Midden in de nacht van dinsdag op woensdag word ik, uw verslaggever, plots wakker met hoofdpijn en een zere keel. Misselijk zoek ik naar een thermometer. Een opluchting: geen koorts. Toch bel ik de volgende morgen naar mijn huisarts.
...

Midden in de nacht van dinsdag op woensdag word ik, uw verslaggever, plots wakker met hoofdpijn en een zere keel. Misselijk zoek ik naar een thermometer. Een opluchting: geen koorts. Toch bel ik de volgende morgen naar mijn huisarts.'U moet zich zeker laten testen meneer,' klinkt het beslist. 'Ik stuur u meteen per e-mail een document en daarmee gaat u gewoon naar Kliniek Sint-Jan. De resultaten krijgt u vrijdag. Zolang die resultaten er niet zijn, bent u mogelijks besmet en moet u in quarantaine. Alleen voor die staalname mag u nog naar het ziekenhuis en daarna komt u niet meer buiten. Begrepen? Dat is niet alleen voor u, maar vooral anderen belangrijk.'Ik begeef me meteen naar het ziekenhuis, dat op wandelafstand ligt. Omdat er buiten nergens pijlen naar het covid-testcentrum te bespeuren zijn, besluit ik uiteindelijk toch nog binnen te stappen. Twee stewards - jobstudenten? - verzorgen het onthaal en delen flesjes water uit. Ik durf bijna niet vragen naar de covidtesten, bang om als potentiële covidmelaatse in het verkeerde deel van het ziekenhuis paniek te veroorzaken.Maar de jobstudenten vallen uit de lucht. 'Covid? Ik ga het vragen'. Even later krijg ik een korte routebeschrijving naar de aanpalende spoeddienst in de Broekstraat.'Sorry meneer, wij testen enkel op afspraak,' hoor ik van een verpleger nog voor ik binnen kan. 'Maar Clinique Saint-Jean staat toch op het document van mijn dokter. Telt dat dan niet?', probeer ik. Tevergeefs. Ik krijg een nummer dat ik moet bellen voor een afspraak.Zes minuten lang mag ik luisteren naar Raphael Wallfisch' uitvoering van Vivaldi's Concerto RV 431 in G Major, alvorens ik iemand bij de dienst afspraken aan de lijn krijg. Maar nog langer zal ik moeten wachten op mijn test: 'Voor 11 augustus hebben we geen plaats', zegt de telefoniste.'11 augustus, dat kan toch niet?' roep ik uit. Misschien heb ik het - in het Frans - verkeerd verstaan. Niet dus: 'Er is echt geen plaats vóór 11 augustus.' Ik protesteer: dan heb ik toch al iedereen besmet?''U kunt misschien eens proberen bij het Brugmann-ziekenhuis,' stelt de medewerker voor.'En kan ik daar dan wel meteen terecht voor een test?' vraag ik. Ik heb namelijk geen zin om me nog eens nodeloos verplaatsen en al helemaal niet met mijn barstende hoofdpijn. 'Ik zou toch even op voorhand bellen, je weet maar nooit', is het advies van de telefoniste.Het UVC Brugman-ziekenhuis heeft een speciale 'covid-19-hulplijn met telefoonpermanentie om naar u te luisteren en u raad te geven'. Wanneer ik bel, blijkt dat dit ziekenhuis van de vrijzinnige zuil qua muzieksmaak niet moet onderdoen voor haar katholieke tegenhanger: Bach's vioolconcerto 1 in A Minor BWV 1041 in een Allegro Moderato-uitvoering van Gidon Kremer. Maar omdat 'alle medewerkers in gesprek zijn', is 'Brugmann op dit ogenblik niet beschikbaar' en mag ik 'een boodschap achterlaten na de biep'. Een half uur later bel ik nogmaals. Weeral die fijne muziek. Na de biep geef ik op.Ik denk eraan om het op te geven. Liever dan de Brusselse ziekenhuizen af te schuimen, kruip ik nu gewoon in mijn bed. Dan zie ik wel of ik beter word. Wat heb ik eigenlijk aan zo'n test? gaat het door mijn hoofd.Maar moet ik dan geen mensen waarschuwen die ik vorige week gezien heb? En hoe lang moet ik dan zonder test mijn quarantaine volhouden? Twee weken of gewoon tot ik wat uitgeslapen ben? Of misschien kan ik mijn dokter vragen om me naar een ziekenhuis in een andere stad te sturen? Maar dan moet ik de trein nemen...De verpleger in het Sint-Janziekenhuis had nog een tweede optie gegeven: het Erasmusziekenhuis. Als ik bel, blijkt dat dit ziekenhuis gaat voor een eigenzinnige muziekkeuze: Rue De La Paix van de Belgische componist Jean-François Maljean. Ik mag meteen komen. Er is slechts één persoon op wie ik moet wachten voor ik een stokje in de neus krijgt. En al ben ik ben doodmoe en voel ik me nog zieker dan tevoren, het is me gelukt: na vier uur intensief zoeken heb ik ergens in Brussel een snotstaal mogen afleveren. Op de metro terug bedenk ik me echter dat ik als potentiële covidlijder in die tijd (voor mijn quarantaine) een vol uur heb mogen proeven van het potentiële superverspreiderschap. Om naar het Erasmusziekenhuis te gaan, dat helemaal aan de rand van Brussel ligt, zat ik namelijk tweemaal een half uur in een goed gevulde metro (alle zitjes waren bezet en mensen moesten rechtstaan in de gangen). Ik beeld me in dat het vrouwtje tegenover mij over vijf dagen ook plots wakker wordt met keel- en hoofdpijn. Misschien maakt zij wel koorts, krijgt ze complicaties en mag ze dan met de ambulance naar het ziekenhuis.Als jonge Brusselaar zonder gezin kon ik van die covid-19-test dé prioriteit van de dag maken. En ik kon terugvallen op mijn talenkennis om alternatieven te zoeken. Maar mogen we verwachten van een schijnzelfstandig fietskoerier die zijn gezin moet rechthouden, dat hij acht dagen (als hij na zes dagen de test aflegt, duurt het nog eens twee dagen voor het resultaat bekend is) zonder inkomsten in quarantaine blijft in afwachting van het testresultaat? Of dat elke anderstalige Brusselaar zelf over de taalgemeenschappen heen alternatieven kan vinden als blijkt dat het toegewezen ziekenhuis overbelast is? Als hij- of zijzelf tenminste zelf niet overbelast is door de koorts. Als ik thuiskom, lees ik in de krant dat het Brusselse Gewest voorlopig geen extra maatregelen neemt omdat het aantal officiële besmettingen onder 50 per 100 000 inwoners zou liggen. Ik vraag me af hoe representatief die cijfers zijn. Zitten in die cijfers ook de patiënten die zich echt te ziek voelen voor een intensieve zoektocht? Misschien weten we over zes dagen een antwoord op die vraag.