Waar te beginnen? Bij de maanlanding, misschien. Van de 1057 Belgen die het onderzoeksbureau Kantar in het begin van januari online ondervroeg - een representatief staal van de hele bevolking - gelooft 7,6 procent dat die in scène is gezet: Neil Armstrong heeft volgens hen in 1969 helemaal niet als eerste man voet op de maan gezet. Meer dan één op de vijftien Belgen ging met die ontkenning van de werkelijkheid 'helemaal akkoord' of 'eerder akkoord'.
...

Waar te beginnen? Bij de maanlanding, misschien. Van de 1057 Belgen die het onderzoeksbureau Kantar in het begin van januari online ondervroeg - een representatief staal van de hele bevolking - gelooft 7,6 procent dat die in scène is gezet: Neil Armstrong heeft volgens hen in 1969 helemaal niet als eerste man voet op de maan gezet. Meer dan één op de vijftien Belgen ging met die ontkenning van de werkelijkheid 'helemaal akkoord' of 'eerder akkoord'. Knack en Le Vif hadden een hele lijst van zulke stellingen opgesteld: over een zionistisch complot, over de Illuminati, zelfs over een LGBT+-samenzwering, opgezet om de traditionele morele orde omver te werpen. Telkens zeiden méér mensen daarmee akkoord te gaan dan één op de vijftien. Zo'n 8 procent van de Belgen gelooft ook dat Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november eigenlijk gewonnen heeft. Zelfs iets meer dan 15 procent hangt de omvolkingstheorie aan. 'Immigratie wordt opzettelijk georganiseerd door onze politieke, intellectuele en media- elites om uiteindelijk de Europese bevolking te vervangen door een immigrantenbevolking', is daarmee de populairste theorie van de reeks. In totaal ging 34,7 procent van de ondervraagden akkoord met minstens één stelling, van wie 12,4 procent met drie stellingen of meer. Complottheorieën, ze zijn overal. Hoe wijdverspreid zijn ze, en hoe gevaarlijk zijn ze? Om op die vragen te antwoorden, besloten Knack en Le Vif eind vorig jaar de proef op de som te nemen. Dat was na een jaar waarin in de Verenigde Staten complotten over stemfraude en gemanipuleerde verkiezingsresultaten mainstream gingen, maar waarin ook in België onzinverhalen over het coronavirus, en vervolgens het coronavaccin, breed gedeeld werden op sociale media. De coronacrisis bracht vanzelfsprekend veel mensen van slag, en ze zochten duiding op plaatsen waar ze daarvoor misschien nog niet hadden gekeken. De aandacht voor complottheorieën nam in de media spectaculair toe, maar nooit was duidelijk in welke mate daar in België werkelijk een publiek voor was. Het grootste deel van de enquête ging dan ook over corona. Van de ondervraagden gelooft 22 procent dat het virus er met opzet is gekomen, aan het eind van 2019. De hoofdbeschuldigde daarbij is China. Zo'n 6,3 procent denkt dan weer dat de 5G-technologie, die supersnel mobiel internet mogelijk moet maken, eigenlijk verantwoordelijk is voor de verspreiding van het virus. Meer dan 20 procent vermoedt vervolgens dat de Belgische overheid en de farmaceutische sector samenspannen om de schadelijkheid van een vaccin te verbergen, en sowieso vindt 27 procent dat verplichte vaccinaties (zoals in België tegen polio) enkel dienen om big pharma te verrijken. Niets dan achterdocht dan? Dat nu ook weer niet. 66,5 procent van de bevolking is bereid om zich te laten inenten tegen het coronavirus met een goed werkend vaccin. Toen we die vraag in het najaar van 2020 voorlegden in een andere enquête, was dat nog maar 53 procent. Opmerkelijk is het verschil tussen Nederlandstaligen en Franstaligen daarin. Meer dan zeven op de tien Nederlandstaligen is bereid zich te laten vaccineren, in Franstalig België is dat net geen zes op de tien. Hoe moeten we die cijfers interpreteren? Een vergelijking met het buitenland is een goed begin. Hier en daar zijn er soortgelijke onderzoeken te vinden. Volgens het Britse marktonderzoeksbureau YouGov gelooft 15 procent van de Britten bijvoorbeeld in het monster van Loch Ness. 'Maar het academische onderzoek naar complottheorieën staat nog in de kinderschoenen', zegt de Nederlander Stef Aupers. Hij is hoogleraar mediacultuur aan de KU Leuven en deed eerder al onderzoek naar de verspreiding van complottheorieën. 'In tegenstelling tot bijvoorbeeld kerkbezoek zijn we complottheorieën nog niet zo lang aan het tellen', zegt hij. 