Het parlement zou daarmee ook snijden in de verworven rechten van sommige parlementsleden. In theorie zien naar verluidt 16 parlementsleden hun vergoeding op die manier krimpen. Onder hen onder meer CD&V-minister Jo Vandeurzen. Die ziet zijn uittredingsvergoeding bijna halveren van 428.000 euro naar 233.000 euro.

De discussie over de uittredingsvergoedingen is niet nieuw. Ze laait ook telkens op wanneer het gaat om de (hoge) bedragen voor volksvertegenwoordigers met een lange staat van dienst. Een laatste opflakkering was er toen bleek dat afscheidnemend CD&V-minister Jo Vandeurzen (CD&V) recht zou hebben op een uittredingsvergoeding van 428.000 euro. Ook zijn CD&V-collega's Pieter De Crem (390.000 euro) en Eric Van Rompuy (477.000 euro) zouden recht hebben op hoge bedragen.

In het Vlaams Parlement heeft een speciale werkgroep zich gebogen over het dossier van de uittredingsvergoedingen. Het parlement voerde eerder ook al ingrepen door. Zo werd de maximale uittredingsvergoeding sinds 2014 al geplafonneerd op 24 maanden of in totaal 233.000 euro. Maar sommige 'anciens' vallen nog onder het oude systeem en kunnen tot maximaal 48 maanden uittredingsvergoeding krijgen.

Volgens verschillende bronnen is er nu een politieke consensus om het plafond voor alle parlementsleden en ook meteen, dus nog voor het einde van de legislatuur, op 24 maanden te leggen. Dat zou betekenen dat er geraakt wordt aan de verworven rechten van een aantal parlementsleden. Puur in theorie gaat het om 16 parlementsleden die al meer rechten hebben opgebouwd en die hun uittredingsvergoeding zouden zien dalen.

Onder hen onder meer Herman De Croo (Open Vld), Rik Daems (Open Vld), Karim Van Overmeire (N-VA), Kris Van Dijck (N-VA), Jos De Meyer (CD&V), Sabine de Bethune (CD&V), Guy D'Haeseleer (Vlaams Belang), Bruno Tobback (sp.a), Renaat Landuyt (sp.a), Jo Vandeurzen (CD&V), Joke Schauvliege (CD&V) en Christian Van Eyken (UF). Omdat verschillende van die parlementsleden wellicht na 26 mei gewoon terugkeren in het parlement, zou de verandering hen niet op korte termijn treffen. Maar sommige parlementsleden, zoals bijvoorbeeld Jo Vandeurzen en Karim Van Overmeire, hebben al aangekondigd dat ze geen nieuw mandaat in het parlement meer ambiëren. Zij zien hun uittredingsvergoeding dus terugvallen tot maximaal 233.000 euro.

Ter herinnering: op die uittredingsvergoeding moeten een pensioenbijdrage (van 8,5 procent) en belastingen betaald worden. Het bedrag wordt ook niet in één keer uitbetaald, maar in maandelijkse schijven. De vergoeding is trouwens niet combineerbaar met een parlementair pensioen. Ze wordt ook niet uitbetaald aan parlementsleden die het parlement tijdens de legislatuur vrijwillig verlaten. Het is nu wachten of de politieke consensus de komende weken kan omgezet worden in een formele beslissing.