land wanneer het samenwerkt met regimes die voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten verschijnen. Wat ik daarbij níét zal doen, is zeggen dat onze regeringsleden nazi's zijn. Ik bevecht een standpunt, geen mensen. Wie dat wel doet, speelt een gevaarlijk spel.

Moeten partijen met S&V'ers in hun rangen een gewetensonderzoek voeren?

Busch: Zeker, al betekent dat niet dat we aan guilt by association moeten doen. Je kunt het gedrag van enkelingen niet zomaar toeschrijven aan de groep waartoe ze behoren. Politici die radicalisering willen tegengaan, moeten kritisch naar hun eigen taalgebruik kijken. Ik herken dynamieken die er ook waren in de jaren twintig en dertig. We zijn steeds minder in staat om het erover eens te zijn dat we het oneens zijn.

Denkt u dat S&V-leider Dries Van Langenhove baat zou hebben bij een deradicaliseringscursus?

Busch: Sharia4Belgium leerde dat het efficiënter is om je op de volgelingen te richten. Die kun je makkelijker besmetten met nuance. Verwerpen wat je zelf vurig verkondigt, vraagt meer moeite. Je mag ook niet naïef zijn. Leiders van extremistische bewegingen zijn niet van gisteren. Ze kunnen zulke cursussen net misbruiken om hun discours salonfähig te maken. Daarnaast is het cruciaal dat je hen niet demoniseert, want dat versterkt hun aanzien.

Wanneer slaat radicalisme om in geweld?

Busch: Doorgaans zorgen persoonlijke, sociale of maatschappelijke triggers daarvoor. Bijvoorbeeld het overlijden van een vriend, zich aansluiten bij een radicale organisatie of oproepen tot geweld - denk aan de IS-filmpjes. Nu, je kunt radicaliseringsprocessen niet voorspellen. Gelukkig kun je de richting waarin ze evolueren wél beïnvloeden. Verliest een kwetsbare jongen zijn vader? Zorg dan dat er sneller een leerkracht die hij vertrouwt bij hem gaat aankloppen dan een IS-ronselaar. Deradicalisering mag dan geen exacte wetenschap zijn, het staat wel vast dat als de samenleving niet reageert extremisten dat wel zullen doen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.