'Maar een eenvoudige vraag of covid-19 met opzet werd verspreid, is nog het eenvoudigst te vergelijken. In Nederland gelooft 15 procent daarin, in de Verenigde Staten is dat 30 procent. België hangt daar met zijn 22 procent tussenin.' De duidelijkste lijn die er te trekken valt tussen de resultaten in verschillende landen wijst naar de democratie. Landen die autoritair worden bestuurd, waar de democratische instellingen wankel zijn en waar veel wantrouwen heerst, hebben een vruchtbare grond voor complotdenkers. Dat is ook wat Aupers ziet in een Europese vergelijking: nergens zijn er minder complotdenkers dan in Zweden, terwijl in Polen 90 procent van de bevolking in minstens een van de complottheorieën gelooft die zij in een vergelijkbaar onderzoek voorgelegd kregen. Dat zijn werkelijk duizelingwekkende percentages. Maar ook de Belgische cijfers verontrusten. Toch wil Stef Aupers ze enigszins relativeren, want niet alle complotdenkers zijn even bereid om tot actie over te gaan. De algemene aandacht gaat naar lui die 5G- masten vernielen, op 6 januari het Amerikaanse Capitool bestormden, of straks een prik tegen corona zullen weigeren. Dat is slechts een hele kleine fractie. Aupers hanteert, gebaseerd op een Nederlands onderzoek, een typologie die veel meer inzicht geeft. 'Je hebt zeker de politieke en activistische types', zegt hij. 'Maar anderzijds zijn er ook heel wat spirituele figuren onder complotdenkers. Zij zijn bezig met astrologie en natuurlijkheid, en demoniseren alles wat daartegen ingaat. Verder zijn er de twijfelaars die eenvoudigweg niets willen uitsluiten. En er is een groep die zulke theorieën nu eenmaal spannend en avontuurlijk vindt. Het zíjn ook allemaal sterke verhalen. Vooral jongeren geloven daar om die reden in, ze willen soms gewoon keet schoppen.' Kijken we weer naar de resultaten, dan blijkt inderdaad dat vooral jongeren vatbaar zijn voor complottheorieën. Waar een op drie Belgen in minstens één complottheorie gelooft, is dat bij jongeren tussen de 18 en de 24 jaar liefst 49,5 procent of een op de twee. Een kwart van hen gelooft in een zionistisch complot, en zelfs 28 procent denkt dat het de Amerikaanse overheid was die de aanslagen van 11 september in New York heeft georkestreerd. Jongeren onderscheidden zich op nog een andere manier van de rest van de bevolking, die allicht ook samenhangt met hun gevoeligheid voor complotten. Ze halen aanzienlijk vaker hun nieuws op het internet en sociale media. Voor 44 procent van de bevolking is de televisie de voornaamste nieuwsbron, een cijfer dat stijgt naarmate de leeftijd toeneemt. Voor jongeren is dat geen 20 procent meer, terwijl internet en sociale media bij hen goed zijn voor bijna 60 procent. Het fake news dat op sociale media rondgaat, maakt mensen dan ook zeer bezorgd - evengoed een conclusie uit onze enquête. Van alle ondervraagden vindt 64 procent fake news een groot probleem, en noemt slechts 5 procent complottheorieën 'niet gevaarlijk'. Zo'n 55 procent vindt dat de overheid meer moet doen om het probleem aan te pakken, en zelfs 60 procent vindt dat socialemediabedrijven zoals Facebook en Twitter daar meer werk van moeten maken. Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) vindt de resultaten van het Knack-onderzoek 'confronterend', maar zegt dat hij er ook niet door verrast is. Dalle kwam eerder al in het nieuws omdat hij werk wil maken van de strijd tegen fake news, en daar worden ook extra middelen voor vrijgemaakt in het relanceplan van de regering-Jambon. Dat kwam Dalle al op felle kritiek te staan. Zijn politici niet het minst van iedereen geschikt om te bepalen wat fake news is? 'Het is een fabeltje dat ik een ministerie van Waarheid wil oprichten', benadrukt de minister in een reactie. 