Volgens een recente studie van de Europese Commissie zijn migranten in Europa oververtegenwoordigd in zogenaamde essentiële sectoren (Fasani en Mazza, 2020a). Tijdens deze en vorige periode van lockdown speelden ze een sleutelrol in het draaiende houden van supermarkten, openbaar vervoer, thuiszorg en gezondheidsdiensten - sectoren die doorgaans te kampen hebben met een tekort aan arbeidskrachten. Volgens de Nationale Bank van België zou migratie een belangrijke bijdrage leveren aan de Belgische economie: ongeveer 3,5% van het Bruto Nationaal Product.

Covid-19 herinnert ons er dus aan dat, naast de morele imperatieven van solidariteit, migratie een essentiële rol speelt in het functioneren van onze samenleving. En toch blijven er uitdagingen bestaan met betrekking tot hun integratie in de arbeidsmarkt. Naast de uitdagingen die verband houden met hun recente aankomst op het grondgebied (ze kunnen zich minder beroepen op een netwerk, kleinere kennis van de taal en de arbeidsmarkt), worden migranten nog steeds geconfronteerd met structurele, administratieve of discriminatie-gerelateerde belemmeringen tijdens het zoeken naar werk. Een gevolg daarvan is dat een migrant gemiddeld meer te maken krijgt met contracten van bepaalde duur, kortere arbeidstijden en lagere lonen (Fasani en Mazza, 2020b).

Covid-19 en migratie: een gemiste kans?

Bovendien is in België één op de drie migranten overgekwalificeerd voor zijn of haar job (ter vergelijking: voor mensen geboren in België bedraagt dit cijfer één op vijf). Migranten, en dan vooral zij die van buiten Europa komen, zijn daarom vaak het eerste slachtoffer van economische schokken zoals deze veroorzaakt door covid-19. Dit wordt bevestigd in verschillende recente studies (zie bijvoorbeeld Lens, Marx en Mussche, 2020), maar ook op het terrein. Op basis van haar sociaal werk met migranten in Europa stelt Caritas een toename vast van de vraag naar voedsel- en woninghulp. In België is vooral de hulpvraag vanwege buitenlandse studenten - beroofd van hun studentenjob - bijzonder hoog. Zij kunnen geen officieel beroep doen op sociale bijstand omdat dergelijke verzoeken hun verblijfsvergunning en hun studie in gevaar kunnen brengen.

Een aarzelend Europa

Hoewel onze Europese economie, en met name de persoonsgebonden dienstverlening, in grote mate afhankelijk is van buitenlandse arbeidskrachten, blijven we aarzelen om het belang van de bijdrage van migratie te erkennen en haar volledige potentieel te ontsluiten. Dit toont zich bijvoorbeeld in de lopende discussies over nieuwe wettelijke kaders zoals het nieuwe Asiel- en Migratiepact, de Post-Cotonou overeenkomsten tussen de EU en de ACP-landen (die de komende twintig jaar als leidraad zullen dienen voor toekomstige samenwerking en de politieke en economische betrekkingen tussen de EU en 79 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) en het nieuwe Partnerschap tussen Afrika en de EU.

Door het steeds opnieuw uitstellen van concrete maatregelen (met name om reguliere migratie te faciliteren) blijken de huidige voorstellen van de EU in weinig te verschillen met eerdere kaders. De EU kiest er opnieuw voor zich in de eerste plaats te richten op het beveiligen en controleren van haar grenzen - soms ten koste van de mensenrechten van zij die die grenzen willen oversteken.

Naast een aanhoudend gebrek aan solidariteit, waardoor we steeds verder verwijderd raken van onze kernwaarden, slagen we er in Europa niet in om een voldoende inclusieve omgeving te creëren, zoals blijkt uit de toegenomen kwetsbaarheid van migranten als gevolg van covid-19. Dat is een gemiste kans. Door in te zetten op een echt inclusief beleid zou bijvoorbeeld de gezondheidscrisis kunnen omgezet worden in een win-winsituatie voor iedereen.

De nood aan inclusie

Caritas International Belgium roept op tot een beleid dat de inclusie van migranten op een duurzame manier mogelijk maakt en versterkt. Dit proces impliceert met name een gemakkelijkere toegang tot het Europese grondgebied, maar ook tot de arbeidsmarkt. Migranten moeten toegang krijgen tot banen die hun opleidingsniveau weerspiegelen, officiële contracten en waardige werkomstandigheden. Meer in het algemeen moeten Europa en haar lidstaten veel meer inzetten op een langetermijnbenadering omtrent migratie, gestoeld op een erkenning van vaardigheden en de eerbiediging van de rechten van elk individu. Een dergelijke aanpak is vandaag belangrijker dan ooit: België en de andere Europese landen kunnen het zich in deze crisis niet veroorloven om de specificiteit van migratie te negeren: het is een bron van kwetsbaarheid, maar ook van kansen.

