Er is licht aan het einde van de tunnel. We zien minder virologen en dokters op tv, ze moeten opnieuw plaatsmaken voor sportvertier en klimaatramspoed.

De economie herstelt zich. Dat lezen we tenminste in de krant en horen we op de radio. Alles valt best mee dankzij het lustig rondgestrooide belastinggeld. De doping in de economie in de strijd tegen een wereldwijde pandemie. Niemand maakt zich zorgen, zo lijkt het, want de Europese gelddrukpersen werken nog uitstekend. Het optimisme kan niet op.

Maar aan de keukentafel van veel kmo-leiders klinkt een heel ander verhaal. De coronacrisis veroorzaakte extra kopzorgen, maar er zijn nog bezorgdheden die de komende jaren alleen maar groter zullen worden.

Eerst de coronacrisis, die heeft stevig ingehakt op hun bedrijf. De cijfers liegen er niet om. In 2020 gingen in onze kmo's meer jobs verloren dan er nieuwe bijkwamen. De tewerkstelling in kmo's viel vorig jaar terug met 0,66 procent, terwijl ze in 2019 nog toenam met 2,7 procent. En ook dit jaar bleven veel kmo's financiële verliezen incasseren vanwege covid-19. Nochtans is 99 procent van de BTW-plichtige bedrijven in ons land een kmo. Ze vormen dus een essentieel onderdeel van onze economie.

Coronacrisis hakte erg in op onze kmo's: wanneer nemen we hun bezorgdheden ernstig?

Je zou dus denken dat we alles op alles zetten om onze kmo's te steunen. Is dat naïef? In de praktijk blijkt alvast van wel. Neem nu de banken. Veel kmo's hebben momenteel een kredietaanvraag lopen bij een van de grootbanken. Deze aanvraag is complexer en veel moeilijker dan voor de coronacrisis. De eisen zijn op het randje van absurd en het regent dan ook weigeringen. Het gaat dan vaak om bedrijven die niet zelden al hun eigen kapitaal hebben moeten aanwenden in deze crisis. Om een nieuwe lening te krijgen wordt dan nu nog een hoger bedrag aan eigen inbreng gevraagd.

Banken die die door de ECB tal van faciliteiten krijgen om kredieten in de markt te zetten, misbruiken hun positie om hun marges op te drijven. Nu het klassieke bankieren minder en minder opbrengt door de lang aanhoudende lage rente puren ze winst uit de miserie van kmo-leiders en kleine zelfstandigen. Door zaken als negatieve rente op spaartegoeden en hogere rentevoeten voor nieuwe kredieten, wordt de situatie voor veel kmo's alleen maar lastiger. Het gevolg is dat banken zo onze kmo's de nek omwringen. Er is geen sprake van een schaarste van kredieten, wel van kredieten aan aanvaardbare voorwaarden. De 'doping' werkt dus niet.

Niet alleen de banken hebben een negatieve invloed. We slaan onze kmo-leiders plat met wetten, decreten, reglementen en stapels goede raad. De federale regering heeft zich ontpopt tot keizer-koster: met een versmachtende regelgeving probeert ze bedrijven van begin tot einde te reguleren. Het regeerakkoord voorziet een daling van de administratieve lasten voor KMO's en zelfstandigen met 30%. Geen enkele KMO heeft hiervan reeds iets gemerkt, naast COVID heeft dit land reeds al lang last van regulitis. Elke jongeling die zich goed informeert alvorens een bedrijf te starten in België, start nooit.

Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 30 procent van de kmo's die voor de epidemie al in moeilijke papieren zaten, op middellange termijn zou kunnen verdwijnen omdat ze over te weinig kapitaal beschikken. Zelfs voor de robuustere kmo's was de lange lockdown een zware dobber. Het risico bestaat dan ook dat een aantal Belgische parels, verzwakt door Covid-19, binnen afzienbare tijd aantrekkelijke koopjes worden voor buitenlandse spelers.

En dat brengt me bij de derde bezorgdheid: ons land heeft nog altijd geen broodnodige regelgeving rond screenings van overnames door buitenlandse mogendheden. China weet dat al heel lang. Het eerste wat China tijdens de coronacrisis deed, was buitenlandse investeringen in China opnieuw Chinees maken en de parels onder de Europese en Amerikaanse economie proberen in te lijven. Ook Japan is bij de pinken. Daar moet niet alleen iedere overname vooraf gemeld worden, zelfs elke niet-Japanner die in het kapitaal van een bedrijf in een essentiële sector stapt, wordt vooraf gescreend.

Wij, in België, zijn meestal meer onder de indruk van een buitenlandse investeerder dan van een parel van eigen bodem. In België hebben we nochtans geen natuurlijke grondstoffen, buiten onze grijze hersencellen. Laten we die dan ook ten volle ondersteunen en beschermen tegen buitenlandse inmenging.

Voor onze kmo's is elke vorm van steun broodnodig, want zij zijn de ruggengraat van onze Vlaamse, en bij uitbreiding Belgische, economie.

