'Wij zijn grote voorstanders van het M-decreet', zegt Sofie Pringels van de school voor buitengewoon basisonderwijs De Vinderij in Lokeren. Samen met haar collega Mieke Meire van St.-Jozef in Gent coördineert ze voor Oost-Vlaanderen de inclusietrajecten in het gewone kleuter- en basisonderwijs van de zogenaamde type 2-kinderen of kinderen met een matige of ernstige mentale beperking, zoals Down. 'Maar sinds de invoering in september 2015 krijgen steeds meer type 2-kinderen in het gewone onderwijs niet de extra ondersteuning waar ze recht op hebben.'
...

'Wij zijn grote voorstanders van het M-decreet', zegt Sofie Pringels van de school voor buitengewoon basisonderwijs De Vinderij in Lokeren. Samen met haar collega Mieke Meire van St.-Jozef in Gent coördineert ze voor Oost-Vlaanderen de inclusietrajecten in het gewone kleuter- en basisonderwijs van de zogenaamde type 2-kinderen of kinderen met een matige of ernstige mentale beperking, zoals Down. 'Maar sinds de invoering in september 2015 krijgen steeds meer type 2-kinderen in het gewone onderwijs niet de extra ondersteuning waar ze recht op hebben.''Het onderwijskabinet verzekert ons dat we ons geen zorgen moeten maken en dat vanaf 1 september alles in orde zal zijn. Dat beloofden ze vorig schooljaar ook al, alleen ging het van kwaad naar erger. Intussen lijkt zelfs de onderwijsadministratie in Brussel de weg in haar papierwinkel kwijt en vraagt ze ons om voor hen de kastanjes uit het vuur te halen. Want nu moeten wij met alle type 2-scholen van Vlaanderen gaan samenzitten om ervoor te zorgen dat de middelen ook toekomen in de scholen die de kinderen ondersteunen. De administratie heeft totaal geen zicht op wie wat krijgt en vraagt of wij dat nu in de vakantie netoverschrijdend willen uitzoeken. Terwijl we geen idee hebben waar we die informatie kunnen vinden. Ondertussen worden we gebeld en gemaild door verontruste ouders.'Sofie Pringels: Lang voor er van het M-decreet sprake was, pionierde de Universiteit Gent al met inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap, zoals dat in het VN-verdrag staat en door België in 2007 ondertekend werd. Het minimum aan extra ondersteuning voor kinderen met een verstandelijke handicap in het gewone basisonderwijs werd vastgelegd op 11 uur per kind. Bij de start van het M-decreet bleef van dat aantal uren ondersteuning nog maar de helft, of 5,5 uur over. In de praktijk wil dat zeggen dat leerkrachten er de resterende 22,5 uren quasi alleen voorstaan.Vóór de invoering van het M-decreet meldden wij bij het begin van elk schooljaar bij de onderwijsadministratie aan hoeveel kinderen er in dat vroegere inclusief onderwijs of ION-systeem zaten. Die aanmeldingen werden gecontroleerd en de middelen vrijgemaakt. Dat verliep vrij vlot. Na het M-decreet werd een nieuw systeem uitgedokterd. In het schooljaar 2016-2017 begeleidden wij vanuit onze school 16 kinderen. Vanaf september 2017 mochten ook kleuters instappen. Ons aantal type 2-kinderen in begeleiding nam zo toe tot 36. Tot onze grote verbazing bleken onze kleuters geen recht te hebben op 5,5 uur extra ondersteuning, maar slechts op 4 uur. In de loop van dat schooljaar mochten ouders en Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) nieuwe kinderen blijven aanmelden. Alleen werd daar door het kabinet geen extra budget voor vrijgemaakt. Gelukkig kregen we uiteindelijk nog 8 uur extra voor alle kinderen samen, maar dan stopte het. Het resultaat was dat sommige kinderen wekelijks 3,5 uur ondersteuning kregen en andere amper 2 uur.Pringels: Het leek eerder alsof de administratie slecht voorbereid was en aanmodderde. Wij hebben de indruk dat ze door het bos de bomen niet meer ziet. Op dit moment komen alle 16 type 2-scholen van het katholieke net in Oost-Vlaanderen voor volgend jaar 242 lestijden te kort om elk kind met een verstandelijke beperking van de beloofde 5,5 uur extra ondersteuning te voorzien. Eén school krijgt meer middelen dan ze nodig heeft, alle andere krijgen te weinig of zelfs helemaal niets. Het ergste is dat nu zelfs leerkrachten afhaken die vroeger voorstander waren van inclusief onderwijs. Want er zitten kinderen met een mentale beperking in hun klas waar ze veel te weinig ondersteuning voor krijgen en ze voelen zich aan hun lot overgelaten. Daar komt bij dat de kwaliteit van de ondersteuning onder druk staat. Het voorbije schooljaar moest ik noodgedwongen nogal wat ondersteuners aanwerven met weinig ervaring in het gewoon onderwijs. We hebben geïnvesteerd in extra opleiding voor al die mensen. Nu ze klaargestoomd zijn voor hun job, moeten wij weer afscheid van hen nemen, want op dit moment weten we niet hoeveel middelen of uren we het volgende schooljaar zullen hebben.'De onderwijsadministratie is de weg niet kwijt', reageert Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). 'Vroeger kregen type 2-kindjes na telling automatisch 5,5 uur extra ondersteuning. Maar we stelden vast dat dat niet flexibel genoeg was, dus gingen we vorig schooljaar met een nieuw systeem van start. Sommige kinderen hebben vier uur nodig, andere drie. Nu worden de middelen in pakket aan de scholen toegekend.'Hilde Crevits: Het is mogelijk dat vorig schooljaar sommige scholen iets minder middelen kregen dan ze nodig hadden. Vanaf 1 september 2018 moeten alle problemen van de baan zijn. Elk kind dat aangemeld was voor 1 februari 2018 zal dan krijgen waar het recht op heeft. In Vlaanderen hebben 48 scholen expertise over type 2-kinderen. In totaal gaat het om bijna 400 kinderen. Wij zeggen tegen die 48 scholen: 'Jullie moeten samenwerken en bepalen welke ondersteuning nodig is. Wij voorzien de middelen.'Crevits: De Vlaamse regering had in april van dit jaar al een akkoord bereikt over de bijsturing van het M-decreet. Daar viel die maatregel voor kinderen met een mentale beperking ook onder. De scholen hadden vanaf mei al kunnen samenzitten. Ze moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat elk kind de uren krijgt waar het recht op heeft.Crevits: Zij kent alle leerlingen die in haar databank zitten. Maar wij gebruiken dit als hefboom om scholen, ongeacht het net, hun expertise te laten delen.Crevits: Nee, we vragen dat ze zelf beslissingen nemen in belang van het kind.Crevits: Dat gebeurt niet massaal. Er zijn kinderen die minder behoefte aan ondersteuning krijgen, waardoor een toename opgevangen kan worden. Vlak voor het M-decreet in 2014 was 63 miljoen euro voorzien voor ondersteuning, nu zitten we aan 103 miljoen. De 5,5 uur ondersteuning per kind met een mentale beperking ligt vast voor het nieuwe schooljaar. Maar scholen moeten wel samenwerken.