Niet één, maar vijf. Zoveel databanken zijn er nu officieel nodig om het contactonderzoek in goede banen te leiden. Dat onderzoek, waarbij callcentra in samenwerking met de mutualiteiten contacten van besmette coronapatiënten opsporen, kende geen vliegende start. De software heeft last van kinderziektes. En nu wordt het wettelijke kader grondig herzien.
...

Niet één, maar vijf. Zoveel databanken zijn er nu officieel nodig om het contactonderzoek in goede banen te leiden. Dat onderzoek, waarbij callcentra in samenwerking met de mutualiteiten contacten van besmette coronapatiënten opsporen, kende geen vliegende start. De software heeft last van kinderziektes. En nu wordt het wettelijke kader grondig herzien.Het eerste Koninklijk Besluit (KB), getekend door minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), verscheen op 4 mei. De Raad van State oordeelde echter dat contactopsporing tot de bevoegdheid van de gemeenschappen behoort. De regering moest haar huiswerk overdoen. Enkel een tijdrovend samenwerkingsakkoord tussen het federale niveau en de gemeenschappen kan soelaas bieden. Omwille van de 'continuïteit van de contactopsporing' werd besloten het originele KB te verlengen tot 15 oktober. Een grote verandering tegenover de originele plannen is de wildgroei aan officiële gegevensdatabanken. Aanvankelijk was er sprake van één databank onder de vleugels van Sciensano. Die blijft bestaan en zal een rist aan gegevens opslaan waaronder de naam, het rijksregisternummer en adres van (vermoedelijk) besmette personen. Om de communautaire moeilijkheden het hoofd te bieden werden er ook nog twee gegevensbanken opgericht waarvan de gemeenschappen de 'verwerkingsverantwoordelijke' zijn. In Vlaanderen gaat het om het Agentschap Zorg en Gezondheid. In de ene databank worden de contactgegevens van (vermoedelijk) besmette personen zo ter beschikking gesteld van de contactonderzoekers. De andere is specifiek bedoeld voor gegevens van 'collectiviteiten'. Denk aan scholen, woonzorgcentra, werkplaatsen of andere plekken waar infecties snel kunnen verspreiden.Volgens Joris Moonens van het Agentschap Zorg en Gezondheid gaat het strikt gezien niet om de oprichting van nieuwe databanken. 'Dit KB beschrijft beter de huidige manier van werken.'Naast die drie operationele databanken regelt de tekst ook een databank voor 'wetenschappelijk en epidemiologisch onderzoek'. Die databank bestaat al langer dan vandaag en zal de persoonsgegevens uit de grote databank pseudonimiseren en opslaan.Hoelang hier de gegevens worden bijgehouden is minder duidelijk. De tekst vermeldt een wet die het weinig bekende Informatieveiligheidscomité het mandaat geeft om de bewaartermijn te bepalen. In een eerder advies had de Gegevensbeschermingsautoriteit, de privacywaakhond, nochtans met aandrang gevraagd om die termijn op voorhand vast te leggen in het wettelijk kader. Ten slotte maakt men ook gewag van een vijfde databank. Die loopt vooruit op de mobiele corona-applicatie, die in september het levenslicht zou moeten zien. De op vrijwillige basis te downloaden app zal gebruikers informeren wanneer zij een risicovol contact hebben gehad met een andere besmette gebruiker. De verveelvoudiging van het aantal databanken doet hier en daar de wenkbrauwen fronsen. Zo ook bij N-VA-Kamerlid Frieda Gijbels. 'De federale regering had gedacht om snel een basis voor een databank te kunnen oprichten, zonder rekening te moeten houden met mogelijke bevoegdheidsoverschrijdingen', zegt ze. 'Deze saga illustreert opnieuw de onwenselijke complexiteit en versnippering van bevoegdheden.' Groen-Kamerlid Jessika Soors trekt eveneens grote ogen. 'Voor wat een prioriteit van het post-lockdown beleid zou zijn, is dit eigenlijk hallucinant. Dat de epidemie momenteel onder controle is, is ondanks de tracing-aanpak, niet dankzij.'Soors ziet nog steeds een te groot risico op een 'sleepnet' voor dataverzameling. Zo vindt ze dat het Informatieveiligheidscomité te veel speelruimte krijgt. 'Het mag zelf vastleggen welke gegevens er bijkomend verzameld kunnen worden binnen bestaande categorieën.' Die categorieën zijn soms erg vaag omschreven, zegt Soors.MensenrechtDe Liga voor Mensenrechten reageert wel positief. De organisatie uitte in een eerder stadium nog felle kritiek op de wettekst. Maar nu lijkt de regering in grote mate tegemoet te zijn gekomen aan die bezwaren. 'Men heeft zijn huiswerk gedaan', zegt voorzitter Kati Verstrepen. 'Er wordt verschillende keren verwezen naar het recht op privacy als een mensenrecht. Er wordt bovendien heel duidelijk afgebakend welke gegevens worden verzameld en voor welke doeleinden.'Toch ziet de Liga nog twee euvels. 'In de databank voor het wetenschappelijk onderzoek kiest men niet voor anonimisering, maar voor pseudonimisering. Daardoor kunnen gegevens in principe nog steeds teruggebracht worden tot een individu. Het is ons niet duidelijk waarom dat zou moeten.' Daarnaast zou er nog werk moeten worden gemaakt van een duidelijk aanspreekpunt waar mensen met klachten of vragen terechtkunnen.