Elise Kervyn is beleidsmedewerker Caritas International België

Volgens een recente studie van de Europese Commissie zijn migranten in Europa oververtegenwoordigd in zogenaamde essentiële sectoren (Fasani en Mazza, 2020a). Tijdens deze en vorige periode van lockdown speelden ze een sleutelrol in het draaiende houden van supermarkten, openbaar vervoer, thuiszorg en gezondheidsdiensten - sectoren die doorgaans te kampen hebben met een tekort aan arbeidskrachten. Volgens de Nationale Bank van België zou migratie een belangrijke bijdrage leveren aan de Belgische economie: ongeveer 3,5% van het Bruto Nationaal Product.Covid-19 herinnert ons er dus aan dat, naast de morele imperatieven van solidariteit, migratie een essentiële rol speelt in het functioneren van onze samenleving. En toch blijven er uitdagingen bestaan met betrekking tot hun integratie in de arbeidsmarkt. Naast de uitdagingen die verband houden met hun recente aankomst op het grondgebied (ze kunnen zich minder beroepen op een netwerk, kleinere kennis van de taal en de arbeidsmarkt), worden migranten nog steeds geconfronteerd met structurele, administratieve of discriminatie-gerelateerde belemmeringen tijdens het zoeken naar werk. Een gevolg daarvan is dat een migrant gemiddeld meer te maken krijgt met contracten van bepaalde duur, kortere arbeidstijden en lagere lonen (Fasani en Mazza, 2020b). Bovendien is in België één op de drie migranten overgekwalificeerd voor zijn of haar job (ter vergelijking: voor mensen geboren in België bedraagt dit cijfer één op vijf). Migranten, en dan vooral zij die van buiten Europa komen, zijn daarom vaak het eerste slachtoffer van economische schokken zoals deze veroorzaakt door covid-19. Dit wordt bevestigd in verschillende recente studies (zie bijvoorbeeld Lens, Marx en Mussche, 2020), maar ook op het terrein. Op basis van haar sociaal werk met migranten in Europa stelt Caritas een toename vast van de vraag naar voedsel- en woninghulp. In België is vooral de hulpvraag vanwege buitenlandse studenten - beroofd van hun studentenjob - bijzonder hoog. Zij kunnen geen officieel beroep doen op sociale bijstand omdat dergelijke verzoeken hun verblijfsvergunning en hun studie in gevaar kunnen brengen.Hoewel onze Europese economie, en met name de persoonsgebonden dienstverlening, in grote mate afhankelijk is van buitenlandse arbeidskrachten, blijven we aarzelen om het belang van de bijdrage van migratie te erkennen en haar volledige potentieel te ontsluiten. Dit toont zich bijvoorbeeld in de lopende discussies over nieuwe wettelijke kaders zoals het nieuwe Asiel- en Migratiepact, de Post-Cotonou overeenkomsten tussen de EU en de ACP-landen (die de komende twintig jaar als leidraad zullen dienen voor toekomstige samenwerking en de politieke en economische betrekkingen tussen de EU en 79 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) en het nieuwe Partnerschap tussen Afrika en de EU.Door het steeds opnieuw uitstellen van concrete maatregelen (met name om reguliere migratie te faciliteren) blijken de huidige voorstellen van de EU in weinig te verschillen met eerdere kaders. De EU kiest er opnieuw voor zich in de eerste plaats te richten op het beveiligen en controleren van haar grenzen - soms ten koste van de mensenrechten van zij die die grenzen willen oversteken. Naast een aanhoudend gebrek aan solidariteit, waardoor we steeds verder verwijderd raken van onze kernwaarden, slagen we er in Europa niet in om een voldoende inclusieve omgeving te creëren, zoals blijkt uit de toegenomen kwetsbaarheid van migranten als gevolg van covid-19. Dat is een gemiste kans. Door in te zetten op een echt inclusief beleid zou bijvoorbeeld de gezondheidscrisis kunnen omgezet worden in een win-winsituatie voor iedereen.Caritas International Belgium roept op tot een beleid dat de inclusie van migranten op een duurzame manier mogelijk maakt en versterkt. Dit proces impliceert met name een gemakkelijkere toegang tot het Europese grondgebied, maar ook tot de arbeidsmarkt. Migranten moeten toegang krijgen tot banen die hun opleidingsniveau weerspiegelen, officiële contracten en waardige werkomstandigheden. Meer in het algemeen moeten Europa en haar lidstaten veel meer inzetten op een langetermijnbenadering omtrent migratie, gestoeld op een erkenning van vaardigheden en de eerbiediging van de rechten van elk individu. Een dergelijke aanpak is vandaag belangrijker dan ooit: België en de andere Europese landen kunnen het zich in deze crisis niet veroorloven om de specificiteit van migratie te negeren: het is een bron van kwetsbaarheid, maar ook van kansen.Elise Kervyn is beleidsmedewerker Caritas International België