'Ik ga zelf ook geen factchecks uitvoeren. We gaan wel middelen uittrekken zodat de onafhankelijke media die wij in Vlaanderen kennen over betere tools beschikken om hoaxen te ontmaskeren en daar ook betere informatie tegenover te zetten. Dat wordt een topprioriteit.' De traditionele media komen nochtans ook niet goed uit onze enquête. Slechts 42 procent vindt dat ze over het algemeen goede informatie leveren en in staat zijn fouten recht te zetten. Zo'n 10 procent zegt dat ze er vooral zijn om misleidende propaganda door te geven. De strijd tegen het complotdenken zal hoe dan ook op sociale media moeten worden geleverd. Zelfs als het aantal mensen dat zulke waanzinnige theorieën aanhangt niet toeneemt, zijn zij online wel veel zichtbaarder geworden. Het is niet moeilijk om daar verdedigers te vinden van de grootst mogelijke onzinverhalen. Socialemediaplatformen kregen jarenlang te horen dat ze daar veel te weinig tegen deden, maar sinds Twitter en ook Facebook de account van de Amerikaanse president Donald Trump verwijderden, vraagt iedereen zich af of uitgerekend de techreuzen wel degenen moeten zijn die beslissen wie er aan het woord komt. Nathalie Van Raemdonck, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, doet onderzoek naar desinformatie op onlineplatformen. Zij staat sceptisch tegenover de rol die socialemediabedrijven spelen. 'Zo'n beslissing om de account van president Trump te schrappen, wordt in een achterkamertje genomen. Dat is absoluut niet democratisch', zegt Van Raemdonck. 'Facebook doet verder ook echt niet genoeg. Het heeft misschien 15.000 moderatoren aangesteld, maar dat is niets in vergelijking met hun 2,7 miljard gebruikers. Zij kunnen ook alleen maar beslissen om berichten te verwijderen, en dat meestal binnen de vijf seconden. Maar complottheorieën en andere onzin horen niet noodzakelijk verwijderd te worden, het gaat er vooral om dat ze niet viraal gaan en meer zichtbaarheid krijgen dan ze verdienen. Facebook zou zijn gebruikers daar veel meer bij moeten betrekken.' Daar is Benjamin Dalle het helemaal mee eens. De minister wijst er fijntjes op dat ook columnisten al wel eens iets schrijven wat voor de ene fake news is en voor de andere louter een mening. Het kan niet de bedoeling zijn zomaar berichten en accounts te verwijderen, zeker ook aangezien socialemediaplatformen voorlopig niet consequent zijn in hun optreden. Dalle: 'Laten we eerlijk zijn: er zal in de toekomst alleen maar meer fake news komen. De essentie is voor mij dat we Vlamingen - jongeren én ouderen - daartegen moeten wapenen. Iedereen moet een kritische reflex hebben over alles wat hij tegenkomt, en weten welke bronnen betrouwbaar zijn en welke niet. We moeten veel meer inzetten op mediawijsheid.' Stef Aupers van de KU Leuven gelooft niet in eenvoudige oplossingen tegen complottheorieën. Hij vrees voor symptoombestrijding die de onderliggende oorzaken buiten beeld laat. 'Eigenlijk gaat het niet om die complottheorieën', zegt hij. Factchecks zorgen er in zijn ogen voor dat lezers die al vertrouwen hadden nog meer vertrouwen krijgen, maar lezers die het niet geloofden alleen maar wantrouwiger worden. Dat vergroot dus de kloof - hoewel factchecks natuurlijk ook wel gewoon nuttig kunnen zijn. Maar welke oorzaken verliezen we dan uit het oog? Aupers: 'Die mensen hebben in de eerste plaats het gevoel uitgesloten te worden, het idee dat er niet naar hen wordt geluisterd. Ze denken dat de overheid tégen hen is. Vooral dat moeten politici zich aantrekken. Nederland verkeert momenteel in crisis over de zogenaamde toeslagenaffaire. Die draait rond 26.000 gezinnen die onterecht beschuldigd werden van fraude met hun kinderbijslag. Mijn voorspelling is dat er heel wat van die mensen in complottheorieën zijn gaan geloven.' Ook een socio-economische analyse ligt, zoals bijna altijd, voor de hand. Hoogopgeleiden geloven significant minder in complottheorieën, hoewel ook zo'n 30 procent onder hen minstens een van de acht stellingen aanvinkte. Experts zijn het er wel over eens dat complotdenkers in ieder geval geen gekken zijn. 'Het zijn absoluut geen crackpots', in de woorden van Brecht Decoene, de Gentse moraalfilosoof die enkele jaren geleden Achterdocht tussen feit en fictie over complotten publiceerde. 'Iedereen heeft doorheen zijn leven weleens in een complot geloofd', zegt hij. 'Toen ik in de jaren negentig de film JFK van Oliver Stone zag, was ik ook helemaal weg met dat verzonnen verhaal.' Het blijft wel een fascinerende vraag: wie zijn al die Belgen die geloven dat de maanlanding in 1969 niet echt heeft plaats gevonden? In wat voor een wereld leven zij? En waar halen ze hun informatie vandaan? 'Ik heb daar ook geen antwoord op', zegt Benjamin Dalle wanneer we hem ernaar vragen. 'Ik wil die mensen dus wel eens aan het woord horen. Het zou interessant zijn als u hen eens ging interviewen.'