Katrien Houtmeyers zetelt voor N-VA in de Kamer.

Er is licht aan het einde van de tunnel. We zien minder virologen en dokters op tv, ze moeten opnieuw plaatsmaken voor sportvertier en klimaatramspoed. De economie herstelt zich. Dat lezen we tenminste in de krant en horen we op de radio. Alles valt best mee dankzij het lustig rondgestrooide belastinggeld. De doping in de economie in de strijd tegen een wereldwijde pandemie. Niemand maakt zich zorgen, zo lijkt het, want de Europese gelddrukpersen werken nog uitstekend. Het optimisme kan niet op.Maar aan de keukentafel van veel kmo-leiders klinkt een heel ander verhaal. De coronacrisis veroorzaakte extra kopzorgen, maar er zijn nog bezorgdheden die de komende jaren alleen maar groter zullen worden. Eerst de coronacrisis, die heeft stevig ingehakt op hun bedrijf. De cijfers liegen er niet om. In 2020 gingen in onze kmo's meer jobs verloren dan er nieuwe bijkwamen. De tewerkstelling in kmo's viel vorig jaar terug met 0,66 procent, terwijl ze in 2019 nog toenam met 2,7 procent. En ook dit jaar bleven veel kmo's financiële verliezen incasseren vanwege covid-19. Nochtans is 99 procent van de BTW-plichtige bedrijven in ons land een kmo. Ze vormen dus een essentieel onderdeel van onze economie.Je zou dus denken dat we alles op alles zetten om onze kmo's te steunen. Is dat naïef? In de praktijk blijkt alvast van wel. Neem nu de banken. Veel kmo's hebben momenteel een kredietaanvraag lopen bij een van de grootbanken. Deze aanvraag is complexer en veel moeilijker dan voor de coronacrisis. De eisen zijn op het randje van absurd en het regent dan ook weigeringen. Het gaat dan vaak om bedrijven die niet zelden al hun eigen kapitaal hebben moeten aanwenden in deze crisis. Om een nieuwe lening te krijgen wordt dan nu nog een hoger bedrag aan eigen inbreng gevraagd. Banken die die door de ECB tal van faciliteiten krijgen om kredieten in de markt te zetten, misbruiken hun positie om hun marges op te drijven. Nu het klassieke bankieren minder en minder opbrengt door de lang aanhoudende lage rente puren ze winst uit de miserie van kmo-leiders en kleine zelfstandigen. Door zaken als negatieve rente op spaartegoeden en hogere rentevoeten voor nieuwe kredieten, wordt de situatie voor veel kmo's alleen maar lastiger. Het gevolg is dat banken zo onze kmo's de nek omwringen. Er is geen sprake van een schaarste van kredieten, wel van kredieten aan aanvaardbare voorwaarden. De 'doping' werkt dus niet. Niet alleen de banken hebben een negatieve invloed. We slaan onze kmo-leiders plat met wetten, decreten, reglementen en stapels goede raad. De federale regering heeft zich ontpopt tot keizer-koster: met een versmachtende regelgeving probeert ze bedrijven van begin tot einde te reguleren. Het regeerakkoord voorziet een daling van de administratieve lasten voor KMO's en zelfstandigen met 30%. Geen enkele KMO heeft hiervan reeds iets gemerkt, naast COVID heeft dit land reeds al lang last van regulitis. Elke jongeling die zich goed informeert alvorens een bedrijf te starten in België, start nooit. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 30 procent van de kmo's die voor de epidemie al in moeilijke papieren zaten, op middellange termijn zou kunnen verdwijnen omdat ze over te weinig kapitaal beschikken. Zelfs voor de robuustere kmo's was de lange lockdown een zware dobber. Het risico bestaat dan ook dat een aantal Belgische parels, verzwakt door Covid-19, binnen afzienbare tijd aantrekkelijke koopjes worden voor buitenlandse spelers. En dat brengt me bij de derde bezorgdheid: ons land heeft nog altijd geen broodnodige regelgeving rond screenings van overnames door buitenlandse mogendheden. China weet dat al heel lang. Het eerste wat China tijdens de coronacrisis deed, was buitenlandse investeringen in China opnieuw Chinees maken en de parels onder de Europese en Amerikaanse economie proberen in te lijven. Ook Japan is bij de pinken. Daar moet niet alleen iedere overname vooraf gemeld worden, zelfs elke niet-Japanner die in het kapitaal van een bedrijf in een essentiële sector stapt, wordt vooraf gescreend. Wij, in België, zijn meestal meer onder de indruk van een buitenlandse investeerder dan van een parel van eigen bodem. In België hebben we nochtans geen natuurlijke grondstoffen, buiten onze grijze hersencellen. Laten we die dan ook ten volle ondersteunen en beschermen tegen buitenlandse inmenging. Voor onze kmo's is elke vorm van steun broodnodig, want zij zijn de ruggengraat van onze Vlaamse, en bij uitbreiding Belgische, economie.Katrien Houtmeyers zetelt voor N-VA in de Kamer.